Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scherm even op zwart

Home

Hinke Hamer

Een zwart televisiebeeld is zelden een goed teken. Meestal is er sprake van storing, nooit is het scherm zwart met een bedoeling. Zelfs de Nationale Dodenherdenking op 4 mei is nog van beelden voorzien. En toch, zegt Gijs Pelser, is er tussen het lawaai dat de televisie over ons uitstort, soms behoefte aan zwart.

Vorig jaar bedacht Pelser, marketingmanager van uitvaartonderneming Yarden, daarom de ’herinneringsminuut’. Op Nederland 1, RTL4, SBS6 en de lokale omroepzenders, werd het beeld op 30 december, om even voor acht, een minuut lang zwart. Het zwarte scherm wist drie miljoen kijkers te trekken, van wie twee miljoen mensen, naar eigen zeggen, ’actief meededen’ in het herdenken van dierbaren die hun het afgelopen jaar waren ontvallen. Vanavond wordt de herinneringsminuut herhaald. Vorig jaar werd die ingeleid door Ursul de Geer, vanavond valt de eer te beurt aan Robert ten Brink.

„De minuut voorziet in een behoefte”, zegt Pelser (1968). „Nog steeds worden de namen van overledenen in de kerk voorgelezen, maar niet iedereen voelt zich nog met de kerk verbonden. Er zijn nieuwe herdenkingsvormen ontstaan: bermmonumentjes, lokale bijeenkomsten, ceremonies. In dat rijtje past ook deze herinneringsminuut.”

Rouwen vindt gefaseerd plaats, zegt Pelser. En uit de rouwtheorie is bekend dat veel nabestaanden na enige tijd last krijgen van een schuldgevoel. „Na een half jaar denken veel mensen niet meer dagelijks aan de overledene. Dat ’hoort eigenlijk wel’, vinden zij zelf. Met deze minuut krijgen zij een kans om nog eens bij hun dierbaren stil te staan.” 

Dat de rouwminuut niet in juli wordt uitgezonden, maar in december, heeft een reden. „De donkere dagen rond Kerst roepen veel emoties op. Op allerlei manieren komt de herinnering aan overledenen terug en daar haakt een aanwijsbaar rouwmoment op in.” 

Vorig jaar zette Stichting Korrelatie op 30 december extra hulpverleners bij de telefoon, omdat zij verwachtten dat zich na de herinneringsminuut veel mensen zouden melden. „Maar”, zegt Pelser, „er kwamen nul telefoontjes binnen. Kennelijk werden de emoties in huiselijke kring goed opgevangen.” 

Toch is niet iedereen overtuigd van het nut van nog een nationaal rouwmoment. Op Twitter wordt al gesproken over ’ontwaarding van de rouwverwerking’. Pelser begrijpt de sceptische reacties wel, maar refereert aan de twee miljoen mensen die het vergeetminuutje vorig jaar wel omarmden. Dat de minuut geforceerd zou zijn, verwerpt hij eveneens. Zelf zit hij vanavond ook met vrouw en kinderen voor de televisie. „Ik denk aan mijn overleden oma, mijn vrouw aan die van haar. En nadien praten we na. Daar is niets zwaars aan. Het zwarte scherm biedt een prettige aanleiding om het nog eens over hen te hebben.”

Deel dit artikel