Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Roma worden weer zigeunerboeven

Home

Huub van Baar

Foto uit de serie 'Roma zigeuners' © Peter van Beek
Essay

Criminaliteit onder Roma, daar springen media gretig op in. Maar criminologen rommelen met feiten. Dat leidt tot nette - en ouderwetse - zigeunerhaat.

In Europa is een 'fatsoenlijke' afkeer van Roma sterk in opkomst. Openlijke gewelddadige zigeunerhaat komt al geruime tijd voor: in Bulgarije, Hongarije, Italië, Slowakije en Tsjechië vallen extremistische groepen Roma geregeld aan. In de afgelopen vijf jaar zijn alleen al in deze landen meer dan 150 aanslagen op Roma geregistreerd, waarbij tien van hen zijn vermoord.

De meeste politici en burgers, ook in de genoemde landen, verwerpen dit extreme geweld. Tegelijkertijd is er iets anders, minstens zo zorgwekkends aan de hand. Onder het motto dat de Roma zich veelvuldig aan ongewenst gedrag schuldig maken, is een breed gedragen beweging op gang gekomen die daarmee wil afrekenen. Met recht, zo is de gedachte, mag je je tegen Roma verweren en hen anders behandelen. Ze bezorgen ons tenslotte overlast, criminaliteit en andere ellende. Dit fatsoenlijk antiziganisme manifesteert zich in de samenleving, de politiek en ook bij de politie - elders in Europa maar nu ook in Nederland.

Verstoorders van de openbare orde
In Oost-Europa heten Roma al langer 'onaanpasbaren', 'onfatsoenlijken' of 'criminelen'. Gematigde politici verzetten zich zelden tegen deze aanduidingen. Ook in West-Europa zien politici, politie en burgers Roma steeds vaker en vanzelfsprekender als veiligheidsprobleem en verstoorders van de openbare orde, tegen wie onorthodoxe maatregelen gepast zijn. Zo zet Frankrijk EU-burgers met een Roma-achtergrond uit. In 2010 berichtten de media daarover uitvoerig, maar ondanks protesten van de EU en mensenrechtenorganisaties gaat het uitzetten onverminderd door. Sinds 2007 zijn zeker 40.000 Roemeense en Bulgaarse Roma-migranten Frankrijk uitgezet. De politieke kleur van de regering maakt weinig verschil. Tot 2012 was de centrumrechtse regering van Sarkozy ervoor verantwoordelijk, nu is dat de socialistische van Hollande.

We zijn deze uitzettingen en andere rigide optredens tegen Roma in Europa gewoon gaan vinden. Lag bij de bejegening van Roma de eerste vijftien jaar na 1989 de nadruk op mensenrechten, nu draait het steeds meer om handhaving. Opiniepeilingen in Frankrijk en elders in Europa tonen dat veel burgers het harde Roma-beleid van hun politieke leiders steunen. De politici trekken er zelfs stemmen mee.

Met de voortzetting van het Franse beleid is de collectieve en etnisch gemotiveerde uitzetting van Roma-migranten uit een EU-lidstaat de dagelijkse praktijk geworden. Dit beleid schendt het Europees recht op vrij personenverkeer en holt het EU-gelijkheidsbeginsel uit: bij Roma wordt met een andere maat gemeten.

Daar komt bij dat de maatregelen alleen maar symptomen bestrijden. Ze pakken de hoofdoorzaken waarom Roma naar West-Europa migreren (armoede, werkloosheid, discriminatie en uitzichtloosheid) niet aan- en daar draait het ook steeds minder om.

De eenzijdige aandacht voor rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding voedt bovendien antiziganisme. Roma worden neergezet als overlastveroorzakers en criminelen, die opereren in goed georganiseerde clans of bendes die zich clandestien en over grenzen heen organiseren. Roma zouden er geheime culturele gedragscodes op nahouden die criminaliteit en uitbuiting in de hand werken. Dat borduurt voort op het diepgewortelde vooroordeel dat Roma een rondreizende boevenbende of nomadisch volk vormen.

Roma zijn geen nomaden meer
Maar Roma zijn staatsburgers van Europese landen. Al al in 1899 bleek bij een volkstelling in het Habsburgse Rijk dat 98 procent van hen sedentair leefde en dus helemaal niet reisde. Roma neerzetten als 'nomaden' met een 'extreem andere leefwijze', was vroeger en is nu vaak een excuus om hen als derderangs burgers te behandelen.

In Italië bijvoorbeeld mogen volgens de wet Roma-kampen - daar 'nomadenkampen' genoemd - om de zoveel tijd worden 'gebulldozerd'. Zo wordt het veel Roma die Italiaans staatsburger zijn onmogelijk gemaakt te integreren en worden ze tot 'nomaden' gemaakt. Ze leven niet uit vrije wil in deze getto's, maar worden elders vaak niet getolereerd.

