Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rubens: De Walt Disney van de 17de eeuw

Home

STEFAN KUIPER

De Hermitage in Amsterdam wijdt een tentoonstelling aan de Antwerpse School. Blikvanger is Peter Paul Rubens, een natuurtalent, als schilder én als ondernemer.

Het kan verkeren. Ergens in 1766 stuit Catharina de Grote, tsarina van Rusland, in de bovenvertrekken van de Hermitage in Sint Petersburg, op een schilderij dat is achtergelaten door haar voorganger, Elisabeth. Het heet De Kruisafneming en toont Christus' levenloze lichaam glijdend als een glimworm door de handen van zijn rouwende nabestaanden; de maker is Peter Paul Rubens.

Catharina is geraakt en besluit een eigen kunstverzameling te beginnen; voortaan, sommeert ze haar diplomaten, moeten ze uitkijken naar zeventiende-eeuwse meesters. Catharina's schilderijenkabinet groeit uit tot een galerij, de galerij tot een museum, en het museum tot een franchise - compleet met satellietvestigingen in Europa en de VS. Nu, een krappe 250 jaar later, toont één van die satellietmusea, de Hermitage in Amsterdam, een tentoonstelling over de Antwerpse School waarin diezelfde Rubens als publiekstrekker fungeert. De Kruisafneming (1618) heeft een ereplaats.

Die tentoonstelling is ambitieus. Zij omvat 75 schilderijen plus een stuk of twintig tekeningen en beslaat een dikke eeuw kunstgeschiedenis. In die periode veranderde Antwerpen, centrum van de zestiende-eeuwse kunstwereld van een bloeiende metropool in een armoedige stad geteisterd door oorlog, honger, inquisitie, raden van beroerten en andere ellende.

De getoonde werken zijn groot en de variatie is enorm - Vlaanderen, adel, hof, kerk, contrareformatie etcetera. Er zijn exuberante stillevens, groezelige herberginterieurs; ijle vergezichten; Caravaggisten en Italianisten hangen broederlijk naast elkaar. Loop rond en je ziet het beste van een generatie, of beter misschien: het beste van een scene. Deze kunstenaars werkten samen, streden om dezelfde opdrachten, waren lid van hetzelfde gilde (St. Lucas); wie weet deelden ze dezelfde vriendinnen.

Op de Antwerpse apenrots was Peter Paul Rubens (1577-1640) het alfamannetje. Hij maakte 3000 schilderijen, sprak zes talen vloeiend: Engels, Duits, Frans, Nederlands, Spaans, Latijn. Hij werd geboren in een rijk juristenmilieu; zijn vader was adviseur (en minnaar) van Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje. Als jongeman maakte Rubens een grande tour en ontmoette zo'n beetje iedereen van naam. In Italië werd Vincenzo I Gonzago, de hertog van Mantua, zijn beschermheer en mecenas. Aan het Spaanse hof gooide hij hoge ogen met een ruitersportret van de Hertog van Lerma. Hij reisde naar Rome, zag Michelangelo's Sixtijnse kapel en de schilderijen van Carvaggio. Toen hij in 1608 terugkeerde naar zijn woonplaats Antwerpen, brandde hij van ambitie.

De timing was perfect. De beeldenstorm had kerken verwoest en verweesd achtergelaten. Infanta Isabella was landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden en zocht een schilder die de grandeur van de Habsburgse macht én de contrareformatie op ondubbelzinnige wijze kon uitdragen. Rubens was geknipt voor de taak. 'Ieder heeft zijn gave', schreef hij aan een correspondent, 'mijn talent is zodanig dat geen enkel werk - hoe omvangrijk ook in aantal en verscheidenheid in onderwerpen - ooit mijn krachten te boven is gegaan.'

Dat klonk als grootspraak, maar dat was het niet. Met altaarstukken als De Kruisafname en De Kruisdraging (die uit Antwerpen, niet die in de tentoonstelling ) zette Rubens de B in barok en schiep de blauwdruk voor het soort historiestuk dat we nu nog steeds Rubensiaans noemen: episch, theatraal, polemisch, geladen met allegorie en klassieke subteksten. Rubens' werken waren groots, want zijn talent was groots. In de zeventiende eeuw (en ver daarna) kende hij zijn gelijke niet.

Op een schilderij als De Vereniging van Aarde en Water: De Schelde en Antwerpen (1618), het mooiste uit de wat schrale selectie doeken waarmee Rubens op de tentoonstelling is vertegenwoordigd (waarom geen bruiklenen gezocht?), is wel iets van Rubens' ambities en nationalisme terug te vinden. Het schilderij toont Aarde en Neptunus die het boven een leegstromende kruik op een akkoordje gooien. Daaromheen: een riviergod, een hoorn des overvloed, een wat sneue tijger.

Je kunt zo'n doek op verschillende manieren bekijken. Als een erotische toenadering van twee figuren uit de klassieke oudheid. Allegorisch: als een illustratie van het zestiende-eeuwse motto: ex pace ubertas: vrede brengt overvloed voort. Nationalistisch: als een oproep om de Schelde (hier gesymboliseerd door die kruik) die was afgesloten door de Hollanders, te bevrijden. Rubens bedreef propaganda. Antwerpenaren pikten dergelijke boodschappen direct op.

