Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Röling laat zien wat hij in huis heeft

Home

HENNY DE LANGE

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van conservator Harry Tupan van het Drents Museum in Assen.

Dit schilderij uit 1972 zou je ook kunnen bekijken als een uitgebreid visitekaartje van de toen nog jonge kunstenaar Matthijs Röling. Want hij laat niet alleen zien wie hij is. Ook de genres in de schilderkunst die hij beoefent, komen allemaal aan bod in dit werk: het (zelf)portret, het stilleven, modeltekenen, het schilderen van een interieur en van een landschap.

Links heeft Röling zichzelf geportretteerd, op 29-jarige leeftijd. De naakte meisjesachtige vrouw is zijn model en muze Karin, met wie hij toen ook getrouwd was. Op de schoorsteenmantel trekt een ragfijn stilleven van twee vazen met bloemen, een pop en een doek de aandacht.

Met zorg heeft Röling het interieur voor dit schilderij uitgekozen: een mooie hoge ruimte in het landhuis Groenestein in Groningen, waar hij destijds inwoonde bij zijn ouders. Opvallend is de blauwe planken vloer waarmee hij kan laten zien hoe goed hij het spel van licht en schaduw op de glimmende vloer kan vangen in verf. Door de openslaande ramen gunt hij ons tenslotte ook nog een blik op het landschap.

De oplettende kijkers hebben het misschien al ontdekt, maar er zit ook nog een grappige toevoeging in dit schilderij. Want de kunstenaar heeft zichzelf dan wel in de vensterbank geportretteerd, eigenlijk bevindt hij zich elders in de kamer, want kijk maar eens naar de spiegel: daar duikt zijn hoofd op.

"Werkelijk álles zit in dit werk", zegt conservator Harry Tupan van het Drents Museum. "Voor mij is het een iconisch schilderij, niet alleen vanwege de fabelachtige techniek, maar ook doordat je er zoveel in kunt zien." Nu het voor het eerst sinds zeven jaar weer op zaal hangt, valt hem ook de 'prachtige ingetogen sfeer' op. Voor Tupan is het een sleutelwerk in het oeuvre van Röling.

In 2005 wijdde het Drents Museum, dat als enige museum hedendaagse realistische kunst uit Nederland verzamelt, een grote tentoonstelling aan Matthijs Röling. Bij die gelegenheid schonk een broer van de kunstenaar dit schilderij aan het museum. De tentoonstelling was daarna ook nog te zien in het toenmalige Scheringa Museum in Spanbroek. Ook leende Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum, dit schilderij nog een keer voor een tentoonstelling in het Groninger Museum. Maar in het Drents Museum heeft het al die jaren alleen maar in het depot gehangen.

Dat kon helaas niet anders, vertelt Tupan, omdat het museum toen nog geen vaste afdeling had voor de collectie realistische kunst. Bovendien was het museum lange tijd gesloten vanwege een verbouwing en uitbreiding.

Tupan had het ook wel in zijn kamer willen hangen, bekent hij, maar dat is niet toegestaan voor stukken uit de collectie. Naar aanleiding van het verzoek van Trouw heeft Tupan niet alleen dit schilderij uit de kelder gehaald, maar er meteen ook maar een kleine presentatie omheen gemaakt. Het doek heeft gezelschap gekregen van vijf andere werken van Röling die aanhaken bij de genres die aan bod komen in 'De schilder en zijn model'. Het 'Röling-zaaltje' is ook een mooie entree, constateert Tupan, naar de zojuist geopende expositie over de noordelijke realist Ger Siks, met wie Röling nauw heeft samengewerkt.

Matthijs Röling schildert de laatste jaren niet meer. Zijn schilderhand functioneert niet meer. Al vroeg in zijn carrière had hij te kampen met beknelde zenuwen in zijn rechterhand. Er waren perioden dat hij helemaal niet kon schilderen of noodgedwongen koos voor een wat 'wildere' expressievere stijl, omdat het schilderen van stillevens te vermoeiend was.

Al op jonge leeftijd viel het talent van Röling op. Toen hij veertien werd kreeg hij van zijn ouders honderd gulden om schildersspullen te kopen. Hij groeide op in een kunstminnende familie in Groningen. De kampeervakanties in Italië waren vaak complete kunstreizen. Drie van de vijf kinderen kozen voor een artistieke baan. Broer Wiek werd architect, zus Jet pianiste en Matthijs koos voor de schilderkunst. Dwars tegen de tijdgeest in besloot hij te gaan schilderen naar de werkelijkheid. Dat was na de Tweede Wereldoorlog als ouderwets aan de kant geschoven en werd decennialang als not done beschouwd in de kunstwereld. Alle aandacht ging uit naar abstracte kunst, die na de oorlog werd gezien als de kunst van de absolute vrijheid.

Als jonge kunstenaar wilde Röling 'alles kunnen schilderen wat hij wilde'. Dat betekende volgens hem dat hij de schilderkunstige techniek tot in de finesses moest beheersen. Nee, een meeloper was hij bepaald niet. In een interview in 1969 constateerde hij dat zijn schilderijen een veel actuelere inhoud hadden dan die van Karel Appel. "Die hoort met zijn woestheid bij de jaren vijftig en niet meer bij de zestiger jaren." Röling zag het als een grote uitdaging om iets nieuws toe te voegen aan klassieke onderwerpen.

In de loop der jaren heeft hij niet alleen een omvangrijk oeuvre gerealiseerd, maar ook tal van jonge kunstenaars opgeleid. Hij was jarenlang docent aan de Minerva Academie in Groningen.

De laatste jaren koos Röling zijn onderwerpen noodgedwongen dichtbij huis. Hij maakte een serie schilderijen van de tuin bij zijn huis in Ezinge in Groningen. En nu kan hij dus helemaal niet meer schilderen.

Tupan: "Hij heeft nog zoveel ideeën in zijn hoofd. Maar wat ik wel mooi vind is dat hij nog meemaakt dat de figuratieve schilderkunst, die decennialang is verguisd in Nederland, nu een ware revival beleeft."

Deel dit artikel