In de Nederlandse media doemden afgelopen maand variaties van al deze stereotype beelden op. Vorige week vrijdag stelde de net afgestudeerde Annemiek Dul in Trouw dat het 'de Romacultuur' zelf is die excessen zoals mensenhandel in de hand werkt. In haar scriptie, die mede door de Politieacademie werd begeleid, stelt ze dat de Romacultuur 'een normatief kader creëert waarbinnen het voor veel vrouwen normaal is om in de prostitutie te werken', en voor kinderen om te bedelen en te stelen. De 'morele codes van de Roma-gemeenschap' zouden hun integratie en participatie radicaal in de weg staan en misstanden als kinderprostitutie en mensenhandel rechtvaardigen.

Onderzoek naar criminele bendes
Veel meer media-aandacht kreeg Dina Siegel, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Utrecht. Zij deed in opdracht van dezelfde Politieacademie onderzoek naar Oost-Europese criminele bendes die in Nederland actief zijn. Half september stelde ze in Vrij Nederland dat Roma daarin oververtegenwoordigd zijn. Zo zouden de zakkenrollers op de Gay Pride en zomerfestivals 'bijna allemaal Roma' zijn geweest stelde ze, zonder dat ze dit zelf had onderzocht. Volgens Siegel moeten we 'het zigeunertaboe' doorbreken en de Roma-achtergrond van die bendes benoemen. "Dan zal je niet de hele groep van 'Oost-Europeanen' of zelfs van 'Roemenen' in Nederland stigmatiseren." Met geen woord repte ze over het stigmatiserende effect van haar eigen analyse op de 'hele groep Roma'.

Haar bewering dat 'de zigeuner terug is' en de stereotypen dus kloppen, bleek koren op de molen van minder weldenkenden. Haar rapport werd meteen op de website van het rechts-nationalistische Vlaams Belang gepresenteerd als een studie 'die het grote zigeunertaboe aan diggelen slaat'.

Een markant detail is dat Siegels onderzoek nog helemaal niet gepubliceerd was toen ze volop in de media kwam. Zonder haar rapport te hebben gezien, namen die media haar visie over. Wat is er eigenlijk waar van wat professor Siegel beweerde? Inmiddels heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid haar rapport ('Mobiel banditisme: Oost- en Centraal-Europese rondtrekkende criminele groepen in Nederland') openbaar gemaakt. Haar bevindingen blijken gebaseerd op kleinschalig kwalitatief, en niet op statistisch, kwantitatief onderzoek. Haar onderzoeksteam hield een klein aantal interviews, vrijwel uitsluitend met politieambtenaren in en buiten Nederland. Siegel liet enkele studenten een aantal dagen onderzoek naar Roma doen in Roemenië en Bulgarije. Hier en daar brachten ze een bezoekje aan een Roma-getto. Siegels rapport verbindt in het oog springende rijkdom van sommige Roma zonder verder onderzoek met crimineel geld.

In het Vlaamse tv-programma 'Reyers Laat' beweerde Siegel onlangs dat 80 procent van de Oost-Europese criminele bendes in Nederland Roma zijn. Ze vertelde tegelijk dat het bij haar onderzoek om 'inschattingen' gaat. Tja, als wetenschappers inschattingen als 'percentages' presenteren, wordt wetenschap een vorm van waarzeggen. Ook media die zulke beweringen kritiekloos overnemen, schieten tekort.

Geen wetenschappelijk debat
Het is bedenkelijk dat Dul en Siegel hun bevindingen meteen in de media kenbaar maakten, en niet eerst het wetenschappelijke debat opzochten. Daaraan is dringend behoefte. Kenmerkend voor Siegels rapport is de onzorgvuldige omgang met bronnen. De meest opzienbarende uitspraken die ze in de media over Roma deed, worden niet door het onderzoek bevestigd of niet eens in de conclusies genoemd. Uitspraken van Oost-Europese politieambtenaren worden eenvoudig voor waar gehouden, terwijl het rapport zelf bronnen aanhaalt die opmerken dat de politie 'de grootste maffia in Bulgarije' en 'het meest corrupte orgaan in Roemenië' zou zijn. Wat die kwalificaties betekenen voor de kwaliteit van het bronnenmateriaal blijft in het midden.

Het rapport baseert zich voorts op 907 Nederlandse justitiële dossiers. Nergens staat hoe die dossiers zijn geanalyseerd en welke moeilijkheden daarbij juridisch en wetenschappelijk kwamen kijken. Heeft de politie in strafdossiers nationaliteit en etniciteit geregistreerd, en hoe precies? Hoe zijn die gegevens gekoppeld aan het voor het onderzoek centrale fenomeen van mobiele bandieten? In Siegels rapport ontbreekt iedere transparantie rondom deze cruciale thema's.

