Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Romeo Bandison en een Amerikaanse droom in de polder

Home

ESTHER SCHOLTEN

AMSTERDAM - Bij toeval geschiedenis schrijven. Romeo Bandison presteerde het tot twee maal toe. Zonder droom, zonder doel, zelfs zonder opmerkelijk veel talent belandde de geboren Hagenaar in de Verenigde Staten, het walhalla van het American Football. Aan een voor Nederlandse begrippen unieke profcarrière lag geen gedrevenheid ten grondslag. Het leven lachte de jonge Bandison 'gewoon' toe.

Als tiener speelde hij voor de Amsterdamse Crusaders, een van de elf Nederlandse amateurclubs. “Ik had een American Football-wedstrijd op de televisie gezien. Het zag er zo mooi uit, al die helmen op het veld en maar hard tegen elkaar hitten.” Een aparte hobby, dat sprak aan. Geen moment stond de goedlachse Bandison er bij stil dat de sport zijn werk zou worden. Tot een onverwacht bezoekje van een Amerikaanse coach.

De overzeese toerist, blij verrast zíjn sport hier aan te treffen, bezocht het Amsterdamse clubhuis. Het hooggeëerd publiek ging aanvankelijk aan Bandison voorbij. Hij spijbelde. “Altijd maar trainen, trainen, trainen, daar had ik eventjes geen zin in.” Toch nodigde de Amerikaan hém, samen met een teamgenootje, uit om voor een Amerikaanse highschool te spelen. Een uitverkorene zonder topsport-mentaliteit. Waarom? Lachend: “Wij waren de enige jonge jongens (zeventien jaar) van het team, de rest was simpelweg te oud voor een middelbare school.”

Tien jaar later is Bandison weer terug in Nederland. Ouder, wijzer en zwaarder. Drie jaar heeft de immense neger (1.95 meter lang en 140 kilo) in de NFL (National Football League) gespeeld. Of beter: stond zijn naam als reserve op de wedstrijdformulieren ingevuld. Zijn optreden voor de Cleveland Browns en Washington Redskins kende weinig hoogtepunten. Noodgedwongen keerde hij daarom dit jaar terug naar zijn vaderland. Om voor de tweede keer - wederom niet doelbewust - de boeken in te gaan: Bandison is de eerste Nederlander die in de basis staat van de Amsterdam Admirals. Een eer die hij deelt met aanvaller Frank Temmink en kicker Silvio Diliberto (jawel, de oud-Spartaan). Probleem is alleen dat bijna niemand de historische werken leest. Aan hen de taak dat te veranderen. Nationale helden zijn immers een effectief middel om een sport te promoten.

Zondagavond maakte Bandison zijn debuut in de net niet halfvolle Arena. De Amsterdam Admirals werkten hun eerste thuiswedstrijd van dit jaar af in de NFL Europe League. Na de nederlaag bij de seizoensopening tegen Rhein Fire (16-13) volgde nu een ruime zege op de Scottish Claymores: 26-3. Duidelijke cijfers, ook voor een leek. De toeschouwers klapten zo waar massaal uit zichzelf. Gedurende de wedstrijd hadden ze daarentegen de toelichting van de speaker hard nodig. American football mag dan volgens de kenners een eenvoudig te doorgronden spelletje zijn, de reden voor de ontelbare dode spelmomenten (de wedstrijd duurde bijna drie uur, waarvan slechts een uur daadwerkelijk werd gespeeld) was niet voor iedereen even duidelijk. Gejuicht werd er pas als de galmende stem aangaf dat het fluitsignaal gunstig was voor de Admirals. Op de (schaarse) momenten dat de luidsprekers geen decibellen uitspuwden, hing er een verwarrende stilte.

Het live commentaar was slechts een onderdeel van de strak geregisseerde show. Natuurlijk stonden de touchdowns, quarterbacks en yards centraal, maar daarmee alleen win je geen zieltjes. Onbekend maakt onbemind, dus als relatieve nieuwkomer trachten de Admirals de aandacht te trekken met bekende Nederlanders als schaatsster Marianne Timmer (die de toss verrichtte), vuurwerk en dansende cheerleaders op stampende muziek. Entertainment als sleutelwoord. “Wij willen niet met voetbal concurreren, dat zou gekkenwerk zijn. Wat wij bieden is anders: een echt avondje uit. Zodat mensen kunnen kiezen uit de bioscoop, de cafés of de Admirals. Deze formule kan overal slagen. Mensen die het spel snappen, worden er namelijk verliefd op. Mannen die als gladiatoren hun gezondheid riskeren, terwijl anderen de schoonheid van een olympisch sprintteam uitstralen. Prachtig toch”, meent manager Bill Peterson.

