Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scepsis over impuls voor 'groen' beleggen

Home

KOOS SCHWARTZ

AMSTERDAM - Particulieren hoeven geen inkomstenbelasting meer te betalen over rente en dividend uit 'groene' beleggingen. Ook 'groen' sparen wordt beloond. Maar wat is 'groen'? Is voordeel weggelegd voor mensen die hun geld al milieuvriendelijk hebben belegd? Komt er een keur aan nieuwe 'groene' beleggingsfondsen? Of gaat het om een paar biodynamische peanuts?

Het plan om 'groene' investeerders en beleggers een financieel zetje in de rug te geven is afkomstig van drie voormalige PvdA-Kamerleden: Vermeend (inmiddels staatssecretaris van financiën), Melkert (minister van sociale zaken) en Van der Vaart (hoofd btw op het ministerie van financiën).

Op hun initiatief werd in juli de Wet op de Inkomstenbelasting gewijzigd en werden de contouren van het zetje vastgelegd. Het voornaamste nadeel van 'groene' beleggingen - een laag rendement - moest worden opgevangen door een voordeel: geen belasting over rente en dividend op 'groene' investeringen. Deze week maakte het paarse kabinet bekend hoe het het initiatief van de drie sociaal-democraten gaat uitvoeren en aan welke voorwaarden projecten en instellingen moeten voldoen, willen zij het stempel 'groen' krijgen.

Op het oog lijken heel wat projecten dat stempel in de wacht te kunnen slepen. Dat geldt bijvoorbeeld voor projecten die gericht zijn op het ontwikkelen en in stand houden van bossen, natuurgebieden en gebieden met landschappelijke waarde. Ook projecten op het gebied van de biologische landbouw en milieuvriendelijke vormen van energie-opwekking (zoals hout, aardwarmte, zonnecollectoren, wind en fotovoltaïsche cellen) betitelt het kabinet als 'groen'. Daarnaast komen alle projecten in aanmerking die naar het oordeel van de minister van Vrom “in het belang zijn van het milieu, waaronder natuur en bos.”

Honderdjes

Ondanks deze ruim ogende definitie is het zeker niet zo dat iedereen die een paar honderdjes op milieuvriendelijke wijze heeft belegd, daar de fiscale vruchten van kan plukken. Integendeel. Een eerste restrictie is dat het fiscale voordeel alleen betrekking heeft op investeringen en beleggingen in projecten die na 13 juli 1994 (de dag dat het aangenomen wetsvoorstel van de drie PvdA'ers in de Staatscourant werd gepubliceerd) van start zijn gegaan. Verder moet het gaan om projecten die in Nederland worden uitgevoerd en die net rendabel zijn. Zowel onrendabele als zeer rendabele projecten komen niet in aanmerking. Wie geld heeft gestoken in teak-plantages in Costa Rica, komt dus niet in aanmerking voor het fiscale zetje in de rug.

Naast de projecten moeten ook de krediet- en beleggingsinstellingen aan voorwaarden voldoen om het groene stempel te verkrijgen. Een eerste voorwaarde is dat de instellingen onder toezicht moeten staan van de Nederlandse Bank. Een tweede eis is dat zeventig procent van de kredieten die een instelling verstrekt, betrekking moet hebben op 'groene' projecten. Voor beleggingsfondsen geldt eenzelfde voorwaarde: zeventig procent van het belegde vermogen moet in 'groene' projecten (in de zin van de wet van Vermeend, Melkert en Van der Vaart) zijn belegd.

Die laatste restrictie betekent dat een aantal, als groen bekend staande, beleggingsfondsen niet groen genoeg is om van de nieuwe wet het stempel 'groen' te krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Aandelenfonds van de Algemene Spaarbank Nederland (ASN) en het Andere Beleggings Fonds. Hoewel ASN geen aandelen koopt van bedrijven die het milieu zwaar belasten, zijn de criteria die de bank hanteert, minder scherp dan die van de wet.

M. Negeman van ASN bevestigt dat. “Wij selecteren uit de op beurs genoteerde bedrijven en hebben relatief veel aandelen in dienstverlenende bedrijven en uitgeverijen.” Negeman is “niet laaiend enthousiast” over de nieuwe wet. “Het is een stap vooruit en kan op termijn een stimulans betekenen voor andersoortige beleggingsfondsen. Maar de effecten zullen op korte termijn niet groot zijn, zeker niet omdat rente en dividend op beleggingen in oude projecten niet in aanmerking komen voor vrijstelling van inkomstenbelasting.”

Biologisch

De op antroposofische grondslag gestoelde Triodos-bank verwacht dat twee van haar op de beurs genoteerde fondsen wel in aanmerking komen voor de nieuwe wet. Zowel het in 1990 opgerichte Biogrond beleggingsfonds, dat grond opkoopt die in erfpacht wordt uitgegeven aan boeren die biologische landbouw bedrijven, als het in 1993 gelanceerde Windfonds, dat investeert in windenergie-projecten, sluiten inhoudelijk gezien naadloos aan bij de nieuwe wet. Het feit dat alleen projecten van na 13 juli 1994 in aanmerking komen voor de 'groen-regeling' ziet Triodos-woordvoerder Steiner niet als een probleem: “Wij verwachten dat we genoeg nieuwe projecten in de fondsen kunnen onderbrengen.”

Triodos hoopt klanten in de nabije toekomst ook de mogelijkheid te bieden om belastingvrij te sparen. De huidige spaarrekening van Triodos voldoet niet aan de strenge eisen van de wet. Steiner: “We gaan kijken of we speciale groepen kredieten kunnen isoleren en die vervolgens kunnen koppelen aan een spaarprodukt.”

Ook andere banken en beleggingsinstellingen bezien momenteel of soortgelijke initiatieven mogelijk zijn, zegt P. Sprengers van het Centrum voor Energiebesparing, die de wetgeving over 'groen' beleggen op de voet heeft gevolgd. Volgens hem kan de regeling aardige gevolgen hebben. Een 'groen' fonds dat vier procent dividend uitkeert, is voor de belegger net zo interessant als een normaal fonds dat tien procent uitkeert, tenminste als die belegger in de hoogste belastingschijf zit.

Sprengers wijst ook op de mogelijkheid dat een bedrijf een aparte BV opricht en daar zijn 'groene' zaken in onderbrengt. Die 'groene' BV kan dan extra aandelen uitgeven. Anderzijds proeft Sprengers nog al wat scepsis bij banken en beleggingsinstellingen: het aantal 'groene' projecten is klein, de rendementen meestal niet hoog.

Die scepsis is bijvoorbeeld aanwezig bij Robeco. “De kapitaalverschaffing voor 'groene' projecten wordt makkelijker. Maar aan de rendementen doet de wet natuurlijk niets”, zegt woordvoerder De Klerk. Hoewel Robeco officieel nog geen standpunt heeft, is niet te verwachten dat de beleggingsmaatschappij zich plotseling op het groen zal gaan storten.

Het kabinet verwacht dat de nieuwe wet ertoe leidt dat er ongeveer een miljard gulden in 'groene' projecten zal worden gestoken. “Het gaat om nieuwe investeringen. Wij hopen daarop en op creatieve oplossingen van banken, bedrijven en instellingen”, zegt een woordvoerder van het ministerie van economische zaken. “De wet is een begin”, zegt Negeman van ASN. De Klerk van Robeco: “Er ligt zo'n 110 miljard gulden bij beleggingsfondsen, zo'n 210 miljard staat op spaarrekeningen en zo'n 250 miljard is belegd in aandelen en obligaties. Dan heb je het met dat ene miljard over biodynamische peanuts.”

Deel dit artikel