Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rousseau poetste eigen openhartigheid op

Home

SEBASTIEN VALKENBERG

Leo Damrosch, Jean-Jacques Rousseau. Een rusteloos genie.
Uitgeverij Ten Have/Veen Magazines. ISBN 9789025901110; 644 blz € 54,95.

De schrijver:
Leo Damrosch is een typisch Amerikaanse academicus. Behalve over een grote eruditie beschikt hij over een vlotte pen. Hij is hoogleraar in de letterkunde aan Harvard en heeft veel gepubliceerd over de romantiek, het tijdvak van Jean-Jacques Rousseau. Met zijn vakkennis zit het dus wel goed.

De meest in het oog lopende kwaliteit van zijn biografie is echter de schrijfstijl. Elke biograaf moet ervoor waken dat hij de lezer overdondert met een stortvloed aan jaartallen en weetjes over zijn hoofdpersoon. Natuurlijk ontkomt ook Damrosch niet aan de historische feiten. Maar hij is erin geslaagd om deze zo te rangschikken dat het levensverhaal van Rousseau leest als een roman. Geen wonder dat zijn biografie bijna de National Book Award had gewonnen, een prestigieuze prijs die goed schrijverschap wil bevorderen.

Zijn ambitie:
Wat anders dan het leven van één van de meest invloedrijke filosofen beschrijven? Dat is tenslotte wat biografieën beogen. Eenvoudig is dit echter niet. Sommige biografen moeten hun hoofdpersoon tot leven wekken aan de hand van een paar nagelaten snippers. Damrosch heeft met het omgekeerde probleem te kampen. Hij moet zich rekenschap geven van meerdere autobiografische teksten van Rousseau, waarvan 'Les Confessions' (1782) de bekendste is. Hoewel de Franse denker zégt dat hij absolute openhartigheid nastreeft, doet hij de geschiedenis nogal eens geweld aan.

Autobiografie en biografie leveren twee behoorlijk uiteenlopende teksten op, laat een kritische Damrosch zien.

Opvallendste stelling:
'Hume sprak Frans, maar kende de taal van kussen en tranen niet.' Terwijl juist deze taal nodig was om Rousseau te vriend te houden. Vanwege de enorme verschillen moest het misschien wel mislopen tussen de rationele levensgenieter David Hume en de sentimentele natuurverheerlijker Rousseau.

Want sentimenteel was hij, vooral in zijn brieven. De ene gevoelsuitbarsting volgt na de andere. Een fraai Alpentafereel verandert bij hem in een dramatisch landschap met duizelingwekkende afgronden, wilde wateren en krijsende vogels. Toen de paranoïde Rousseau zijn vriend Hume er ook nog van betichtte dat die een samenzwering tegen hem beraamde, was de maat vol.

Mooiste zin:
De mooie zinnen buitelen over elkaar heen in deze biografie. Van meet af aan waren de standpunten van Jean-Jacques Rousseau omstreden, maar dat neemt niet weg dat slechts weinig filosofen hun ideeën zó meeslepend konden opschrijven als hij. Is het begin van zijn 'Emile' (1762) beter dan dat van 'Les Confessions'? Of wint toch 'Du Contrat Social' (1762)? De lezer moet het voor zichzelf maar bepalen. Het enige wat je met zekerheid kunt stellen, is dat Rousseau een meester was van de openingszin, aldus Damrosch.

Reden om dit boek niet te lezen:
Die is er nauwelijks. Of het moet zijn vanwege de antipathie die Rousseau weet op te wekken. Zijn stijl was grandioos en zijn leven boeiend, maar Damrosch schetst óók het portret van een leugenachtige narcist die kon zwelgen in zelfmedelijden. David Hume heette 'le bon David' in de Parijse salons. Zo'n kwalificatie was ondenkbaar voor Rousseau. Anderzijds: moet iemand een moreel examen afleggen voordat hij in aanmerking komt voor een biografie? Er zouden weinig kandidaten overblijven.

Reden om dit boek wel te lezen:
Ook als je de fraaie taal buiten beschouwing laat, valt er veel te genieten. Dat kan ook nauwelijks anders met de levensloop van Rousseau, die grenst aan het onwaarschijnlijke. Hoeveel auteurs slagen er überhaupt in om in de canon te belanden? Rousseau is dit gelukt met tenminste víer titels. En dat met maar enkele jaren onderricht, dat ophield na zijn puberjaren.

Minstens zo spectaculair: de gigantische afstanden die hij aflegde op de sociale ladder. Rousseau kende perioden van bittere armoede, maar vertoefde ook in het paleis van de Luxembourgs, dat honderd kamers telde.

Ronduit smeuïg zijn de knallende ruzies die hij had met zo ongeveer de complete intelligentsia van destijds. Diderot, Voltaire, Hume: Rousseau mocht de allergrootsten tot zijn vijanden rekenen.

1. Herakleitos: Alles stroomt Paul Claes (vert.)

2. Jean-Jacques Rousseau. Een rusteloos genie Leo Damrosch

3. Water dat zich laat oversteken Gerard Visser

4. Niet voor de winst Martha Nussbaum

5. Over de democratie in Amerika Alexis de Tocqueville

Deel dit artikel