Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rotterdammer af

Home

SYLVAIN EPHIMENCO

Sinds vandaag ben ik Rotterdammer af. Een stemmetje van lang geleden galmde door mijn harsens: 'Joh, schei es uit, pleurt op naar je aailant'. Een eiland gaat het niet worden, maar wel een polder met een dijk als oer-Hollands juweel aan het horizon. Terug naar de bron, dus. Is dit het moment om na een lang verblijf een traantje te laten? Da gaannie, hè? Dat is toch geen porum. Hé man, probeer eens de stad via de Maasboulevard te betreden, het liefst 's avonds bij een lichte regenbui die op het asfalt een deuntje van Miles Davis tot leven wekt. En beleef aan het einde van je ontdekkingstocht de magistrale verschijning van de Zwaan. Rotterdam op z'n mooist. Om zover te komen, hebben lang geleden generaties buitenstaanders het voorbereidingswerk gedaan. Je eige 't leplazerus werreke, zeiden ze toen. Ze kwamen uit Zeeland, Brabant en soms zelfs uit het verre Limburg. Rouwdouwers met opgestroopte mouwen die mijn eigen singel, meer dan een eeuw geleden, hielpen uitgraven. En als ze onderling ruzie kregen, deden ze dat in hun aangeleerde Rotterdams: 'Hé klerelijer, je ken de pestpokke krijgen!'

Het Rotterdam waar ik ooit in verzeild raakte, bestaat niet meer. Die afschuwelijke gaten zoals bij het Centraal Station zijn gelukkig met prachtige kolossen van glas gevuld. Maar ook tante Sjaan, de vijftig gepasseerd, die gehelmd achter haar man Karel op de brommer zat, is uit het straatbeeld verdwenen. Evenals die arbeiders met felle gekleurde overhemden op zondag en brillantine in hun achterovergekamde haar (Jules!). Ach, nostalgie is niet meer wat het ooit is geweest, schreef ooit actrice Simone Signoret, die de moeder van Gerard Cox had kunnen zijn.

De Maasstad is nu een hypermoderne metropool die steeds meer bewonderaars uit de hele wereld trekt. het aantal hotelovernachtingen in 2015 is weer met 6 procent gegroeid. Behalve de hotels profiteerden ook de attracties van het groeiend toerisme. Gezamenlijk noteerden zij in 2015 3,25 miljoen bezoeken. Ga eens in het weekeinde een bakkie doen rond de Markthal en koop je daarna het lazerus in de Koopgoot.

Mijn liefde voor deze stad is onvoorwaardelijk, maar er is een tijd om te komen en een tijd om te gaan. Misschien voelde ik de laatste jaren ook de behoefte groeien om weer in het Nederlandse idioom te gaan baden. De taal waarop ik verliefd was geworden en die mede de reden was om de grote overstap te wagen en een eeuwige vreemdeling te worden. De taal van meesters als Boudewijn de Groot en Jaap Fischer. En deze taal, net als eerder het Rotterdams, sterft nu uit. Aan de kassa van de supermarkt, bij de apotheek, in de wachtkamers en op straat of elders hoor je vooral de keelklanken van het Arabisch, het sissende Turks of een ondoorgrondelijk straatdialect waar jongeren zonder perspectieven op kauwen. Kom op, daarvoor ben ik niet naar Nederland geëmigreerd: om verbaal, fonetisch en communicatief door nieuwkomers uitgesloten te worden. Ach, koen Rotterdam, nu wordt Ephi weer controversieel. Hauwt je kanis man! Afgesproken.

Deel dit artikel