Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schouten mag van zijn buurvrouw geen 'ouwe meuk' meer zeggen

Home

Rob Schouten

Rob Schouten © Maartje Geels
Column

Dit is direct de laatste keer dat ik de uitdrukking 'ouwe meuk' hier gebruik, want ik heb besloten dat ze niet deugt. 

Ik ben daar overigens niet zelf op gekomen. Het was mijn buurvrouw die mij de les leerde. Ik kwam haar onlangs op straat tegen en gebruikte bij die gelegenheid zonder erover na te denken de woorden 'ouwe meuk'. Onmiddellijk sprong ze erop en meldde ze me dat ze dat plat, populistisch taalgebruik vond, mij onwaardig.

Lees verder na de advertentie

Nu ben ik op z'n tijd wel gevoelig voor enige sociale druk, bovendien begreep ik precies wat ze bedoelde, en dus heb ik het in de ban gedaan. Het is overigens niet makkelijk om uit te maken waarom 'ouwe meuk' niet deugt, lijkt het misschien te veel op 'neuk'? 

Het etymologisch woordenboek leert dat 'meuk' oorspronkelijk voor een bewaarplaats van fruit staat, nogal onschuldig dus; nee het is eigenlijk vooral de plotse populariteit van de uitdrukking die tot de veroordeling leidt.

Hellend vlak

Zo kan ik ook nog altijd slecht tegen de gewoonte om mensen met 'doei' of zelfs 'doeidoei' uit te zwaaien. Dat moet 'dag' zijn of 'vaarwel'. Nogal wat vrienden van mij gebruiken 'doei' met een halve knipoog, zo van 'kijk mij eens leuk en ironisch meedoen met de menigte', maar dit is mijns inziens een hellend vlak. Voor je het weet ben je vergeten dat je het niet echt meende en is het als vaste uitdrukking in je taalgebruik ingedaald.

Soms duurt het enige tijd, zoals bij 'ouwe meuk', voor het tot je doordringt dat je iets beter niet kunt zeggen. Dat geldt bij mij bijvoorbeeld voor de uitdrukking 'ja duh', voor als iemand iets zegt dat ik allang vanzelfsprekend acht. Ik heb het nog niet helemaal bij het taalmisbruik gestald, al kleeft er mijns inziens wel de doffe glans van populisme aan. 

Waarschijnlijk heb ik mij er nog niet aan overeten (wat ik trouwens een vreemde voltooide tijd vind, maar ik weet niet hoe het anders moet) want dat is vaak een reden om je van een bepaald woord af te wenden.

We gaan het zien

Dat is wel het geval met de uitdrukking 'we gaan het zien', door jan en alleman gebruikt om gebeurtenissen in de toekomst van een nuance te voorzien. Je hoort haar vooral op radio en tv, uit de mond van verslaggevers. Nadat zij ons eerst allerlei perspectieven en profetieën omtrent een en ander hebben voorgeschoteld, zeggen ze graag: 'We gaan het zien', als om de hele boel weer te relativeren.

Het kan zijn dat men mij een purist of een conservatief in taalzaken vindt, maar het is mijns inziens zaak om je, ondanks de beweeglijkheid van taal, niet te laten meeslepen door allerlei modieuze gewoontes. Hetzelfde geldt voor het in reclameboodschappen opeten van boterhammen zonder ze eerst in partjes te snijden of het plaatsen van oude deuren en panelen in nieuwe huizen om deze de schijn van historie te geven.

Ik verbeeld me niet dat ik met deze en andere culturele bezwaren de geschiedenis kan bezweren en 'duh', 'doei' en 'meuk' kan uitroeien, maar zoals de Romeinen reeds zeiden: ut desint vires tamen est laudanda voluntas, oftewel: al ontbreken de krachten, toch valt de wil te prijzen, een olympische gedachte die de mensheid nog altijd siert.

Meer columns van Rob Schouten leest u hier.

Deel dit artikel