Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schone soja uit de Betuwe

Home

KEES DE VRÉ

De eerste Nederlandse sojaoogst van boer Van Kessel is direct opgekocht. De voedingsindustrie zoekt naarstig naar regionale sojabonen die niet genetisch zijn veranderd.

Op een dag, afgelopen oktober, staat een man voor de deur van Hans van Kessel. "Hij kwam rechtstreeks uit Wenen en wilde na het aanschouwen van mijn gewas de hele soja-oogst hebben." De akkerbouwer uit het Betuwse Erichem is er nog een beetje beduusd van. "Het ging om een eerste oogst van 6000 kilo uit een proefproject. Zo'n hoeveelheid is nogal weinig voor hem. Daar komt de man helemaal voor uit Wenen. Kennelijk is de nood erg hoog."

De Oostenrijker bleek inkoper van Mona Naturprodukte, producent van dranken, yoghurts en toetjes op basis van soja, die niet genetisch is veranderd en ook regionaal geteeld is. Een groeiende groep Europese voedingsconcerns is naarstig op zoek naar die soja. De consument vraagt enerzijds steeds meer naar plantaardige eiwitten. Het is niet alleen gezonder maar ook duurzamer. Soja is nu vooral veevoer om vlees mee te produceren. Maar omdat de omzetting van plant naar vlees nogal inefficiënt is - voor elke kilo vlees is gemiddeld vijf kilo soja nodig, waarvoor ook nog eens vele bossen worden gekapt - kan de mens het eiwitrijke soja beter zelf consumeren, als zuivelvervanger en als basisingrediënt in soepen, sauzen, koekjes, toetjes en vele andere bewerkte levensmiddelen.

Anderzijds is 85 procent van alle soja die in de wereld wordt geteeld genetisch veranderd. In Europa is dat omstreden. Maar gentech-vrije soja is er amper en Europa kan maar voor een procent of drie voldoen aan de eigen vraag. Frankrijk, Italië en Hongarije zijn de leveranciers. De grote stroom komt uit Noord- en Zuid-Amerika, maar dat is bijna allemaal gentech-soja. Reden voor de Europese Commissie om de eigen sojateelt flink te willen opvoeren.

Goed voor de akker
Ook in Nederland is, in 2011, door de vleessector afgesproken (het Verbond van Den Bosch) dat in 2020 de helft van het veevoer uit Europa moet komen. De boerencoöperatie Agrifirm heeft afgelopen jaar met tien van zijn akkerbouwers een proef gedaan met de eerste sojateelt in Nederland. Hans van Kessel is er een van.

"Soja is eigenlijk heel goed voor de akkerbouw, als wisselteelt. Het is een vlinderbloemige die stikstof uit de lucht bindt en zo de bodem nieuwe voeding geeft. Daarom is er geen kunstmest nodig en is de teelt ervan behoorlijk duurzaam", zegt Van Kessel aan zijn keukentafel, uitkijkend op de fruitbomen waarmee hij pruimen en peren teelt. "Aardappelen, uien en suikerbieten vragen bijvoorbeeld veel meer voeding en dragen in negatieve zin bij aan de vruchtbaarheid en bewerkbaarheid van de bodem. Ik heb te veel van die 'rooivruchten' geteeld, waardoor de vruchtbaarheid van mijn bodem achteruit is gegaan. Het bewerken van de grond kost steeds meer pk's en is echt een probleem. Ik voelde dus wel voor die sojaproef. Experimenteren is ook leuk."

Hij teelde vroeger erwten, maar die werden eind jaren tachtig na vrijhandelsonderhandelingen te duur ten opzichte van soja uit Noord- en steeds meer Zuid-Amerika. "Omdat ik veel structuurschade heb opgelopen door het ontbreken van vlinderbloemigen in mijn teeltplan, besloot ik in 2006 weer erwten en capucijners te gaan telen. Maar dat is alleen rendabel als ze voor menselijke consumptie worden gebruikt en er niet te veel telers zijn. Het is maar een kleine markt. Als er honderd telers bij komen, dan is er al te veel aanbod. Daarom heb ik met twee hectare meegedaan met die sojaproef."

Dat het soja is geworden en niet de oer-Hollandse erwt ligt volgens Van Kessel aan de inmiddels grote 'soja-gerichtheid' van de veevoer- en humane voedingsindustrie. "Soja kent men in de voeding door en door. Het wordt als derivaat bijna overal in gebruikt. Andere eiwitgewassen als erwten en lupine verschillen nogal van soja en zijn daarom lastig op de schaal die nodig is te herintroduceren."

