Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Samenleving redt zichzelf weer

Home

MAAIKE VAN HOUTEN

Handen uit de mouwen -Trouw liet de afgelopen weken zien hoe de doe-democratie in de praktijk werkt. Het borrelt van de initiatieven, en samen zijn ze een maatschappelijke trend, die aansluit bij een ver verleden.

Ook bij Trouw weet de ene hand weleens niet wat de andere doet. Terwijl de serie over de doe-democratie nog in voorbereiding was, verscheen al het eerste van een aantal verhalen over mensen die met elkaar in hun dorp of stad energie opwekken, en er zelfs, zoals in Groningen, al een bedrijf voor hebben opgericht. Alsof dat geen doe-democratie is!

Deze onverwachte samenloop van omstandigheden dichtbij huis kan worden uitgelegd als een gebrek aan interne coördinatie. Maar evengoed kan de publicatie van de twee series worden gezien als voorbeeld van een bredere maatschappelijke trend, waar de krant makkelijk op meerdere plaatsen verslag van kan doen. Want het gist en borrelt overal van de mensen die niet met de handen over elkaar zitten te wachten op verandering, maar die zelf de mouwen opstropen en aan de slag gaan om hun grotere en kleinere idealen te verwezenlijken, vaak los van de politiek, soms ook met.

Dat kan heel kleinschalig, zoals Leo en Netty Olffers die in hun eigen huiskamer elke ochtend een spreekuur houden voor oudere bewoners van het Haagse Laakkwartier. Het kan in verenigingsverband, zoals CALorie Energie dat in Castricum en omstreken werkt aan energiebesparing en aanschaf van zonnepanelen. Het kan ook commercieel, zoals Lex Slaghuis die met zijn Amsterdamse bedrijf gegevens van overheden en bedrijven toegankelijk wil maken voor het grote publiek.

Al dit soort maatschappelijke initiatieven zijn voorbeelden van de doe-democratie die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) propageert in zijn recente rapport 'Vertrouwen in burgers'. Dat is niet alleen een verslag van wat er gebeurt aan de kant van de burger, maar het meldt ook wat ambtenaren en welzijnswerkers doen en nalaten om die inzet van burgers voor de publieke zaak mogelijk te maken. Martine Vonk doet dat in Friesland, als praktische vraagbaak in een klein dorpje. In de Limburgse gemeente Peel en Maas experimenteert ambtenaar Geert Schmitz met nieuwe verhoudingen tussen burger en overheid, waarbij veel meer aan de burger wordt gelaten dan ooit voor mogelijk werd gehouden.

Voor de WRR zijn dit geen schattige projectjes van mensen die overlopen van goede bedoelingen. Er zit helemaal niets vrijblijvends in de rapportage, sterker, de doe-democratie is volgens de auteur van het rapport, oud-minister Pieter Winsemius, hartstikke urgent - en minister Spies van binnenlandse zaken is dat helemaal met hem eens. Uitgangspunt voor de WRR is dat betrokken burgers essentieel zijn voor een levendige democratie. Eens in de vier jaar stemmen is volstrekt ontoereikend om mensen blijvend warm te laten lopen voor het democratisch bestel.

Er is de afgelopen decennia volop geëxperimenteerd met inspraak. In de ruimtelijke ordening zijn daar standaardprocedures voor gekomen. Maar afgezien van dat concrete resultaat, vindt de WRR de uitkomsten van al die inspraakrondes teleurstellend. "Vooral de aansluiting op de samenleving is zoek." Misschien mag het bij zo'n kritische analyse nog een wonder heten dat het vertrouwen van Nederlanders in de politiek gemiddeld genomen nog heel redelijk is. Maar tegelijkertijd zijn er grote groepen vooral laagopgeleiden die zich gefrustreerd afkeren van de 'zakkenvullers' aan de top. Ook bij diegenen die succes hebben in het leven, zit een deel dat geen enkele band heeft of wil hebben met de politieke en maatschappelijke omgeving. Dat voorspelt weinig goeds.

Want de overheid doet een steeds groter beroep op de burger. Er zijn al miljoenen vrijwilligers en mantelzorgers die voor een ziek familielid zorgen. Het einde van die vrijwillige inzet is nog lang niet in zicht, met als voorlopig hoogtepunt in de discussie het experiment in de omgeving van Gouda om familie van bewoners van verpleeghuizen te verplichten vier uur per maand in het tehuis te helpen. Ook bij maatschappelijke instellingen zijn de tijden van overvloed definitief voorbij.

Het afstoten van overheidstaken naar 'de samenleving' is een kwestie van geld, en van ideologie. Mensen zijn hoger opgeleid en mondig, zij moeten bij problemen niet aankloppen bij de overheid, maar zelf een oplossing verzinnen. Ze zijn zelfredzaam en hebben hun eigen verantwoordelijkheid, voor zichzelf en voor hun omgeving (het CDA heeft daar het woord samenredzaam voor uitgevonden). Zo verandert de samenleving van een verzorgingsmaatschappij in een participatiemaatschappij, een gemeenschap waarin mensen meedoen en meewerken in plaats van dat er voor hen wordt gezorgd. Dat sluit wonderwel aan bij de doe-democratie, waarin burgers zelf aan de slag gaan.

Nadrukkelijk betrekt de WRR maatschappelijke organisaties in zijn analyse. Woningbouwverenigingen, scholen, zorginstellingen zijn soms net zo ondoordringbaar als overheidsinstanties. Niet voor niets wordt er gesproken over een 'verstatelijkt middenveld', de organisaties staan op net zo'n grote afstand van de gebruikers als de overheid van de burgers. En dat terwijl die maatschappelijke organisaties oorspronkelijk juist zijn opgezet door de mensen zelf, vanuit hun wens hun kinderen naar een christelijke school te kunnen sturen, of om gezamenlijk goedkope huurwoningen te kunnen bouwen. Huurders en ouders ervaren corporatie en schoolbestuur niet meer als 'van ons', maar 'van hen'. De natuurlijk band met hun achterban, vaak levensbeschouwelijk ingekleurd, is verdwenen. Daarom is er bij die instellingen net zo'n omslag nodig als bij de overheid, vindt de WRR. Hun professionals moeten ook meer gaan denken vanuit de burger, net als ambtenaren en bestuurders dat zullen moeten doen.

Dat gevoel van vervreemding, 'dat is niet meer van ons', zit ook achter veel van de initiatieven op energie-gebied. De energiebedrijven zijn ooit begonnen als nutsbedrijf, voor het algemene belang. Nu zijn ze geprivatiseerd en grotendeels in buitenlandse handen. Die afstand motiveert mensen zelf het heft in handen te nemen. Berichten over topsalarissen en bonussen versterken dat sentiment. Met de slogan 'van en voor Groningers' sluiten de doe-het-zelvers van Grunneger Power bij dat gevoel aan. Het lokale energiebedrijf belooft de winst te investeren in de regionale economie.

Politiek gesproken past de doe-democratie volgens minister Spies het best bij haar eigen partij, het CDA. De christen-democraten hebben met hun nadruk op de maatschappelijke verbanden waarin mensen leven altijd tegenwicht willen bieden aan het accent van de liberalen op het individu en van de sociaal-democraten op de overheid. Spies ziet de moderne initiatieven vanuit de samenleving als een nieuwe vorm van het maatschappelijk middenveld. "Als christen-democrate voel ik me hier extra bij thuis", zei ze daarover.

Maar ook bij links zijn er stromingen die naadloos aansluiten op dit concept. Sociale bewegingen uit de jaren zestig en zeventig wilden veranderingen afdwingen door te schoppen tegen de overheid, maar ook door alternatieven te laten zien, los van de overheid. Daar kan nu moeiteloos op worden voortgebouwd. Eigenbelang kan trouwens ook een drijfveer zijn, bijvoorbeeld voor het opzetten van een onderlinge verzekering voor zzp'ers, een ander voorbeeld van een oplossing waar geen overheid aan te pas komt. En gezamenlijke aanschaf van zonnepanelen goed voor het klimaat én voor de eigen energierekening.

