Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scandinavië kent lange radicaal-rechtse traditie

Home

Van onze redactie buitenland

Een bij de bomaanslag in het centrum van Oslo vernield overheidsgebouw. ©EPA

Radicaal-rechts heeft in Scandinavië stevig voet aan de grond. In landen waar de politiek van oudsher wordt gedomineerd door sociaal-democratische en gematigd-conservatieve (agrarische) partijen, zijn het relatieve nieuwkomers. Ze hadden kleine voorgangers in de jaren dertig en in de naoorlogse periode, maar ze kregen pas gewicht in de jaren zeventig (Denemarken en Noorwegen) of zelfs de jaren negentig (Zweden en Finland).

De staat is machtig in Scandinavië, en het sociale vangnet ruim. Radicaal-rechts verzette zich dan ook eerst tegen de elite die dit bestel had opgetuigd en tegen de hoge belastingen. De Deense Vooruitgangspartij werd opgericht door een fiscaal jurist, Mogens Glistrup, die later celstraf kreeg wegens belastingontduiking. De Noorse variant heette Anders Lange's Partij voor een sterke vermindering van belastingen, toeslagen en overheidsingrijpen. Een veelzeggende naam.

Verzet tegen immigratie en de multiculturele samenleving kwam op vanaf eind jaren tachtig. Eerst vanwege de komst van grote groepen asielzoekers, later explicieter tegen moslims, vooral na de aanslagen door Al-Kaida. Daar kwam verzet bij tegen Brussel (ook in niet-EU-lid Noorwegen), tegen globalisering, en tegen - paradoxaal genoeg - de ontmanteling van de welvaartsstaat.

In Denemarken kreeg de beweging al direct meer dan tien procent. Nadat Mogens Glistrup in de cel verdween, stuurde Pia Kjaersgaard eind jaren tachtig de partij richting het migrantenthema, vanaf 1995 met haar eigen Deense Volkspartij. Ze krijgt nu meer dan 13 procent van de stemmen, en geeft gedoogsteun aan een minderheidskabinet.

De Noorse Fremskrittspartiet (FrP) bleef daar lang bij achter, maar is sinds eind jaren negentig groter. Sterke man tot 2006 was Carl Hagen, nu is het Siv Jensen. Hagen wist al 22 procent van de kiezers achter zich te krijgen, nu is de partij de tweede van het land. Buiten migratie en belastingen, zijn ook de hoge prijzen (van drank, eten en benzine) een stemmentrekker. Ook krijgt de partij steun vanwege haar aandacht voor ouderen. Regeringsverantwoordelijkheid zit er echter niet in, de andere partijen weigeren.

In Finland bereikten de Ware Finnen (Perussuomalaiset) van Timo Soini pas dit jaar hun hoogtepunt door als derde te eindigen met ruim 19 procent. Daarmee doorbraken ze de dominantie van de traditionele drie. Hun verzet tegen Brussel (en tegen financiële steun aan zuidelijke landen) stond centraal. Ze zijn echter in de oppositie gebleven.

Minst invloedrijk is radicaal-rechts in Zweden. Er waren in de jaren tachtig Nieuwe Democraten die 7 procent haalden, maar die partij viel weer uiteen. Pas in 2010 wonnen de ideologische opvolgers, de Zweden Democraten van Jimmie Akesson, 20 van de 249 zetels in het parlement. Zweden kende wel opvallende racistische incidenten. Zo nam een schutter in Malmö maandenlang buitenlanders onder vuur, een herhaling van een vergelijkbare serie in de jaren negentig. De laatste schutter doodde er een, voordat hij in december werd gearresteerd.

De Scandinavische politieke bewegingen zelf zijn tegen geweld en aanvaard binnen het politieke spectrum, zeker ook de Noorse Fremskrittspartiet, waar Anders Breivik lid van was. Veel standpunten, zoals de kritiek op multiculturalisme, zijn door andere partijen overgenomen.

De laatste jaren klonken wel waarschuwingen dat er in Scandinavië radicalere cellen ontstonden, die via internetfora contact hielden en de radicaal-rechtse partijen te slap vonden. Maar de angst voor terreur was niet groot. Zoals de Politie Veiligheidsdienst in Noorwegen het formuleerde: 'Net als in eerdere jaren zullen extreem-rechtse en extreem-linkse gemeenschappen in 2011 geen serieuze bedreiging vormen voor de Noorse samenleving.'De wereld stond erbij en genoot ervan

Deel dit artikel