Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rommel geeft stress

Home

Monique de Heer

Alle boeken over opruimen gaan eigenlijk over loslaten en voor jezelf zorgen. Dus ruim op, zegt Donna Smallin.

Wie kent ze niet: de gangtafeltjes met daarop een onduidelijk kluwen handschoenen, mutsen en sjaals aangevuld met reclamefolders, kaarten en afhaalmenu’s.

Of de kledingkasten met jasjes, truien en hemden die nooit worden gedragen maar zonde zijn om weg te gooien, want je weet maar nooit. De keukenkasten waarin zich mokken zonder oortjes verzamelen naast onhandige elektrische apparaten en levensmiddelen over de datum.

Niet iedereen lukt het om de orde zelf te herstellen. Hulp bij opruimen is een serieuze industrie, compleet met deskundigen. Die personal organizers congresseerden vorige week in Ede. Speciale gast was Donna Smallin, een Amerikaanse opruimspecialist die zeven boeken over het onderwerp op haar naam heeft staan.

In de drie boeken die in het Nederlands zijn vertaald, staan vooral veel tips voor klusjes die maar een paar minuten in beslag nemen.

„Voor de meeste dingen in het leven heb je overzicht nodig”, legt Smallin uit. „Maar niet als je orde wilt scheppen in een rommelig huis. Bij de meeste mensen hoopt de rommel zich jarenlang op, vooral als ze ergens lang wonen. Als ze het eindelijk willen aanpakken, is het gevaar groot dat ze worden overweldigd. Want als die kledingkast eindelijk is opgeruimd, is er ook nog de zolder, de keuken, de gagage, de keuken.”

„Begin daarom klein en denk vooral niet te veel vooruit. Opruimen gaat gepaard met allerlei emoties. We definiëren onszelf vaak door de spullen die we hebben. Ze stapelen zich op en voor veel mensen is het bijna alsof ze een deel van zichzelf weggooien als ze iets loslaten.”

Een ordelijk huis is belangrijk, vindt Smallin: „Er zijn mensen die geen last van rotzooi hebben, maar de meesten van ons voelen zich schuldig over rommel en ergeren zich als ze weer eens iets niet kunnen vinden.

„Rotzooi levert stress op. Weinig mensen komen echt tot rust in een rommelig huis. Er is veel wisselwerking tussen hoofd en huishouden. Je hebt orde in je financiën nodig om te ontspannen. Eigenlijk gaan alle boeken over opruimen over stress, loslaten en goed voor jezelf zorgen. Er is veel drukte om ons heen, buiten en op het werk. Het helpt als je thuiskomt in een rustige vredige omgeving.”

De meeste onrust in huis wordt veroorzaakt door spullen die we niet nodig hebben. Smallin: „In 1930 betaalde je voor een koffer in de VS 330 dollar. Alleen de echt rijken konden zich het bezit van een koffer veroorloven. Die koffers waren van hout en leer, heel mooi. Nu heb je een hele set voor 50 dollar.”

„Het is een welvaartsprobleem. In sloppenwijken zal je nooit iemand horen klagen over een gebrek aan kastruimte. Maar veertig paar schoenen in de kast, is voor een Amerikaanse vrouw heel gewoon. Op een gegeven moment komt dan toch de vraag, waar laat je die allemaal?”

Wat is het grootste probleem? Smallin: „Papier. De meeste mensen bewaren te veel papier: rekeningafschriften, tijdschriften, brieven van instanties. Soms moet je dingen bewaren, voor de belasting bijvoorbeeld, maar het meeste kan weg. Er zijn mensen die hun elektriciteitsrekeningen bewaren, maar je krijgt ook een jaarrekening. Vaak weten we even niet wat we met iets moeten en dan leggen we het maar op een stapel.”

Nummer twee is kleding. „Mijn stelregel is: als je het een jaar niet hebt gedragen, moet het weg. Je kunt ook al je kleren een keer aantrekken en jezelf eerlijk afvragen, voel ik me hier goed in? Als het antwoord ’nee’ is, kan het weg.”

En als het nog goed is? Smallin: „Weggeven. Dat voelt beter dan weggooien. Miskopen bijvoorbeeld gaan vaak moeilijk weg. Die zijn berucht omdat ze jarenlang ongebruikt in de kast blijven plakken. Het geeft even een naar gevoel om zoiets weg te doen, maar dan ben je er wel vanaf. Opruimen is keuzes maken: wat heb je liever, de jas die nooit wordt gedragen of de kastruimte?”

Op nummer drie staan huishoudelijke spullen. „Je koopt dingen omdat ze handig lijken. Blijken ze dat niet te zijn, dan staan ze in de kast. Of ze gaan kapot en je denkt ’dat repareer ik nog wel’. Maar dat gebeurt niet. Opruimen is beslissen en ook hier geldt: Een jaar niet gebruikt? weg ermee!”

Donna Smallin schreef teksten voor een uitgeverij toen haar ordelijkheid daar begon op te vallen. Ze werd gevraagd een boekje samen te stellen over opruimen. Dat werden er zeven en nu treedt ze wekelijks op in talkshows. Zit goed kunnen opruimen in de familie? „Ik denk het niet. Ik kom uit een gezin met vijf kinderen. Wij hadden het niet breed, de kasten puilden niet uit. Mijn zus is een typische verzamelaar geworden, ik niet.”

„Ik kom veel bij mensen over de vloer voor wie al die spullen een probleem zijn geworden. Ze kunnen niemand meer thuis uitnodigen omdat het zo’n rotzooi is, of ze moeten verhuizen naar een kleiner huis en kunnen niets wegdoen. Ik vraag altijd: wat is het ergste dat kan gebeuren als je dit wegdoet? Dan komen er allerlei emoties los. Ik denk dat we veel dingen kopen om een emotionele leegte te vullen.”

„In de VS leven drie miljoen hoarders, mensen die de rommel niet de baas kunnen. Die mensen hebben professionele hulp nodig en vaak moeten onderliggende problemen eerst worden opgelost voor het huis kan worden aangepakt.”

„Als mensen mijn hulp inroepen adviseer ik altijd om eerst een maand niets te kopen, behalve het absoluut noodzakelijke zoals voedsel. De volgende stap is dat ze, voordat ze iets kopen, bedenken waar ze het gaan leggen. Dat remt af.”

„Voorwerpen hebben een levenscyclus. Het feit dat mensen iets hebben gekocht en het ooit mooi vonden, betekent niet dat ze het hun hele leven bij zich moeten houden. Knutselwerkjes van de kinderen zijn leuk om te bewaren, maar ze gaan kapot en nemen veel plek in. Maak er een foto van en doe die in een leuk boekje, dan is het ook bewaard.”

Lees verder na de advertentie
(WERRY CRONE)

Deel dit artikel