Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scheepvaart-archeologen willen verhalen vertellen

Home

Willemien Groot

In de IJssel bij Kampen werd vorig jaar in zijn geheel een middeleeuws koggeschip boven water gelicht. © ANP

In de zeevarende natie Nederland staat de maritieme archeologie op een laag pitje. Volgende maand komen maritiem archeologen en het bedrijfsleven bij elkaar om het vakgebied nieuw leven in te blazen.

Op land, in de binnenwateren, maar vooral in de bodem van de Noordzee en de Waddenzee staat de toekomst van de scheepswrakken op het spel. Onder de zeebodem liggen er honderden, misschien wel duizenden. Door sterke stromingen en verschuivende zandbanken en geulen komen de wrakken bloot te liggen en gaan ze rotten. Op land is de situatie niet veel beter door de invloeden van landbouw en drainage. Alleen al in de provincie Flevoland zijn 430 scheepswrakken gevonden. Daarvan liggen er nog tachtig in de bodem.

Lees verder na de advertentie
Alleen al in de provincie Flevoland zijn 430 scheepswrakken gevonden. Daarvan liggen er nog tachtig in de bodem

Erfgoedbeheer

"Scheepswrakken vertellen zoveel interessante verhalen", zegt André van Holk, bijzonder hoogleraar Maritieme archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker bij het Nieuw Landmuseum in Lelystad. "We onderzoeken niet alleen het schip zelf, zoals de bouw en gebruikte houtsoorten, maar we kijken ook naar de lading die het vervoerde, de gebruiksvoorwerpen en persoonlijke bezittingen van de bemanning."

Van Holk is een van de initiatiefnemers van de conferentie. Hij ondervond persoonlijk hoe moeilijk de sector het heeft. Nieuw onderzoek met zijn studenten naar een scheepswrak bij Rutten in de Noordoostpolder, kreeg hij financieel niet rond. Alleen nog dit jaar zal hij studenten begeleiden, daarna eindigt zijn aanstelling aan de RuG. De sector zit vol plannen, wensen en ideeën, maar er is gebrek aan geld en interesse. "In het onderwijs, maar ook bij gemeenten en provincies. Terwijl de archeologie als geheel floreert", zegt Van Holk.

Hij is daarom blij met de oproep vorige maand van de vijf kustprovincies aan het kabinet. Die willen meer aandacht voor de bescherming van de scheepswrakken in de Noordzee en de Waddenzee. Door de jaren heen is fors bezuinigd op maritiem onderzoek. Van 2012 tot en met 2015 kende Nederland het Maritiem Programma, opgezet door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed , met als belangrijkste doel de achterstand ten opzichte van archeologie op land in te halen. Vooral op het gebied van de bescherming van maritiem cultureel erfgoed. Het programma kreeg na de beëindiging geen vervolg. Dit gebrek aan continuïteit is dodelijk voor de wetenschap, zegt Van Holk. Gemeenten en provincies zijn nu zelf verantwoordelijk voor het beleid, maar zijn huiverig om geld vrij te maken voor waterbodemonderzoek. Want onderwaterarcheologie is duur.

In de landen om ons heen is maritieme archeologie beter geregeld. Daar neemt de rijksoverheid de ver­ant­woor­de­lijk­heid

André van Holk, bijzonder hoogleraar maritieme archeologie

Visie

In de landen om ons heen is maritieme archeologie volgens hem beter geregeld. Daar neemt de rijksoverheid de verantwoordelijkheid door onderzoeksschepen te financieren en duikteams te ondersteunen. Zijn hoop is daarom gevestigd op het ministerie van OCW. "We hebben het kabinet nodig om een onderzoeksagenda op te stellen. Dan kunnen lokale bestuurders op basis van vastgestelde criteria besluiten wat er met een wrak moet gebeuren. Lichten of conserveren. We hoeven niet ieder wrak naar boven te halen. Daar hebben de musea de ruimte niet eens voor. Maar we moeten wel weten waar ze liggen en de vindplaatsen goed documenteren." 

Er is geen gezamenlijke visie, zegt ook Wouter Waldus, maritiem archeoloog bij ADC Maritiem. "Scheepswrakken halen het nieuws als we ze vinden. Maar die vormen slechts een fractie van het totaal. Wij gaan pas zoeken als er een 'verstoorder' is. Grote gebieden zijn nog niet geïnventariseerd."

ADC Maritiem kreeg wereldwijd bekendheid door de ontdekking en de berging van een 15de-eeuws koggeschip uit de IJssel bij Kampen. Het scheepswrak was in 2010 ontdekt met sonarapparatuur bij de voorbereidingen van Rijkswaterstaat om de rivier te verdiepen. "De IJsselkogge was voor ons een unieke vondst", zegt Waldus. "Maar die is te danken aan een dreigende verstoring van de bodem waardoor we archeologisch onderzoek moesten doen. Anders had niemand geweten dat het schip daar lag."

