Rutte kan niet zomaar door na afhaken PVV

home

Hans Goslinga

Column

Volgens een Haagse wijsheid is een regeerakkoord al verouderd, zodra de inkt droog is. Daaruit volgt dat eigenlijk al vanaf dag één het vertrouwen tussen coalitiepartijen bepalend is voor het voortbestaan van een kabinet.

Anders gezegd, naarmate de betekenis van de afspraken die vooraf zijn gemaakt relatiever wordt, neemt het gewicht van het vertrouwen toe. Hoe moeten in dit perspectief de overlevingskansen van het kabinet-Rutte worden gewogen?

Van belang is bij deze vraag het buitengewone karakter van het kabinet te betrekken. Ruud Lubbers kwalificeerde het in de ontstaansfase als een 'heel bijzonder minderheidskabinet', maar hij voegde eraan toe: 'Je kunt het ook een bijzonder meerderheidskabinet noemen, een kabinet waarvan één partij geen bewindslieden levert'. Het woordenspel is niet onbelangrijk. Mochten CDA en VVD zich in de komende tijd van hun gedoogpartner, de PVV, willen ontdoen, dan zullen zij alle nadruk kunnen leggen op het minderheidskarakter van het kabinet.

Of het zo ver komt, hangt af van het vertrouwen tussen de drie partijen. In coalitieland Nederland is het de taak van de premier in de vertrouwensrelatie te investeren. Hij moet er in het bijzonder op toezien dat alle partners aan hun trekken komen. Dat is al geen sinecure in een normaal meerderheidskabinet, zoals de afgelopen negen jaar bij herhaling is gebleken; nog lastiger is de opgave in een politieke constellatie waarbij het kabinet op wisselende meerderheden is aangewezen.

Voor premier Rutte is de moeilijkheidsgraad nog wat hoger, nu de gedoogpartner de ruimte is gegeven op een aantal terreinen, zelfs de meest cruciale (de redding van de euro), een vechthouding tegenover het kabinet aan te nemen. Na ruim een jaar kan worden geconstateerd dat de PVV van Wilders van die ruimte voluit gebruikt heeft gemaakt. Rutte heeft dat steeds vergoelijkt met de bezwering 'dat we wisten waar we aan begonnen'. Maar hij kan er als premier, hoe lichtvoetig en luchthartig ook, niet aan voorbij dat de keiharde machtsstrijd die de PVV pal onder zijn ogen voert de vertrouwensrelatie onder zware druk zet.

Het is zeer de vraag of het vertrouwen tussen VVD, CDA en PVV nog voldoende is om straks, voorjaar 2012, afspraken te maken over extra ombuigingen in de overheidsfinanciën. Wilders heeft zijn inzet nu al op tafel gelegd: de ontwikkelingshulp kan zo goed als geheel worden opgedoekt. Met dualisme heeft dat niks te maken. Dat veronderstelt een constructieve houding.

De inzet van Wilders is een provocatie van het CDA, zo niet een regelrechte aanslag op de ziel van deze partij - ook Verhagen wist een jaar geleden waar hij aan begon; zo niet, dan weet hij nu dat Wilders hem in meedogenloosheid overtreft.

Zoveel is duidelijk dat het gedoogakkoord bijna is achterhaald. De kern daarvan was dat de PVV een ombuiging van achttien miljard euro zou steunen in ruil voor een strenger immigratie- en veiligheidsbeleid. Wilders onderkent nu dat het niet zal lukken de Europese Unie mee te krijgen in strengere maatregelen tegen gezinsmigratie. Hij vindt dat Nederland daarom, in navolging van Denemarken, voor een uitzonderingspositie in Europa moet kiezen. Ook die inzet kan moeilijk als constructief worden beschouwd; veeleer markeert het anti-Europese karakter ervan het einde van het gedoogakkoord.

De vraag is of beëindiging van de partiële politieke samenwerking het kabinet zou nopen naar de kiezers terug te gaan. Sinds in de jaren zestig drie kabinetten (Marijnen, Cals en Zijlstra) aantraden op basis van een- en dezelfde verkiezingsuitslag is het gewoonte geworden na een kabinetscrisis de Kamer te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De ratio daarachter was dat het een kwestie van politieke zindelijkheid is een breuk tussen het kabinet en de Kamer(meerderheid) aan de kiezers voor te leggen. Niet een Haagse regentenkamer, maar de stembus moest over de oplossing van het gerezen conflict raad geven.

Zou het kabinet van VVD en CDA met de vaste gewoonte breken, indien het zonder gedoogpartner verder zou willen regeren? Staatsrechtelijk verzet niets zich tegen doorgaan, maar politiek lijkt het een onmogelijke weg. Zo heeft het kabinet door de samenwerking met de PVV een eigen kleur en karakter gekregen, zoals de oude politieke rot Joop van Rijswijk maandag in deze krant schreef. Die kernmerken zijn niet zomaar weg te poetsen.

Bovendien heeft het CDA voor de keuze van de omstreden gedoogpartner een hoge prijs betaald in de vorm van beschadigde mensen, diepe interne verdeeldheid en een ongekende neergang in de kiezersgunst.

Die keuze is daarbij willens en wetens gemaakt, vanuit de strategische overweging dat de PVV moest worden ingekapseld. Het door Balkenende in de verkiezingscampagne bepleite alternatief, een coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie, is in de formatie nooit aan snee gekomen. Aan de Haagse bittertafels wordt nu veel over deze combinatie gespeculeerd, omdat zij begin dit jaar de Kunduz-missie mogelijk maakte, maar zo'n switch brengt een te sterke politieke kleurwisseling mee om geloofwaardig te kunnen zijn.

Het landsbelang en nood der tijden kunnen een wisseling der paarden zonder tussentijdse verkiezingen rechtvaardigen, maar dan zou werkelijk naar een brede basis van constructieve partijen moeten worden gezocht, zoals in de jaren dertig (crisis) en de jaren vijftig (wederopbouw).

Als Rutte een dergelijk bestand van de grond weet te brengen, kan hij net als zijn verre voorganger Cort van der Linden, die tussen 1913 en 1918 onder oorlogsomstandigheden in Europa regeerde, als 'stille tovenaar' de geschiedenis in gaan.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie