Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Romanschrijver Leïla Slimani: 'Je kunt de mensen niet kennen'

Home

Pieter van den Blink

© Koos Breukel
Interview

Romanschrijver Leïla Slimani won vorig jaar de Prix Goncourt. “Als ik schrijf, ga ik er altijd van uit dat het nooit door iemand gelezen zal worden.”

Wanneer Leïla Slimani de deur opendoet van haar Parijse appartement, lijkt het alsof ze ons ontvangt in het decor van ‘Met zachte hand’. Die associatie was buiten al onvermijdelijk; in deze buurt voltrekt zich het drama in de roman. De overeenkomst is compleet als uit de hoek van de keuken een nanny opduikt, die even discreet weer verdwijnt.

Lees verder na de advertentie

Slimani’s manier van spreken laat zich, net als haar schrijfstijl, omschrijven als kaarsrecht. In heldere, afgemeten zinnen vertelt zij over schrijven als vorm van verbindende eenzaamheid en over de verantwoordelijkheid die vrijheid met zich meebrengt. “Juist omdat zij alles kan zeggen, is de literatuur zo’n moeilijke opgave.”

Wanneer heeft u uw literaire stem gevonden?

“Mijn moeder heeft mijn hele jeugd tegen me gezegd dat ik schrijver zou worden. Zij koestert een grote fascinatie voor de literatuur. Zelf droomde ik er wel van, maar het leek me iets onbereikbaars. Ik dacht wel dat ik op de een of andere manier me artistiek zou uitdrukken. Maar hoe, dat wist ik niet.

Literatuur is voor mij het inwisselen van een onaangename eenzaamheid voor een aangename

“Mijn relatie tot de literatuur heeft altijd in het teken van een reis gestaan, misschien zelfs een vlucht uit de werkelijkheid, de dagelijkse beslommeringen, het verdriet. Literatuur is voor mij het inwisselen van een onaangename eenzaamheid voor een aangename. Tegelijkertijd is literatuur ook een manier om me te verbinden met anderen, juist ergens bij te horen. Ik ervaar mijn menselijkheid sterker als ik lees.”

Die onaangename eenzaamheid, is dat ook die van de immigrant? U bent op uw achttiende vanuit Marokko naar Frankrijk gekomen.

“Ten eerste beschouw ik mezelf niet als een immigrant. Mijn moeder is Française. Ik ben alleen overgestapt van mijn ene land naar het andere, als een kind dat eerst bij de vader en dan bij de moeder woont, of andersom. Het thema van die immigratie is mij vreemd. Toen ik in Frankrijk aankwam, kende ik de taal en de cultuur al door en door, ik had hier familie en vrienden wonen. Dus de tragiek van de migratie zoals die door zovelen wordt beleefd, ken ik niet.

“Wat betreft de eenzaamheid; als ik van het Franse platteland naar Parijs was gekomen, had ik me waarschijnlijk precies zo eenzaam gevoeld. Parijs is een stad waar men zich snel eenzaam voelt, of je nu uit Bamako of Lyon of Amsterdam komt. Op het eerste gezicht is Parijs mooi, het lijkt zo’n zachte stad. Maar als je er komt te wonen blijkt het hard te zijn, met inwoners die niet naar elkaar omkijken.”

Uw beide romans spelen zich af in Frankrijk. Gaat u Marokko als decor voor een volgend boek gebruiken?

“Uiteraard. Maar omdat ik daar nu niet woon, wordt dat ingewikkeld, zeker gezien de kritische verhouding die ik heb met Marokko. Als ik die in het geding breng in een boek, zal deze en gene dat verkeerd opvatten.

“En er is een deel van mijn eigen verhaal dat ik pas zal opschrijven als bepaalde personen uit mijn omgeving er niet meer zijn. Want wat je er ook van vindt, een mens is belangrijker dan de literatuur en ik wil degenen om mij heen graag beschermen.”

Desalniettemin kiest u uw onderwerpen dicht bij huis. ‘Met zachte hand’ speelt zich af in een gezin als het uwe.

“Het traditionele domein van de roman bestaat uit grote thema’s zoals oorlog, liefde. Ik schrijf liever over prozaïsche onderwerpen als iemands leven in een buurtje van Parijs: op het eerste gezicht banaal, maar waar ik dan de raadsels van blootleg. Vertellen hoe het dagelijks leven eruitziet, is de taak die ik mezelf stel.”

© Koos Breukel

Uw hoofdpersonen leven allebei met een groot geheim. Hun binnenwereld verschilt totaal van wat de buitenkant toont. Waar komt uw fascinatie voor zulke types vandaan?