Op grond van een gering aantal case-studies en gebrekkige wetenschappelijke analyse doen Siegel en Dul uitspraken over 'dé Roma', 'dé Romacultuur' en 'Romafamilies' - terwijl ze tegelijk in hun studies tegen generalisering waarschuwen. Zo suggereren zij zonder voldoende wetenschappelijke onderbouwing dat Roma nu zowel de daders als de slachtoffers zijn: Roma zouden andere Roma uitbuiten door hun vrouwen te verhandelen en hun kinderen te laten bedelen en stelen. Roma zouden zich verrijken door de eigen minderheid schade te berokkenen. Er zou zelfs sprake zijn van 'criminele Roma families' die deze patronen van de ene op de andere generatie doorgeven.

In Zuid-Afrika en de VS is de zwarte bevolking oververtegenwoordigd in misdaadstatistieken. Toch zullen alleen racisten menen dat dit enkel hun schuld en geërfde criminaliteit is, of een gevolg van 'hun cultuur', en niets met een geschiedenis van apartheid en ongelijkheid te maken heeft. Terwijl niet eens vaststaat dat Roma in Europa oververtegenwoordigd zijn in de (kleine) criminaliteit, worden zij en 'hun cultuur' niettemin door wetenschappers als Dul en Siegel daarop aangesproken. De verwijzing naar een nog altijd voortdurende geschiedenis van uitsluiting, achterstelling en extreem negatieve beeldvorming maken zij alleen oppervlakkig.

Afzonderlijke categorie 'bandieten'
Siegel claimt dat 'criminele Roma-families' een afzonderlijke categorie 'mobiele bandieten' vormen. Maar niets rechtvaardigt het om die groep als etnisch Roma te typeren of, zoals Siegel in navolging van enkele Vlaamse collega-onderzoekers doet, van een apart 'zigeunertype' onder deze bandieten te spreken. Ze draaien oorzaak en gevolg om. Je kunt wel spreken van criminaliteit in familieverband, maar op criminele families het etiket 'Roma' plakken suggereert dat die families crimineel zijn omdat ze Roma zijn. Zo wordt criminaliteit onder Roma in de dipsaus 'Romacultuur' gedompeld en krijgt het een etnisch-raciale verklaring.

Dat Roma vaak sterk op hun familie leunen is niet alleen een cultureel verschijnsel. Langdurige maatschappelijke en politieke uitsluiting van Roma heeft geleid tot extreme armoede en isolement. In Roemenië en Bulgarije bijvoorbeeld lijdt 40 procent van hen dagelijks honger. Om te overleven worden ze op hun familie teruggeworpen, zoals in alle delen van de wereld waar armoede de realiteit van de dag is. Dat betekent niet dat alle Roma, al of niet in familieverband, het criminele pad opgaan.

Armoede gaat helaas ook altijd gepaard met uitbuiting, maar zeker niet alleen van Roma door Roma, zoals Dul en Siegel beweren, alsof 'de Romacultuur' het probleem is. Vooral in Italië en op de Balkan is corruptie en uitbuiting onlosmakelijk verweven met de politieke orde en zeker ook met uitbuiting van Roma door anderen.

Dat criminaliteit onder Roma voorkomt, staat hier niet ter discussie. Dat bepaalde problemen van de ene generatie op de andere zijn overgedragen ook niet. Wat wel ter discussie hoort te staan, is hoe de opeenstapeling van radicale en steeds weer herhaalde stereotypen tot excessen leidt in de bejegening van Roma, in het mediadebat en in beleid.

Etnische registratie
Waartoe de dubieuze gedachtengang van generaties 'criminele Romafamilies' kan leiden, is onlangs in Zweden onthuld.
Politieambtenaren hadden wijdvertakte stambomen van Roma-families opgesteld. Maar ook de Franse Gendarmerie en de Nederlandse gemeente Ede hebben langdurig Roma etnisch geregistreerd en illegale databases bijgehouden. Op websitevoordepolitie.nl staat al jaren een interview met een vooraanstaand politie-inspecteur die zegt 'Roma-criminaliteit' te bestrijden, alsof dit een ondubbelzinnig, vaststaand begrip is. Hij presenteert ook stambomen van 'Roma clans' om de 'problematiek' inzichtelijk te maken.

Durven we bij die dubieuze genealogische opsporingsmethoden nog kanttekeningen te plaatsen? Of laten we dit alles oogluikend toe, onder het mom dat bij bepaalde groepen maatschappelijke problemen 'onorthodoxer' mogen worden opgelost?

Uiteraard is onderzoek naar criminaliteit nodig en daarbij mag het aandeel van minderheden benoemd worden; ook de politie mag strafbare feiten gepleegd door die groepen in kaart brengen. Maar alvast databases aanleggen en groepen profileren uit preventieoverwegingen, gaat te ver. Net zo onverantwoord is het om de resultaten van kleinschalig kwalitatief onderzoek - zoals dat van Siegel en Dul - te vertalen naar 'harde cijfers' of 'feiten' over complexe etnische groepen. Juist vanwege de dominante stigmatisering van Roma vliegen media daar als bijen op honing op af. Wetenschap, politie en media hebben de verantwoordelijkheid om fatsoenlijk antiziganisme te bestrijden, in plaats van dat te voeden.

Ook beleidsmakers in Nederland moeten veel krachtiger stelling nemen tegen het antiziganisme in en buiten Nederland. Niet voor niets hebben Europese instituties het Nederlandse Roma-beleid herhaaldelijk op de korrel genomen. Vorige week nog kwam de Raad van Europa met scherpe kritiek op Nederland, dat zijn Roma-beleid formuleert in termen van veiligheid en dat Roma, Sinti en woonwagenbewoners zelf niet bij beleidsvorming betrekt.

Maar de 'uitkomsten' van Dul en Siegel bevestigen Nederlandse beleidsmakers die al lange tijd op wetshandhaving hameren. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) Siegels rapport als 'een ondersteuning' van zijn beleid, schreef hij 9 oktober in een brief aan de Tweede Kamer. De vraag is echter wat hij met dat rapport precies in handen heeft en welke rol 'zijn' politie in deze hele discussie heeft gespeeld.

Het nationale Roma-beleid dat Nederland sinds 2011 in opdracht van de EU heeft ontwikkeld, lijkt op een omgekeerde trechter: een beperkt aantal Roma-gezinnen met grote maatschappelijke problemen zijn de maat voor het beleid voor alle Nederlandse Roma, volgens een schatting van de Raad van Europa zo'n 40.000 mensen. Die problemen zijn serieus en verdienen een stevige aanpak. Maar ze rechtvaardigen niet dat het hele beleid daarop wordt gebaseerd en ook niet de analyse dat ze voortkomen uit de Romacultuur. Toch is dat de centrale lijn in het rapport dat de Politieacademie in maart uitbracht over 'multi-problematiek bij gezinnen met een Roma achtergrond'. Net als bij Siegel en Dul, suggereert dat op grond van enkele gevallen dat brede patronen in de Romacultuur integratie en participatie in de weg staan.

Zorgwekkend is dat de Nederlandse overheid zich niet alleen weinig aantrekt van haar critici, maar dat ze dit politierapport en het eigen beleid nu op de EU-agenda wil krijgen. Binnen de EU beijvert Nederland zich voor een repressieve aanpak van Roma, in plaats van een gerichte aanpak van hun armoede, discriminatie en uitsluiting. Nederland zal het politierapport binnenkort in EU-verband presenteren als best practice: Nederland beveelt zijn aanpak aan bij lidstaten als Tsjechië en Hongarije, waar gewelddadige aanslagen op Roma nu al geruime tijd schering en inslag zijn.

Het 'fatsoenlijk' en 'onfatsoenlijk' antiziganisme zijn geen gescheiden fenomenen - ze liggen in elkaars verlengde. De Roma zijn de laatste minderheid in Europa die vaak ongestraft gediscrimineerd kan worden. Daarvan moeten we nu krachtig - en tegen de trend in - afstand doen om grotere escalaties te voorkomen.

Foto's
De foto bij dit artikel is onderdeel van een serie over de positie van Roma in Europa, die fotograaf Peter van Beek maakte in 'bijna alle landen waar Roma zijn': van Macedonië tot Portugal, en van Italië tot de Baltische staten. Van Beek begon met de serie in 2005, toen de Europese Unie het 'Decennium van de Roma-integratie' afkondigde. Dat programma heeft volgens Van Beek bitter weinig bijgedragen aan de verbetering van hun positie. "Ik zie eerder het tegendeel: in Tsjechië en Slowakije zie je steeds heftigere pogroms." Zijn foto's getuigen van de schokkende armoede en uitzichtloosheid warin veel Roma leven. In Roemenië trof hij ook de - vermoedelijk laatste - groep Roma aan die voldoen aan het stereotype van rondreizende nomaden. "Dat doen ze zo'n negen maanden per jaar, om de kost te verdienen, of omdat ze verjaagd worden. Maar ze staan wel ergens op een woonadres geregistreerd, dat moet van overheidswege."
Van Beeks foto's verschijnen in januari in boekvorm bij uitgeverij Komma/De Jager.

Huub van Baar, universitair docent Europese Studies aan de UvA, promoveerde op de positie van Romain Europa. Hij is expert op het terrein migratie- en minderhedenbeleid in de EU.

Deel dit artikel