Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rogier van Otterloo met en zonder suiker

Home

Esther Hageman

Zestien jaar na zijn ontijdige dood komt Rogier van Otterloo (1941-1988) opnieuw tot leven: gelijktijdig verschijnen twee cd's met het werk van de legendarische componist/arrangeur/orkestleider. Zoons Bas en Thijs vinden dat het werk van hun vader het verdient om klassiek te worden.

Rogier van Otterloo was 46 toen hij, in januari 1988, aan kanker overleed -aan mesothelioom, de vorm van longkanker die wordt geassocieerd met asbest. Zijn drie zoons -Bas (1969) en Alfie (1971) uit een eerste huwelijk, Thijs (1973) uit het tweede- waren pubers.

Oudste zoon Bas: ,,Vier jaar eerder openbaarde zich de ziekte al, maar na behandeling leek het weg. Toen kwam het terug. Maar hij heeft tot zijn laatste dag ontkend dat hij ziek was. Hij was altijd al autoritair en streng, maar omdat hij ziek was en het niet wilde erkennen werd hij helemaal ongenietbaar. Hij was thuis ziek, dus daar draaide alles om hem. En wij hadden net de leeftijd dat je, onder normale omstandigheden, strubbelingen zou krijgen. Tot zes maanden voor zijn dood is hij voor het Metropole Orkest blijven staan. Al die mensen zagen: het gaat niet goed met hem. Maar niemand durfde iets te zeggen. Toen hij daar wegging zijn we eerst op vakantie gegaan, zes weken met de boot naar Frankrijk. Tijdens die vakantie werd hij steeds zieker. Hij kon het schip niet meer besturen. Ik was de enige die het kon overnemen. Daar was hij chagrijnig en boos onder.''

Dat schip, de Julia -Van Otterloo kocht het jaren na het einde van zijn eerste huwelijk, maar gaf het de naam van zijn eerste vrouw- ligt nu aangemeerd achter het huis van zoon Bas en echtgenote Katelijne. Ze zijn, samen met Thijs, de derde generatie Van Otterloo's die in de muziek zit. Grootvader Willem van Otterloo was de eerste.

Bas studeerde muziekregistratie aan het conservatorium in Den Haag, Thijs deed saxofoon en compositie in Utrecht, Katelijne is zangeres. Het echtpaar is net klaar met de eerste cd, 'Full colour'.

Bas, Thijs en Alfie (die projectontwikkelaar is geworden) hadden al in 1997 het plan om een cd uit te brengen met een selectie uit het eindeloos grote oeuvre van hun vader: rond de tachtig lp's met daarop zo'n vijftig uur muziek, filmmuziek die nooit op plaat is verschenen, reclametunes. Samen is het wel ,,drie weken muziek'', schat Bas van Otterloo. Daarvan is maar een fractie over de de drempel van het cd-tijdperk gekomen.

Maar het heeft zacht gezegd 'even geduurd' voordat het plan van de zoons realiteit werd. De tijdrovendste hindernis: Bas en Thijs konden het moeilijk eens worden welke stukken op zo'n cd moesten komen. Bas vond dat de bekendste stukken erop moesten staan, Thijs wilde liefst alleen de muzikaal meest interessante. Bas: ,,Van 'Rondo 1' zijn destijds een miljoen exemplaren verkocht. De 'Introspection'-serie met Thijs van Leer, die haalde ook enorme oplages. Ik ben wel met m'n broer eens dat er spannender muziek bestaat, maar ik vond dat zo'n cd een doorsnee moest bevatten van al het werk van m'n vader. Dan kun je die enorme hits niet weglaten.''

Over een eerste selectie, van zeshonderd minuten, waren ze het wel snel eens. Het heeft ze dik vijf jaar jaar gekost om daar vervolgens de keus uit te maken die nu op 'Verzameld Werk' staat. Het album, samen 3 uur en 20 minuten muziek, beslaat drie cd's. De eerste is gewijd aan Van Otterloo's filmmuziek. De twee andere bevatten een mix van Van Otterloo's eigen composities (te beginnen met Rondo 1), zijn arrangementen en een paar curiosa. Zoals de eerste eigen compositie die Van Otterloo, als 20-jarige, opnam met zijn Gold Coast Combo, waarin hij zelf piano speelde.

De tweede hindernis die het project ontmoette was, kort gezegd, de tijdgeest. Bij platenmaatschappijen en bij de televisie wordt de dienst uitgemaakt door, zegt Bas, ,,jonge snelle kereltjes die denken: 'Rogier van Otterloo? Dat is lang geleden hoor'.'' De Van Otterloo-zonen troffen weinig animo om de cd uit te brengen. Bas: ,,En eigenlijk zou er bij de cd natuurlijk een mooie, waardige documentaire moeten komen. Maar bij alle omroepen krijg je nul op het rekest.''

