Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scholieren scoren slecht op burgerschap

Home

Hanne Obbink

Kan dat waar zijn? Dat scholieren in Guatemala en Italië meer weten over democratie en vaardigheden die bij burgerschap horen dan Nederlandse scholieren? Zeker kan dat. Net zo goed als dat Nederlandse leerlingen op het gebied van taal en wiskunde zijn ingehaald door Singapore en Japan, zoals anderhalf jaar geleden bleek uit een internationale vergelijking. Soortgelijk onderzoek, onder scholieren van veertien jaar, is uitgevoerd op het gebied van burgerschap. Landen waarvan niemand het verwachtte, voeren de ranglijst aan; Nederland is hekkensluiter.

Wat doen Guatemala of Italië zo hoog op die lijst? En waarom staat Nederland zo laag? De onderzoekers die de lijst hebben opgesteld, kijken vooral naar Europa en zien nauwelijks een patroon. Landen als Italië, Griekenland en Spanje zijn ooit door dictators geregeerd, opperen zij, en daarom slaan jongeren in deze landen het belang van democratie en burgerschap misschien hoger aan. Maar wat doet Tsjechië, ook nog niet lang een democratie, dan onderaan de lijst? En als een lange geschiedenis van democratie leidt tot onverschilligheid, waarom scoort Noorwegen dan zo goed?

Ralf Maslowski, als onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen betrokken bij het verzamelen van de gegevens, ziet dan ook weinig in deze verklaring. Hij oppert iets anders: "Misschien komt het omdat burgerschap in de lagere klassen van de middelbare school nog niet veel aandacht krijgt. Misschien maken Nederlandse scholieren in de hogere klassen wel een inhaalslag."

Kan zijn, denkt Anne Bert Dijkstra. Hij doet als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de sociale opbrengsten van onderwijs. "Burgerschap is nog maar sinds 2005 verplicht op school, en het onderwijs op dat gebied ontwikkelt zich traag."
Maar, vraagt Dijkstra zich af, zeggen de lage Nederlandse scores iets over het onderwijs of over de samenleving als geheel? "Over de invloed van school op de houding van scholieren tegenover maatschappelijke kwesties weten we weinig."

Burgerschap moet hoger op de onderwijsagenda, zegt Dijkstra. "Maar de school moet zich richten op zaken waar ze het verschil kan maken. En is dat dan op het gebied van kennis of ook van houding?"

'Extreme' opvattingen over migranten
'Als er politieke kwesties worden besproken, heb ik meestal wel iets te zeggen.' 'Als ik volwassen ben, ga ik zeker stemmen.' 'Kinderen van migranten moeten op school dezelfde kansen krijgen als anderen.'
Met dit soort stellingen zijn in 38 landen de kennis en vaardigheden van scholieren gepeild op het gebied van burgerschap.

In Nederland zijn scholen verplicht actief burgerschap te bevorderen. Met die term wordt gedoeld op 'de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren', zoals het in de toelichting op de wet heet.

In het internationale onderzoek is allereerst in kaart gebracht of scholieren de kennis hebben die daarvoor nodig is. Maar ook of zij de waarden en normen hebben die passen bij goed burgerschap. Behalve als het om kennis gaat, scoren Nederlandse scholieren over de hele linie slecht. 'Extreem' noemen de onderzoekers zelfs hun opvattingen over migranten. In geen enkel ander land staan scholieren zo negatief tegenover gelijke rechten voor hen.

Deel dit artikel