“‘Elk groot romanpersonage is per definitie dubbel, in elk geval in de romans waar ik van houd. Emma Bovary of Anna Karenina worden interessant doordat ze niet zijn wat ze lijken. Als ik in het echte leven iemand ontmoet, geloof ik ook nooit wat ik zie. Hoe vaak hoor je niet iemand beweren: ‘O nee, ik ken hem of haar heel goed, die zou zoiets nooit doen.’ Ik geloof daar niet in. Iemand maakt de indruk gelukkig te zijn, met een goed huwelijk en interessant werk. Maar wat zit daar achter? Je kunt de mensen niet kennen, dat is de schoonheid en de horror van het bestaan.”

Niet iedereen met zo’n geheime binnenwereld wordt gewelddadig. Uw personages wel. Fascineert geweld u?

“Ongetwijfeld, maar ik zou niet kunnen zeggen waarom. Misschien is het voor mijn personages een kwestie van doorgeven van het geweld dat zij zelf hebben ondergaan. Op een gegeven moment raken ze als het ware verstopt, en keert al dat opgekropte geweld zich tegen henzelf of tegen de buitenwereld.

“Beide personages hebben geleden onder een moeder, een echtgenoot, de samenleving. Louise in ‘Met zachte hand’ heeft bovendien het geweld te verduren van een leven als nanny. Dat is het geweld dat besloten zit in het woord domesticeren. Louise is een domestique (huisbediende).”

Het is een humanisme zonder ziel dat wij tegenwoordig belijden

Hoe kwam u erbij om over een nanny te schrijven?

“De nounou die ik zelf als kind had, is mij altijd bijgebleven. Ik heb veel nagedacht over wat zij moest voelen. Hoe het is om kinderen op te voeden die niet je eigen zijn en te leven in een huis dat niet het jouwe is. Daar komt bij dat er een hele Franse canon is over dit onderwerp. De bekendste zijn waarschijnlijk de roman ‘Le journal d’une femme de chambre’ van Mirabeau en het toneelstuk ‘Les bonnes’ van Jean Genet. Maar over hoe die dingen gaan in het huidige tijdsgewricht, wat nu de verhoudingen zijn tussen een nanny, de kinderen voor wie zij zorgt en het gezin dat haar betaalt, bestond nog geen roman. Daar begon ik over na te denken terwijl ik mijn zoontje naar de crèche bracht en al die moeders en nanny’s om me heen zag. We doen alsof we allemaal gelijk zijn op zulke momenten, maar wat gaat er achter die schijn schuil? Vervolgens las ik in de krant over een New Yorkse nanny die moordenares was geworden. Toen had ik de plot van mijn boek gevonden.”

De moeder die de nanny in dienst neemt in uw boek, zegt tegen haar: ‘U maakt deel uit van ons gezin.’ Wilt u laten zien hoe achteloos zoiets wordt gezegd, en welke enorme betekenis het kan hebben?

“Ja, ik wil laten zien hoe de taal op zo’n moment werkt. Het was me ook opgevallen dat veel vrouwen spreken over ‘mijn nanny’. Dat is zo bezitterig. Een nanny is geen eigendom!

“De vrouw in mijn boek wil misschien iets aardigs zeggen, maar ze meent het zeker niet letterlijk. Voor de nanny - niet ingewijd in de codes van het oppervlakkige taalgebruik en het verschil tussen wat iemand zegt en wat er werkelijk wordt bedoeld - is het iets enorms, een liefdesverklaring.”

De jonge ouders waarschuwen ze elkaar dat een nanny wel zelf kinderen mag hebben, maar ‘alleen in het land waar ze vandaan komt’. Ook over het inhuren van illegalen hebben ze een duidelijke mening: voor klusjes in huis kan het, maar nooit om op de kinderen te passen. Een stelling die overigens identiek in uw beide romans voorkomt. Wat heeft u willen zeggen met die herhaling?

“Zulke uitspraken zijn typisch voor deze tijd, voor de elite die heen en weer gaat tussen een zekere mate van liefdadigheid en naastenliefde. Het zijn geen slechte mensen die zulke dingen zeggen. Alleen, zodra het om hun eigen kinderen gaat, worden ze egoïstisch. Ze hebben medelijden met die arme illegalen, die moeten ze toch een beetje laten werken, da’s goed voor iedereen. Aan de andere kant belichamen zij een kapitalisme zonder grenzen: we gebruiken goedkope arbeidskrachten waar we ze nodig hebben. Een illegaal schildert de badkamer net zo goed en het kost de helft. Dat die schilder werkt zonder verzekering, zonder cao, zonder enige zekerheid, daar hebben ze maling aan. Het is een humanisme zonder ziel dat wij tegenwoordig belijden.”

Toch zegt u: het zijn geen slechte mensen.