We hoeven niet ieder wrak naar boven te halen. Daar hebben de musea de ruimte niet eens voor

André van Holk, bijzonder hoogleraar maritieme archeologie

Met sonarapparatuur zijn de meeste wrakken vrij eenvoudig te lokaliseren. En de bescherming is technisch mogelijk door ze te bedekken met een stevig doek of gaas. "Ik zou willen dat er een fonds komt met bijdragen van het Rijk, private partners en bijvoorbeeld de Nationale Postcodeloterij. Of maak capaciteit vrij om een volledige en weloverwogen inventarisatie te maken", zegt Waldus. "Pas bij een compleet beeld van onze bodemschatten kunnen we gefundeerde beslissingen nemen. Welke wrakken beschermen we en welke niet? En welke vindplaatsen zijn interessant genoeg voor verder archeologisch onderzoek? Dat overzicht hebben we nodig."

Samenwerken

Toch moet de sector ook de hand in eigen boezem steken, vindt hij. "Maritieme archeologie is een jonge discipline die prachtige verhalen kan vertellen. Maar we slagen er niet in om aansluiting te vinden bij andere onderzoeksvelden: de maritieme historie en de museumwereld. We kunnen geen compleet project laten zien, want de meeste vondsten liggen in depots. De twintig Nederlandse musea met maritiem archeologische voorwerpen zouden bij elkaar moeten gaan zitten. Samen kunnen we een veel beter verhaal vertellen."

Waldus vindt bijval bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. "Wij hebben geen duikers, wel veel kennis", zegt Vera Carasso, plaatsvervangend directeur Collecties. "Het zou mooi zijn als alle musea en deskundigen zich verenigen in een groot netwerk. Dat zou helpen de sector beter op de kaart te zetten." Het Scheepvaartmuseum wil daarom actiever naar buiten met de expertise van de conservatoren en de grote historische bibliotheek die het beheert. 

Plannen 

Zowel hoogleraar André van Holk als maritiem archeoloog Wouter Waldus staat te popelen. "De vondsten in Flevoland zijn misschien minder spectaculair dan de replica van een VOC-schip", zegt Van Holk. "Maar we vergeten dat Amsterdam in de Gouden Eeuw zonder de binnenvaartvloot nooit zo snel had kunnen groeien. Die schepen leverden de materialen en het voedsel. Dat kunnen we laten zien met digitale reconstructies van schepen en maquettes. Je hoeft een schip niet te lichten om het onderwerp te laten leven." 

Waldus gaat een stapje verder: "Ik droom er weleens van een historische vlootschouw te organiseren die onze hele maritieme geschiedenis laat zien. Van de allereerste boomstamboot tot het grootste VOC-schip."

Bescherming Nederlands bodemarchief

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de bescherming van het Nederlandse bodemarchief stap voor stap geregeld. Daarbij is er geen verschil in cultureel erfgoed op land of in het water. Bij grondverstorende activiteiten, zoals een bouwproject of baggerwerkzaamheden, is archeologisch bodemonderzoek door een gespecialiseerd bedrijf verplicht. Dit wordt betaald door de opdrachtgever van het project. Als er historische resten worden gevonden, krijgt de 'verstoorder' advies over de berging van de artefacten en het beheer van de vindplaats. Soms wordt een nieuwbouwwijk bovenop de vindplaats gebouwd en soms eromheen. Zoals in Lelystad waar een scheepswrak, goed afgedekt, in het midden van de wijk ligt. Dit beheer is vastgelegd in het zogenoemde Verdrag van Malta dat Nederland in 1992 ondertekende. Het Verdrag voorziet niet in de bescherming van historisch erfgoed als er geen sprake is van bodemverstoring. Daar gaat het volgens de betrokkenen mis. Bij natuurlijke degradatieprocessen, veroorzaakt door bijvoorbeeld zeestromingen, is bestaat geen wettelijke verplichting scheepswrakken te onderzoeken en te beschermen. Daardoor gaan ze verloren. Zelfs als de vindplaats bekend is, leidt conservering op locatie, zogeheten in situ-beheer, tot aftakeling. Er is onvoldoende geld om alle wrakken goed af te dekken en vervolgens te controleren of de afdekking intact blijft.

Voor het eerst in circa 600 jaar zeilde er in 1998 een originele Kamper Kogge op het IJsselmeer. © ANP

Deel dit artikel

Alleen al in de provincie Flevoland zijn 430 scheepswrakken gevonden. Daarvan liggen er nog tachtig in de bodem

In de landen om ons heen is maritieme archeologie beter geregeld. Daar neemt de rijksoverheid de ver­ant­woor­de­lijk­heid

André van Holk, bijzonder hoogleraar maritieme archeologie

We hoeven niet ieder wrak naar boven te halen. Daar hebben de musea de ruimte niet eens voor

André van Holk, bijzonder hoogleraar maritieme archeologie