Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rotterdam zoekt de rivier op

Home

Haro Hielkema

Rotterdammers weten het vaak beter, maar als het om de ontwikkeling van hun stad gaat zijn ze heel open. Iedereen mag meepraten. Buitenlandse stedenbouwkundigen worden er zelfs speciaal voor uitgenodigd, met de ongegêneerde vraag: hoe zouden jullie het doen?

Rotterdam tobt met de rivier. Dat klinkt vreemd voor een stad die groot is geworden door het water, maar aan de stamtafel en achter de vitrages morren de Rotterdammers dat de Nieuwe Maas hen ontnomen is. ,,Zij willen de rivier terug'', verwoordt intendant (zeg maar 'aanjager') Bert van Meggelen van Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa het ongenoegen.

Helemaal terecht is die kritiek niet, eerder wat gedateerd. De stad, die zich in de vorige eeuw sterk heeft afgekeerd van de rivier en haar centrum landinwaarts naar de Coolsingel verlegde, heeft inmiddels weer oog voor de relatie met het water. De Leuvehaven is enorm opgekrikt, de Oudehaven ligt er prachtig bij en de Kop van Zuid wordt met de dag aantrekkelijker. De komst van de Erasmusbrug heeft voor leven in de brouwerij gezorgd.

Het is alleen nog wat mager. Er gebeurt te weinig aan de waterkant, beseft men op het stadhuis. Je gaat niet echt voor je lol een eindje lopen langs de Maas, er is niet veel te doen op de oevers. Er is te weinig 'centrum aan de rivier'. En dat geldt vooral voor de Boompjes, in een ver verleden het bruisend waterfront van de havenstad. Daar meerden vroeger de schepen af, zetelden de kommiezen en had je een prachtig uitzicht over het water. Tegenwoordig wordt het verlengde van de Maasboulevard gedomineerd door steen en blik: veel trottoir en veel auto's. Om nog te genieten van de rivier, moet je in een van de flats op elf-hoog wonen.

Hoe wordt de Boompjes weer het venster op de wereld, is daarom voor de komende decennia de grote vraag. Hoewel Rotterdammers het over het algemeen beter weten, stelt de stad de toekomst van zijn waterfront breed aan de orde. In het kader van Culturele Hoofdstad mag iedereen meepraten. Vorige week werden vier buitenlandse stedenbouwkundigen uitgenodigd op een internationaal congres hun visie te geven. Van Meggelen, gespreksleider op die bijeenkomst, legde de experts uit Barcelona, Baltimore, Londen en Hamburg de vraag zonder gêne voor: 'Wat zouden jullie doen met de Boompjes? Wat kunnen wij van jullie leren om de relatie tussen Rotterdam en de rivier te herstellen?'

Eensgezind waarschuwden de vier ontwerpers de Boompjes niet geïsoleerd te zien van de rest van de stad. 'Ga niet aan de slag met de Boompjes, als je geen heldere visie hebt over de rest van de omgeving.' In de komende maanden werken de buitenlanders aan een ontwerp voor het gebied, die in de zomer worden gepresenteerd en in het najaar in breed verband worden besproken.

Ir. Joost Schrijnen, hoofd van de gemeentelijke dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting, is blij met de inbreng van overzee. ,,De ontwikkeling van Rotterdam gaat stapsgewijs. Maar elke keer als we een nieuwe fase ingaan, nodigen wij anderen uit om daarin mee te denken. Dat gebeurde bij het plan voor de Kop van Zuid, maar ook voor de vraag of de Erasmusbrug de laatste stap is of dat er nog een brug over de Maas bij moet. Wij hebben een open planningsproces, inviteren vakmensen in onze keuken en kijken hoe we daar wijzer van kunnen worden. Daarnaast hebben we natuurlijk ook onze eigen ideeën.''

De buitenlandse experts zijn stuk voor stuk onder de indruk van de Rotterdamse stedenbouw. De open sfeer, de haven die veel groter is dan ze hadden gedacht, de lef om het groot aan te pakken -het sprak de collega's van Schrijnen erg aan. De opperstedenbouwer van Rotterdam is nieuwsgierig naar hun schetsen. Ze krijgen er de tijd voor.

Schrijnen: ,,Iedereen wil natuurlijk snel aan de slag met het waterfront, maar het gaat niet over morgen. We gaan de Boompjes niet meteen verbouwen. Daar moet je goed over nadenken. De Rotterdammers hebben inderdaad het gevoel dat de rivier van hen is afgepakt en denken dat het weer als vroeger wordt, als je maar even een paar leuke dingetjes op de Boompjes organiseert. Ik snap die nostalgie, maar de structuur van de stad is veranderd. De Boompjes is nu een autoweg, een dijk die de stad tegen het water moet beschermen, een plek waar een brug (de Willemsbrug) op uitkomt en een stevige bebouwing, maar een dun achterland. Die situatie verbeter je niet door er een paar leuke cafeetjes neer te zetten.''