“Ik veroordeel ze geenszins. Het zijn doorsnee lui, die hun best doen en daarin geloven. Ze willen niemand kwaad doen en als ze de wereld kunnen helpen zullen ze het niet laten. Het zijn geen profiteurs of zo. Maar ze zitten gevangen in deze tijd. Ik heb daar geen moreel oordeel over, en ik zou ook niet willen dat ik ze, zoals een schrijver dat kan doen, veroordeel in de vorm of de toon van mijn roman. Ik probeer in mijn stijl een beetje poëzie te bewaren.”

Kunt u andere romanciers lezen terwijl u aan een boek werkt?

“Ik lees heel eclectisch. In de aanloop naar ‘Met zachte hand’ las ik veel over vrouwelijke personages die van het licht naar het duister gaan. Ik herlas behalve Genet ook Zola, maar ook Simenon en Truman Capote.”

Uw beschrijvingen van Parijs deden me ook denken aan werk van Michel Houellebecq. Las u hem ook?

“Ik waardeer zijn werk, maar ik ben geen fan van hem. Uit voorzorg lees ik geen Houellebecq voordat ik ga schrijven, want ik ben bang dat zijn manier van schrijven dan de mijne zou beïnvloeden. Hij is een auteur die wel zijn personages veroordeelt. Zo’n gezin als in ik mijn boek opvoer, zou hij wreed beschrijven.

“Maar de manier waarop hij naar Parijs kijkt, die begrijp ik exact, misschien ook doordat ik lang heb gewoond in het dertiende arrondissement. Daar is Houellebecq ook neergestreken sinds zijn jaren in Ierland en Spanje. Het is een zwarte kijk op Parijs. Maar ik heb ook op de boulevard de Rochechouart gewoond, waar tussen de seksshops en de toeristenwinkels chique boetiekjes opduiken. Zo’n grensgebied vind ik interessant. De immigranten die naar een pornofilm komen kijken, Parijzenaars die boodschappen doen, de straatschoffies en de verkopers van goedkope sigaretten.”

De kunst voor mij zal zijn om de juiste keuzes te maken tussen alle mogelijkheden die op mijn pad komen

Wat betekent het om in deze tijden schrijver te zijn?

“Ook al ben je iemand die zich liever verbergt, die het alleenzijn koestert, het feit dat je schrijver bent betekent dat je met het engagement zit opgescheept. Toen de aanslagen van november 2015 plaatsvonden in Parijs, heb ik een tekst geschreven ‘Intégristes, je vous haïs’ (fundamentalisten, ik haat jullie). Dat kwam bij me op. Maar ik ben zeker niet een woordvoerder of ‘de stem van’ dit of dat.

“Als ik schrijf, ga ik er altijd van uit dat het nooit door iemand gelezen zal worden. Ik schrijf niet om te behagen, ik schrijf alleen wat mij juist lijkt. Ik voel me geen slaaf van wat men van me verwacht.”

U hebt geschreven: ‘Juist omdat zij alles kan zeggen, is de literatuur zo’n moeilijke opgave.’

“Vrijheid schept de grootst denkbare verplichting. We mogen de vrijheid niet zomaar verkwisten. Wie de vrijheid heeft om aan een schrijftafel te gaan zitten en zijn hart uit te storten op het papier, waarna iemand anders dat uitgeeft zonder het op wat voor manier dan ook te censureren, die draagt een enorme verantwoordelijkheid.”

“Absoluut niet. Ik heb mij nooit iets gelegen laten liggen aan wat de mensen van mij verwachtten. Hoogstens zal de prijs mijn vrijheid nog vergroten. Ik hoef niks meer te doen waar ik niet geheel achter sta. De kunst voor mij zal zijn om de juiste keuzes te maken tussen alle mogelijkheden die op mijn pad komen.” 

Leïla Slimani (Rabat 1981) komt uit een familie die zowel het Suikerfeest als Kerstmis met overgave vierde. Haar vader, bankier en staatssecretaris, en moeder, een arts uit de Franse Elzas, stuurden haar naar de Franse school als onderdeel van een vrije opvoeding. Sinds haar achtiende woont Slimani in Parijs. Zij is auteur van twee romans en een essaybundel.
Voor de roman 'Met zachte hand'ontving zij de Prix Gonourt 2016. Het inktzwarte verhaal gaat over een nanny, Louise, die komt te werken in een gezin uit de Parijse bourgeoisie. Zonder een woord te veel beschrijft Slimani hoe tussen de wereld van het gezin en die van Louise een afgrond gaapt, waarin uiteindelijk de twee kinderen te pletter vallen. 

Deel dit artikel

Literatuur is voor mij het inwisselen van een onaangename eenzaamheid voor een aangename

Het is een humanisme zonder ziel dat wij tegenwoordig belijden

De kunst voor mij zal zijn om de juiste keuzes te maken tussen alle mogelijkheden die op mijn pad komen