Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rooms-katholieke staatspartij voelt zich zeer gegriefd na 'nacht van Kersten'

Home

Jan Kuijk

Voor de buitenstaanders lijken de gebeurtenissen in de Tweede Kamer van de tiende en elfde november 1925 (misschien beter bekend als 'de nacht van Kersten') niet meer dan een half-politieke, half-anekdotische rimpeling. Maar de gevolgen blijven de hele jaren twintig en dertig voelbaar, zowel in de politieke als in de persoonlijke verhoudingen in Nederland.

In die 'nacht van Kersten' neemt een meerderheid in de Tweede Kamer een voorstel van het staatkundig-gereformeerde kamerlid Kersten aan om van de begroting van buitenlandse zaken de post voor een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger bij de paus te schrappen. De vier katholieke ministers uit het eerste (nog maar net drie maanden oude) kabinet-Colijn trekken zich terug en voor de andere ministers zit er niets anders op dan zich demissionair te verklaren.

Twee elementen komen bij de gebeurtenissen samen. In de eerste plaats is er sprake van een al of niet uitgesproken anti-papisme bij een minderheid in de Tweede Kamer, met als harde kern de Staatkundig- Gereformeerde Partij en de Christelijk-Historische Unie. Een ander element is een opkomende wrevel tegen de persoon van Colijn, die als hij dat zelf niet doet dan toch wel door zijn anti-revolutionaire aanhang steeds meer als de sterke man en de redder van 's lands financiën wordt gezien. In de 'nacht van Kersten' vallen die twee samen en opeens is er een meerderheid voor Kersten, die bij twee eerdere gelegenheden vergeefs geprobeerd heeft hetzelfde spelletje te spelen.

De rooms-katholieke staatspartij, de grootste fractie in de Kamer, voelt zich gegriefd en kijkt voortaan met een mengeling van schroom en achterdocht naar de andere christelijke partijen. Met hen moet ze overigens toch samenwerken nu haar leider Nolens heeft uitgesproken dat 'alleen bij uiterste noodzaak' samenwerking met de linkse partijen mogelijk zou zijn.

Colijns politieke carrière, die zo'n voorspoedig verloop heeft getoond, wordt plots in eigen ogen op een even hinderlijke als hatelijke wijze onderbroken, met gevolg dat hij zich in allerlei - ook internationale - besognes begraaft om eerst in 1933 een triomfantelijke terugkeer te kunnen vieren.

De meeste kamerleden, de katholieken en anti-papisten uitgezonderd, bekijken de kwestie van de diplomatieke post bij de paus vooral pragmatisch. De paus heeft weliswaar sedert het uitroepen van Rome als hoofdstad van de Italiaanse eenheidsstaat in 1870 geen enkele wereldlijke macht meer, maar het Vaticaan heeft zich wel kunnen handhaven als een druk diplomatiek babbelcentrum en het zou wel handig zijn daar een luisterpost te hebben. In 1871 was als bezuinigingsmaatregel het Nederlandse gezantschap bij de paus afgeschaft (de paus zelf handhaafde zijn internuntius in Den Haag op nadrukkelijk verzoek van de Nederlandse bisschoppen, die kennelijk niet bang waren voor zo'n pauselijke pottenkijker), maar de Eerste Wereldoorlog doordringt politiek Den Haag van het belang van een eigen oog en oor in het Vaticaan. Tijdelijk wordt de post weer bezet, maar stilzwijgend wordt na de oorlog die post verlengd. Tot Kersten de begroting begint na te vlooien en tot de linkerzijde haar ergernis over Colijn met Kerstens anti-papisme aanlengt.

De politieke verhoudingen raken goed verstoord en een echte oplossing is niet voorhanden. Het probleem wordt opgelost door het niet op te lossen. Het gezantschap bij het Vaticaan wordt een vrije kwestie, waaraan geen minister zijn lot zal verbinden. Dat betekent in de praktijk: geen Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging bij de paus. Zelfs als in 1929 Mussolini bij het verdrag van Lateranen de paus erkent als soeverein van een piepklein stadsstaatje binnen Rome, keert Nederland niet op zijn schreden terug.

Er is een Tweede Wereldoorlog nodig om de betrekkingen met het Vaticaan te herstellen. Dat gebeurt door de regering in Londen, die voor deze kwestie niet van een parlement afhankelijk is.

Deel dit artikel