De Amerikaanse droom in de polder. Gladde verkooppraatjes, 38 van de 44 spelers die de stars and stripes verafgoden en de dictatuur van de commercie. De wedstrijd onderbreken voor een reclamespotje - in Amsterdam voor de buitenlandse zendgemachtigden - is geen probleem. Net als in de VS wachten de spelers wel. “Het bevalt me hier goed. De fans zijn prachtig, heel luid. Het lijkt wel een beetje op Amerika, alleen verdien ik nu veel minder (jaarlijks 10 000 dollar tegenover 196 000 in Amerika, daar overigens het minimum-salaris - red.) maar speel ik gelukkig meer”, aldus Bandison, die desondanks terugverlangt naar 'het altijd lekker warme' Phoenix, Arizona. Dat noemt hij thuis. Daar woonde hij na zijn ontslag in Washington samen met zijn vrouw, vergeefs wachtend op een Amerikaanse aanbieding. “Nu is het natuurlijk meegenomen dat ik vlakbij mijn moeder woon, die heerlijk kan koken.”

Gemoedelijk babbelt het zwaargewicht. Zo vriendelijk als hij na de wedstrijd oogt, zo vervaarlijk zag hij er op het veld uit. Eén brok brute kracht en genadeloosheid. Als defensive tackle is het zijn taak om de quarterback van de tegenstander te overrompelen voordat deze de bal afgeeft.

Zijn huwelijkse geluk is niet de enige reden waarom Bandison liever vandaag dan morgen terugvliegt. De jeugdige nonchalance heeft plaats gemaakt voor ambities en zelfbewustzijn. “Zo verdien ik mijn geld. Zo leef ik. Ik houd van mijn sport en de NFL is het hoogst haalbare. Daar wil ik spelen. Of dat gaat lukken? Daar maak ik me niet druk over.”

De Admirals - die nog nooit de World Bowl wisten te winnen maar volgens coach Al Luginbill dit jaar 'de beste samenstelling' kennen - lijken een ideale tussenstop. Iedere wedstrijd wordt in Amerika uitgezonden, dus alle gelegenheid voor afgedankte spelers om zich in de kijker te spelen. In het verleden leverde dat echter voor niet meer dan drie Admirals het gewenste succes op. Iedereen die ook maar iets met de Amsterdamse beukmachines te maken heeft, bezweert dat het spelniveau van de NFL Europe slechts 'ietsje minder' is dan dat van de Amerikaanse grote broer. Een bewering die met cijfers wordt onderbouwd: van de 10 000 American Football-spelers die jaarlijks in de VS afstuderen, neemt de NFL de 300 beste, de volgende 180 komen naar het oude continent.

Toch realiseert nog niet iedereen zich hoezeer Nederland boft, denkt Peterson. Maar dat komt wel; tradities kweken kost nou eenmaal tijd. Aan optimisme heeft het de initiators van de Europese profcompetitie - de Amerikaanse profdivisie NFL in samenwerking met het televisiestation Fox - nooit ontbroken, ondanks de soms bedroevende realiteit. Een eerste poging strandde in 1993 met een verlies van vijftig miljoen gulden. De schadepost van het onderonsje tussen de Admirals (die vanaf 1995 meedoen), titelverdediger Barcelona Dragons, England Monarchs, Frankfurt Galaxy, Rhein Fire en Scottish Claymores is inmiddels teruggebracht naar dertien miljoen dollar (ruim 26 miljoen gulden). Een prijskaartje waar de NFL - met een televisiecontract op zak ter waarde van zeventien miljard dollar - niet wakker van ligt. Als Europa eenmaal warm gemaakt is voor de vreemde sport, betaalt de investering zich vanzelf terug. De verwachting is dat de fans ook hier ooit staan te dringen voor NFL-artikelen.

Dat is vooralsnog toekomstmuziek, maar het machismo van de zwaargewichten begint wel voorzichtig aan te slaan. Zondagavond trokken de Admirals liefst 22 000 toeschouwers, een record waar menig voetbalclub uit de eredivisie (die echter veel meer thuisduels afwerken) jaloers op kan zijn. Ze zijn van ver gekomen, de Amsterdam Admirals. De tijd dat er maar 5 000 mensen naar hun wedstrijden kwamen en zij alleen in het nieuws kwamen omdat toenmalig Ajax-coach Louis van Gaal ze als de 'beesten' omschreef die de kleedkamers van zijn club besmeurden, ligt ver achter ze. Bandison heeft er wel vertrouwen in. “Je kan niet verwachten dat een jonge sport meteen al razend populair is.”

Deel dit artikel