Rubens maakte zulke doeken niet alleen. Hij hield atelier in een palazzo aan de Wapper (afgekeken van de hertog van Mantua) en had de beschikking over tientallen assistenten met specialismen als landschap of stilleven. Er bestaan gesigneerde Rubensen waarvan alleen het ontwerp van de meester is. Of de afwerking.

In de zijzaaltjes van de Hermitage hangen tekeningen van Rubens en voorstudies in olie: Leeuwenjacht (1621, de eindversie hangt in de Alte Pinakotek in München) en De vereniging van de Koninkrijken Engeland en Schotland (1631-1633). Eigenlijk heb je twee soorten tekenaars: de zwoegers en de natuurtalenten. Rubens behoort, zo blijkt ook in de zijzaaltjes, tot de laatste categorie. Een paard besprongen door een bloeddorstige leeuw; het mollige lijfje van een vliegende putti (engeltje) van onderaf weergegeven; de weifelende houding van een angstige soldaat - het komt allemaal even achteloos en vloeiend uit zijn kwast. Rubens was het soort natuurtalent bij wie de hand automatisch het hoofd lijkt te volgen. Collega-kunstenaars zullen met bewondering - en onverholen afgunst - naar hem kijken.

Wíj missen in Rubens' figuren misschien het persoonlijke karakter van een Rembrandt of Velázquez. Maar voor zijn tijdgenoten was hij de maat der dingen. Zijn prenten werden in heel Europa geroemd. Zijn atelier was een springplank voor menig kunstenaar. Sommige pupillen, zoals de dieren- en stillevenschilder Frans Snijders (zie kader), ontwikkelden zich binnen de gevestigde kaders tot veelgeprezen specialisten; anderen, zoals Antoon van Dyck of Rembrandt (geen leerling; wel een bewonderaar), sloegen hun vleugels uit. Zij ontdeden Rubens van zijn retorische vetrandjes en voegden karakter en persoonlijke observatie toe.

Heeft Rubens nu nog een evenknie?De retoriek, het drama, de ondubbelzinnige trouw aan een ideologie - het is allemaal mijlenver verwijderd van de hedendaagse praktijk in de beeldende kunst. Rubens was een schoolvoorbeeld van een specifiek type: de ondernemer, de schrandere selfmade directeur van een geoliede kunstfabriek. Die heb je in de beeldende kunst niet meer.

Elders wel. Peter Schjeldahl, criticus van het weekblad The New Yorker noemde hem een jaar of wat terug de Walt Disney van de zeventiende eeuw; voorwaar geen gekke vergelijking. Rubens heeft stoeiende honden, Disney pratende eenden; beiden waakten als een leeuw over hun patenten - Rubens reisde er speciaal voor af naar het vijandige Holland, niemand die eerder zo'n reis vanwege een patentenkwestie ondernam- en beiden heersten over een grote onderneming gespecialiseerd in gestandaardiseerd, maar oogverblindend vermaak, gevrijwaard van institutionele kritiek (op katholicisme dan wel kapitalisme) of biografische achtergrondruis. In de fantastische cartoonwereld van Disney vond Rubens zijn moderne opvolger. Daarna volgden de film Ben Hur, de cineast Steven Spielberg, de filmcyclus Starwars, de animaties van Pixar Studios, en de film 300 van Zack Snyder.

Niet beroemd, wel mooi
Frans Snijders; Het Vogelconcert; 1630-1650; olieverf op doek

Net als bij Rubens hebben de beesten van Frans Snijders vaak menselijke trekken. Die papegaai bijvoorbeeld, dat is een olijke circusclown. En die pauwen, dat zijn twee ongehuwde zusters. Die uil, op z'n beurt, geeft natuurkunde op een middelbare school ergens in een kleine provincieplaats - in de pauze verstoppen de kinderen zijn boterhammen. Nature morte? Nature vivre!

Michiel Sweerts; Portret van een jongeman (zelfportret?); 1656; olieverf op doek

Dit zelfportret van Michiel Sweerts brengt kijkers in verwarring. Heeft hij nu een aangename kop of niet? Zo op het eerste gezicht lijkt hij sympathiek, maar kantel je hoofd een slag naar links en je begint te twijfelen. Wat is dat voor blik? Hard? Hautain? Of toch eerder schuchter? Melancholisch, misschien? Sweerts schilderij geeft geen antwoord, maar laat je aandacht niet meer los.

Gerard Seghers; De apostel Petrus verloochent Christus; ca. 1620-1624

Utrecht was de thuishaven van de Hollandse Caravaggisten. Dat de Romeinse schilder Carvaggio ook in Antwerpen navolgers kende is een stuk minder bekend. Zie hier: Gerard Seghers' De apostel Petrus verloochent Christus (1620). Afgebeeld is het moment dat Petrus in de menigte ontdekt wordt, waarschijnlijk net nadat hij Christus voor de eerste maal heeft verloochend. Mooi zijn de vragende blikken en het gloedvolle clair-obscur; nog mooier is hoe de kaars van de kijker wordt afgeschermd. Levensechte nep. Alleen het geluid van het flakkeren van de vlam ontbreekt.

Deel dit artikel