De toekomst van de Boompjes is mede afhankelijk van de ontwikkelingen op beide oevers van de Maas, de vraag of er een derde stadsbrug komt (een stokpaardje van Rijnen) en de discussie of er ook nog iets gebeurt óp het water. ,,Dat zei de Hamburgse collega ook heel duidelijk: 'Doe iets met de rivier, gebruik het water.' Hij heeft gelijk, maar er is wel een groot verschil tussen de Nieuwe maas en de Elbe. Hier zie je op de rivier schepen met een bloedgang voorbijvaren, vervoer tussen achterland en haven. 'Opzij, opzij, opzij!' Dat is de topprioriteit voor Rotterdam. De rivier is geen schattig lief meertje, maar ruig water. Steek maar eens met de watertaxi over naar hotel New York, dan voel je het wel.''

De rol van het water -Schrijnen wil er graag verder over brainstormen, en niet alleen met de Hamburgse stedenbouwer. ,,Welke functie kun je de rivier nog meer geven? Ik vermoed dat het taxiverkeer op het water zal toenemen, dat er meer partyschepen komen en dat mensen ook met eigen bootjes de rivier opgaan. Meer horeca op de Boompjes, maar ook op het water.''

De inbreng van de buitenlandse collega's zal door Schrijnen serieus worden gewogen, ,,maar ik zou hun situatie niet willen kopiëren voor het waterfront van Rotterdam. Baltimore heeft zich bijvoorbeeld helemaal gestort op het toerisme. Een fantastische ontwikkeling: die stad is een van de grootste attracties in Amerika geworden, een regelrechte concurrent van Disney World! Ik zou meer evenwicht willen tussen de bebouwing en het gebruik van de kades, een proces dat langzaam groeit. Stap voor stap.''

De stedelijke ontwikkeling van Rotterdam is een zaak van lange adem, benadrukt Schrijnen. ,,En dan nog gaat het snel! In 1985 was hier nog niks. En moet je eens zien wat er sindsdien is gebeurd. Het Scheepvaartkwartier knapt enorm op. De Kop van Zuid draait goed. Binnenkort gaat daar Luxor open. Rem Koolhaas heeft net zijn plan ingediend voor een enorm project op de Wilhelminakade. Nu moeten we nog zien dat we de Oude Haven met de rivier in verbinding kunnen brengen: daarvoor moeten we alleen wel de hele Willemsbrug beetpakken, want die ligt daar natuurlijk heel ongelukkig.''

En dan de Boompjes. Hij zou er wel een opera willen, zoals in Londen, maar misschien is dat iets te ver vooruit gedacht. Hij zou er ook bootjes willen zien, zoals aan de promenade in Hamburg. De pleinen en terrassen van Barcelona's waterfront trekken hem ook wel. En aan de Rijnhaven zou hij enige invloed van Baltimore willen toevoegen, toerisme dus. Maar Schrijnen heeft ook in New York met bewondering gekeken hoe ze op Manhattan de kade langs de rivier de Hudson hebben ingericht. ,,Dat is een prachtige boulevard geworden, zowel voor het verkeer als voor de voetgangers. En daar rijden echt niet minder auto's dan over de Boompjes. Als je maar goed gebruik maakt van de openbare ruimte, hoef je elkaar beslist niet dwars te zitten.''

Rotterdam mist een centrum, omdat het geen historisch hart heeft zoals Amsterdam, mokte architect Teun Koolhaas vorige week op het internationaal congres Waterfront 2001. Onzin, zegt Schrijnen. ,,Natuurlijk is het hart uit de stad verdwenen door het bombardement van 1940, maar vóór die tijd hadden wij al lang zelf het centrum vernield door de aanleg van het railtracé en de ontwikkeling van de Coolsingel. Waarom hebben we het dan nu over een historisch kern? We hebben een hang naar het moderne, dat is de Rotterdamse liefde voor de stad. En we houden van de historie door de verbinding tussen de stad en de rivier te herstellen. Er komen steeds meer nieuwe wijken aan het water te liggen. Op Katendrecht kwamen mensen nooit aan de rivier, dat verandert doordat we de verstedelijking van de negentiende eeuw vervangen. Volgend jaar wandelt Delfshaven langs de rivier, als Van Gend en Loos eenmaal weg is. Zo gaat er elk jaar wel ergens weer een gordijntje open.''

Deel dit artikel