Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rotterdamse scholen enthousiast over adoptie door politie

Home

Van een onzer verslageefsters ROTTERDAM - Harde resultaten zijn er nog niet, maar zowel leerlingen als politieagenten zijn enthousiast over het 'adopteren' van basisscholen door de politie. Het project waarmee het korps Rotterdam-Rijnmond twee jaar geleden is begonnen, heeft in een groot aantal politieregio's navolging gekregen.

Zo'n dertigduizend scholieren uit de groepen 7 en 8 nemen deel aan dit experiment, dat is opgezet om de jeugdcriminaliteit terug te dringen en de contacten tussen politie en scholieren, ouders en buurt te versterken. Vandaag geeft minister Sorgdrager (justitie) in Rotterdam de 'aftrap' voor de landelijke invoering.

In een eerste evaluatie waarschuwt het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum (WODC) van justitie voor de keerzijde van het snelle succes. Zo schiet de training van de agenten die lessen verzorgen op de basisscholen er nogal eens bij in. Dat geldt ook voor de informatie naar de ouders en leerkrachten. Verder ontbreekt nu al een volledig overzicht van alle deelnemende scholen - het zijn er honderden - en de daaraan verbonden agenten. Ook moeten er duidelijker afspraken worden gemaakt over de financiering. Het merendeel van de kosten (25 gulden per kind) komt nu voor rekening van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. In de Rijnmond doen nu al 350 van de ruim 500 basisscholen mee.

Het WODC vindt het nog te vroeg om uitspraken te doen over de effecten. Het is maar de vraag of ooit met harde cijfers is aan te tonen dat een eventuele daling van de jeugdcriminaliteit te danken is aan dit project. Toch beoordeelt het WODC het project positief omdat de politie op een 'vriendelijke' manier een ingang krijgt bij de school en omgekeerd. Leerkrachten kunnen bij vermoeden van bijvoorbeeld incest of kindermishandeling via de adoptieagent ook gemakkelijker in contact komen met de hulpverlening. In de praktijk is dat al enkele malen aan de orde geweest. Volgens dr. Peter van der Laan van het WODC hebben scholen van nature de neiging om criminaliteit binnen de eigen muren te ontkennen. Diefstal uit de garderobe wordt vaak intern afgedaan en een leerling met crimineel gedrag geruisloos afgevoerd. Het schooladoptieplan maakt criminaliteit binnen scholen en besturen bespreekbaar.

Het project is afgekeken van het Amerikaanse Dare-project, waarbij politiemensen voorlichting geven over druggebruik aan tieners op scholen. Een Rotterdamse politieman maakte kennis met dit project en wist de korpsleiding enthousiast te maken voor een Nederlandse variant erop. Ook in Zweden en Denemarken worden politiemensen ingezet in het onderwijs voor voorlichtings- en preventiedoeleinden. Aad Tettero van de afdeling expertise en ontwikkeling van de politie Rotterdam-Rijnmond, van meet af aan betrokken bij het project: “In feite probeert de politie zich een plaats te verwerven in de rij van opvoeders. Een belangrijk verschil met het Dare-programma is het ontbreken van het opgestoken vingertje. Dat werkt hier niet. Ook beperken we ons niet tot drugs, maar behandelen we een breed scala aan onderwerpen, zoals vandalisme, vooroordelen en discriminatie, diefstal, vuurwerk, milieu, het verkeer, gedrag in het openbaar vervoer en de alternatieve straffen van het bureau Halt.”

Eigen agent Elke school krijgt zijn 'eigen' agent, die bij voorkeur ook in de buurt zijn werkterrein heeft. Hij onderhoudt nauwe contacten met de leerkrachten en is ook aanspreekbaar voor de ouders. Tettero: “Kennen en gekend worden, is het doel. Als je dat realiseert kun je als politie niet alleen vroegtijdig signalen oppikken die wijzen op criminaliteit of zaken die niet goed gaan in het gezin. Omgekeerd merken we nu al dat scholieren en ouders hun adoptieagent tippen als ze dingen zien die niet door de beugel kunnen. We hebben bijvoorbeeld al adressen doorgekregen waar in drugs wordt gehandeld.”

Voor het project is het lespakket 'Doe effe normaal!' ontwikkeld waarin stripfiguur Robby de hoofdrol speelt. Tettero: “Eerst hadden we Willie, een onzijdig figuurtje, maar die sprak de kinderen niet aan. Met Robby klikte het meteen.” Ook krijgen de kinderen tijdens elke les kleine cadeautjes, wat niet bij elke leerkracht en agent in goede aarde is gevallen. Uit de WODC-evaluatie blijkt dat sommigen dat 'omkoperij' vinden. Om er vanaf te zijn deelde een agent tijdens de eerste les in één keer alle cadeautjes uit. De leerlingen zijn uiteraard wel te spreken over de geschenken (een pen, lineaal, beertje, een button en etui). Op de vraag hoe de lessen nog leuker gemaakt zouden kunnen worden, antwoordden velen: “Meer cadeautjes!”

De zorg van de korpsleiding dat er onder de agenten niet veel animo zou zijn om intensief contact te onderhouden met een school en regelmatig voor de klas te staan, is niet uitgekomen. Tettero: “Er hebben zich zelfs meer agenten aangemeld dan we nodig hadden. Kennelijk is iedereen doordrongen van het nut van dit project, ook al zal het zich niet direct vertalen in harde resultaten. We zien het als een investering in de toekomst.”

Dat betekent dat er een vervolg moet komen in het voortgezet onderwijs. Tettero: “We zijn begonnen met de twee hoogste klassen in het basisonderwijs, omdat er dan nog nauwelijks sprake is van criminaliteit. Dit project moet een bijdrage leveren aan de preventie van criminaliteit en dan kun je niet vroeg genoeg beginnen. Maar we denken inmiddels na over herhalingslessen in het voortgezet onderwijs, eventueel in samenwerking met andere organisaties die voorlichting willen geven.”

Tettero erkent dat de training van de agenten beter kan. “Dit jaar gaan we werken aan meer deskundigheid bij de adoptieagenten. We willen ook een conferentie verslavingszorg voor hen organiseren, niet omdat verslaving een probleem is onder basisscholieren, gelukkig nog niet, maar omdat ze ook te maken krijgen met kinderen van verslaafde ouders.”

Deel dit artikel