Spies rekent het minst op bijval van de PVV, de partij die op het gebied van veiligheid en integratie misschien wel meer verwacht van de overheid dan de PvdA ooit heeft gedaan. Anderzijds is de PVV wel de partij, naast de SP, die nog enige aantrekkingskracht uitoefent op de 'maatschappelijk teleurgestelden', die zich uit onvrede terugtrekken op het eigen terrein. Pieter Winsemius is er heilig van overtuigd dat ook die burgers te motiveren zijn om zich in te zetten voor de publieke zaak. Als wordt aangesloten bij de problemen die zij ervaren in hun bestaan moet dat kunnen, denkt het WRR-lid.

Bestuurskundige Roel in 't Veld benadert de kwestie vanaf de andere kant, hij ziet burgerbetrokkenheid als middel om de PVV te bestrijden. Op het festival 'In actie met burgers!' formuleerde hij dat drie jaar geleden zo: "Uitbreiding van burgerparticipatie zou wel eens de beste tegenzet kunnen zijn tegen het opdringend populisme." De gedachte is dan dat mensen die zich niet afzijdig houden van de samenleving maar zich daar samen met anderen voor willen inzetten, minder geneigd zijn op een partij te stemmen die het moet hebben van angst en wantrouwen tegen de elite.

Het demissionaire kabinet van VVD en CDA heeft het rapport van de WRR in een van zijn laatste vergaderingen voor de zomer, omarmd. Bij de presentatie was premier Rutte laaiend enthousiast over de betrokkenheid en creativiteit van de voortrekkers van de doe-democratie. Anders dan Spies, zet hij het concept in het licht van de kleinere overheid.

Is er dan helemaal geen kritiek? Jawel, een beetje. Hoogleraar samenlevingsopbouw Justus Uitermark noemt in het Tijdschrift voor sociale vraagstukken ook nadelen. Zelforganisatie is volgens hem per definitie grillig en ongelijk, continuïteit is niet gewaarborgd. Leo en Netty Olffers kunnen nu een week met vakantie omdat ze een vaste vervangster hebben voor hun huiskamerspreekuur. Maar wat gebeurt er als zij ermee stoppen? De vervangster heeft een betaalde baan, kan zij er elke ochtend twee uur zijn? En is er dan iemand anders die voor haar wil invallen?

Dat zijn reële vragen, en die tellen zwaarder als publieke voorzieningen in handen worden gesteld van vrijwilligers, die ook nog eens steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden. Daar komt bij, zo wordt de levering van diensten afhankelijk van de persoonlijke inzet en betrokkenheid van mensen die geen beloning krijgen anders dan grote dank en veel voldoening. Daar kan weleens minder rek in zitten dan in de instituties, hoe log en afstandelijk ook. Joke Sickmann, die gepassioneerd het oude spoorterrein bij station Amersfoort omtoverde tot een plek voor creatievelingen, is niet voor niks kritisch. Ze heeft veel lol in haar vrijwillige werk, maar zegt ook: "Eigenlijk is het van de gekke dat een wijfie van 80 dit allemaal moet doen."

Vanuit de praktijk kijken ambtenaar Geert Schmitz en meitinker (vraagbaak) Martine Vonk heel anders aan tegen de ongelijkheid die het gevolg zou zijn van zelforganisatie. Voor de overheid is iedereen gelijk, wat de een krijgt, krijgt de ander ook. Vonk merkt dat ze mensen juist níet gelijk moet behandelen: de ene persoon kan nu eenmaal meer dan de ander met hetzelfde gebrek. Volgens Schmitz begrijpen dorpsbewoners heel goed dat een ander dorp wel subsidie krijgt, en zij niet. Die ongelijkheid geeft hen juist meer energie dan dat ze als onrechtvaardig wordt gevoeld, zegt Schmitz.

Interessant is ook een andere waarneming. Op maar liefst 280 plekken hebben mensen zich verenigd om energiezuiniger te leven en energie op te wekken. Anderen, zoals de milieufederaties, zien daar brood in. Zij adviseren via 'HIER opgewekt' die plaatselijke clubs en zij brengen ze met elkaar in contact. In het Drentse Balinge is Duurzaam Balinge zeer sceptisch over die ontwikkeling naar professionalisering. "Het voelt een beetje alsof er een bovenlaag aan het ontstaan is van bestuurders", zegt Ger Nobels van Duurzaam Balinge. En dat is nou weer precies dezelfde kritiek waaruit het hele rapport van de WRR is voortgekomen.

Deel dit artikel