Van Kessel kijkt met gemengde gevoelens terug op de proef. Ten eerste is het Nederlandse klimaat soms te kil voor soja. "Ik twijfelde daar van tevoren al een beetje over. De bodemtemperatuur moet minimaal 10 graden zijn om te zaaien en te groeien. Dat betekent in april, soms in mei pas zaaien. Met een groeiperiode van 180 dagen zit je dan al in eind oktober en heb je erg weinig droge dagen over om te oogsten. Bij de proef ging het goed, maar het is nogal risicovol."

Te hoge oogstmachines
Dan de gewasbescherming. Daar zijn nauwelijks toegelaten middelen voor, omdat soja een voor Nederland onbekend gewas is. "En voor de gewasbeschermingsfirma's is het voor een klein gewas niet rendabel om toelatingen aan te vragen", voegt Van Kessel daaraan toe. "De nu toegepaste middelen zijn niet optimaal."

De sojaplant blijkt aan de onderkant dicht tegen de grond ook nog veel bonen te produceren. De oogstmachines komen echter op 6 tot 7 centimeter boven de grond. "Dat scheelt al gauw 400 kilo op een hectare, zo is gebleken. Ik haalde van een hectare 3000 kilo af, dan mis je dus al gauw zo'n 13 procent. Dit probleem en dat van de gewasbescherming lijkt me een mooie zaak voor zaadveredelaars. Als ze dat kunnen oplossen, kunnen wij akkerbouwers klappen maken. Maar ze willen nog niet, want er is geen markt. Daarom hebben we een vliegwiel nodig."

Van Kessel haalde 3 ton soja van een hectare af. Gemiddeld oogstten de tien deelnemende boeren 2,7 ton. "Dat is netjes, want dat is vergelijkbaar met de opbrengst in Brazilië. Wij Nederlandse akkerbouwers vergelijken echter met de opbrengst van wintertarwe. In dat geval moet de opbrengst per hectare soja wel naar 4,5 ton, wil het rendabel zijn."

Einde experiment? "Nee, we gaan opschalen en hopen dat die Oostenrijker en anderen volgend jaar opnieuw voor mijn deur staan. Kopers moeten wel een mooie premie bovenop de wereldmarktprijs betalen wil het uitkunnen."

Nederland importeert soja om het weer als vlees te exporteren
Op iets meer dan 1 miljoen km2 wordt in de wereld 265 miljoen ton aan sojabonen geteeld (cijfers 2011). De VS alleen al nemen daarvan een derde (91 miljoen ton) voor hun rekening. Brazilië en Argentinië zijn goede tweede en derde. Europa is met een productie van 1 miljoen ton een zeer kleine speler. Het eiwitrijke soja is een gewild product en neemt snel in populariteit toe. Een groot deel van de productie wordt daarom wereldwijd verhandeld. Brazilië is de grootste exporteur, China de grootste importeur. De boten met soja die als veevoer van Brazilië richting China gaan, vormen de grootste handelsstroom ter wereld.

Slechts 6 procent van de productie wordt omgezet in sojaproducten als tofu, sojamelk en vleesvervangers. De rest wordt verwerkt tot meel en olie. De meel wordt omgezet in veevoer, de olie gaat in levensmiddelen, cosmetica, wasmiddelen en steeds meer in biodiesel.

Europa importeert 37 miljoen ton waarvan een kwart - 8,7 miljoen ton - alleen al naar Nederland gaat. Daarvan gaat 80 procent Nederland weer uit, meestal in de vorm van rund-, varkens- en kippevlees, eieren en zuivel. De eigen sojaconsumptie bestaat eveneens vooral uit deze veeteeltproducten.

Vanwege de stijgende vraag naar soja worden in Zuid-Amerika steeds meer stukken regenwoud en savanne gekapt en geschikt gemaakt voor de landbouw. Om deze toenemende milieuschade tegen te gaan, worden pogingen gedaan door bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties om de productie te verduurzamen. Dat lukt nog maar mondjesmaat. Slechts 7 procent van de totale productie is duurzaam.

De gegevens zijn ontleend aan de Sojabarometer 2012. Meer informatie: www.bothends.org



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie