Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Roma-instituut is alweer verleden tijd

Home

Rob Pietersen

Meisjes van de Sinti-gemeenschap tijdens een jaarlijkse bijeenkomst. © Werry Crone

Het Nederlands Instituut Sinti en Roma (NISR) wordt anderhalf jaar na de oprichting alweer opgedoekt. Het instituut heeft te weinig kennis en kunde in huis, functioneert niet, en er is geen draagvlak voor. Overheidsgeld is daardoor niet op verantwoorde wijze besteed, concludeert de raad van toezicht op basis van onafhankelijk onderzoek.

Het in 2011 opgerichte, in Den Bosch gevestigde instituut gaat in augustus dicht, heeft de raad dan ook besloten. Voorzitter Joop Worrell liet, naar aanleiding van klachten en twijfels over de effectiviteit, een onafhankelijk onderzoek uitvoeren. De conclusies waren 'stevig kritisch'.

"We willen niet als een struisvogel met de kop in het zand verdergaan. Het wordt tijd voor herbezinning", zei de voorzitter van de raad van toezicht vorige maand al. Die herbezinning leidt nu tot liquidatie. "Het heeft niet gewerkt", vindt ook het ministerie van vws

Het instituut had tot opdracht de haperende integratie van de doelgroep aan te pakken. De positie van een deel van de ongeveer 10.000 Sinti en Roma in Nederland baart zorgen; er is sprake van hoge schooluitval en werkloosheid, veel overlast en criminaliteit. Het instituut werd opgericht met een 'startkapitaal' van 7 miljoen euro, geld dat afkomstig was uit het fonds voor het naoorlogse rechtsherstel van Sinti en Roma. Volgens het ministerie rest er nog 4,5 miljoen.

De raad van toezicht wil dat geld gebruiken om verder te gaan met al gestarte projecten die wél werken. Bij Sinti en Roma groeit echter de kritiek op de raad, vooral op voorzitter Worrell, oud PvdA-Kamerlid en oud-burgemeester van Woudrichem.

Worrell (73) was eerder tien jaar voorzitter van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma. Veel Sinti en Roma verwijten Worrell vastgeplakt te zitten aan het pluche, ze voelen zich gehoord noch vertegenwoordigd door hem en 'zijn' NISR. Het is de 'eeuwige kritiek', stelt Worrell. "Dit zijn buitengewoon weerbarstige groepen. Het NISR heeft de brug naar de doelgroep niet weten te slaan. Daarin is niet alleen het personeel tekortgeschoten, maar ook wij, als raad van toezicht", zei hij eerder. Desondanks lijkt hij niet van plan zich terug te trekken.

Het ministerie wacht de ontwikkelingen af. Een woordvoerder: "Er is overleg, maar we blijven op afstand".

Met die 'terughoudende rol' rijst de vraag wie er toezicht houdt op de raad van toezicht. Die vraag stond onlangs ook ter discussie na een rapport over problemen bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Het rapport wees uit dat de raad van toezicht te veel afstand had gehouden en niet alert had gereageerd op de wanorde. Het betreffende ministerie (binnenlandse zaken) kreeg het verwijt de raad niet te hebben aangespoord zijn taak serieuzer te nemen.

Deel dit artikel