Bas van Otterloo is er niet zo zeker van dat zijn vader het met de selectie op de verzamel-cd eens zou zijn geweest. ,,Had hij het zelf samengesteld, dan had hij misschien nog geen halve cd gevuld. In zijn jaren bij CBS moest hij vijf platen per jaar maken en dat vond hij zelf ook niet zo leuk. Het werd routine, en daar was hij zich van bewust. Later is hij bij Polydor de orkestplaten gaan maken -maar die verkochten veel minder. De lp 'Tin Pan Alley', die heeft hij zelf het mooiste gevonden. Die is van 1978. Daar kon hij lekker knallen met een groot orkest.''

Wat Rogier van Otterloo 'eigenlijk' van zijn werk vond lazen zijn kinderen af aan hoe vaak hij het thuis draaide. ,,Had hij vlak voor een vakantie net iets af en was hij er tevreden over, dan nam hij het mee op een bandje en draaide hij het voortdurend. Wij hebben als kind de films waarvoor hij de muziek schreef nooit gezien. We mochten niet mee naar 'Turks Fruit'. We kenden alleen de muziek.''

De muzikale opvoeding die Van Otterloo's zoons van hun vader hebben gekregen, verschilt. Bas woonde bij zijn moeder, was alleen in de weekends bij zijn vader en heeft het eigenlijk niet zo vaak met hem over muziek gehad. ,,Ik begon op m'n twaalfde met drums, en zijn boodschap aan mij was eigenlijk vooral: 'Je hoeft geen instrument te gaan spelen, maar als je het doet, moet je het goed doen'. Hij heeft met mij nooit, bij wijze van spreken, de sus-akkoorden doorgenomen. Dat heb ik allemaal zelf moeten ontdekken. Thijs is veel meer gestimuleerd. Maar dat was niet altijd makkelijk. Hij had in zijn schooljaren een bandje, dat in de schuur repeteerde. Het is gebeurd dat m'n vader z'n hoofd om de deur stak en tegen de pianist zei: 'Zou je in de linkerhand nou niet es iets ànders spelen dan in de rechter?' Dan zonk de moed je natuurlijk volledig in de schoenen.''

Behalve de driedubbele cd met de originele Van Otterloo-muziek is tegelijk een tweede verschenen: The Rogier van Otterloo Files van een octet dat zich Projectet noemt. Hier niet de originele opnames met het karakteristieke suikeren Van Otterloo-geluid-houtblazers met daarachter strijkers, en het la-la-la van zangeres Letty de Jong. Het octet levert dezelfde muziek in een veel 'kalere' instrumentatie, van een ritmesectie en vier blazers -van wie zoon Thijs er een is.

Het idee om dat te doen is afkomstig van de trombonist Willem Kiewiet de Jonge (41). Als jongen had hij dat idee al. ,,Ik zag die film van Grijpstra en De Gier -eigenlijk een B-film- en ik hoorde de muziek. Ik was verkocht, meteen. Die stukken zijn is helemaal te gek, die wilde ik toen al heel graag zelf spelen. Veel later pas, toen ik lichte muziek deed op het conservatorium in Utrecht, leerde ik Thijs kennen. Nog weer later heb ik Rolf Delfos en Erwin Hoorweg geënthousiasmeerd om Van Otterloo's orkestmuziek te arrangeren voor octet. Sinds Van Otterloo's dood is met die muziek eigenlijk nooit iets gebeurd. Voor iemand van dat formaat, zo'n ikoon, is dat een schande. Zoals ie trouwens ook niet in de Winkler Prins staat -of alleen als voetnoot bij zijn vader, dirigent van het Residentie Orkest. Terwijl ik zou zeggen: Rogier is minstens zo belangrijk als Willem.''

In de versie van Projectet blijven Van Otterloo's composities niet ongemoeid, maar worden ze gebruikt zoals in de jazz standards worden gebruikt: als bagagedrager voor een eigen duiding, en met improvisatie. Het is even wennen, maar het overtuigt: ook zonder de suiker van een groot orkest zijn het adembenemend prachtige stukken.

Bas van Otterloo, kennelijk de behoudender van de twee muzikale zoons: ,,Ik voel die Projectet-cd nog een beetje als 'er aan zitten'. Het is een beetje eng. Laten ze het wel heel? Aan de andere kant is het natuurlijk een groot compliment als iemands nummers het tot standards schoppen. Bij een nummer als 'My funny Valentine' vind ik het heel gewoon dat daar veel versies van zijn. Bij het werk van m'n vader nog niet. Maar, uiteindelijk went het wel.''

Van Kiewiet de Jonge had het geluid op zijn geesteskind misschien wat vetter gemogen, maar hij is in elk geval heel tevreden dat Van Otterloo's werk niet langer ligt te verstoffen, dat het tot leven is gewekt. ,,Het zijn zulke schitterende stukken. Het is ook: buitengewoon Hollands. Net als de films van Bert Haanstra. Iets kneuterigs. Van Otterloo's werk is Hollandse jazz -heel erg gedacht vanuit het klassieke idioom, maar in een jazzcontext gezet. Ik noem dat 'Hollands', en ik hou er ontzettend van.''

Deel dit artikel