Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ridder Van Rappard bepaalde zelf wat kunst was

Home

HENNY DE LANGE

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Piet Augustijn, conservator hedendaagse kunst van Gorcums Museum.

Louis Rudolph Jules (Rolly) van Rappard, beter bekend als Ridder van Rappard. Wie zegt deze naam nog iets? Jonge(re) lezers zullen waarschijnlijk de schouders ophalen. Van Rappard (1906-1994), telg uit een adellijk geslacht, was een soort cultfiguur. Als hij nu nog geleefd zou hebben, zou hij om de haverklap aangeschoven zijn bij het tv-programma 'De Wereld Draait Door' vanwege zijn ultra conservatieve opvattingen en extreme uitspraken. Er was altijd reuring rond deze flamboyante man die zo'n dertig jaar - van 1939 tot 1971 met een onderbreking tussen 1943 en 1945 omdat hij tegen de Arbeitseinsatz was - burgemeester was van Gorinchem.

Een gezellige burgervader was hij niet. Op autoritaire wijze waakte hij over de goede zeden in zijn stad. In de praktijk kwam dat erop neer dat hij hem onwelgevallige toneel- en filmvoorstellingen verbood en streed tegen vrije seks, homoseksualiteit, langharigheid en moderne kunst. Ridder Van Rappard bepaalde zo ongeveer in zijn eentje wat goed was voor de inwoners. Daarin ging hij erg ver. Tijdens zijn vakanties in Italië kocht hij bijvoorbeeld gipsen beelden van engeltjes die hij mooi vond. Deze 'kunstwerken' kregen vervolgens een plek op pleinen en in parken in Gorinchem.

En toch had deze fatsoensrakker ook onverwachte trekjes. U kunt het geloven of niet, maar dit geometrische abstracte reliëf is in de jaren zestig aangekocht op initiatief van Van Rappard. In die tijd woonden en werkten diverse jonge kunstenaars in Gorinchem die rebelleerden tegen alles wat traditoneel was. Tot de voorhoede behoorden onder meer Will Ferwerda, Ad Dekkers, Marinus Boezem, Jan van Munster en Ewerdt Hilgeman. Vooral van Ferwerda en Van Munster moest de burgemeester niets hebben, 'niksnutten' waren het. Een tentoonstelling van Ferwerda in De Nieuwe Doelen liet Van Rappard zelfs ontruimen, wat tot felle protesten leidde.

Maar kennelijk kon hij wel waardering opbrengen voor het werk van Ad Dekkers. Want op 22 december 1964 drong hij er tot ieders stomme verbazing in een persoonlijke brief aan het college van b. en w. - dus ook aan zichzelf! - op aan een reliëf van Dekkers aan te kopen. Conservator Piet Augustijn van Gorcums Museum heeft proberen uit te zoeken wat de burgemeester toen heeft bewogen. Had hij misschien een zwak voor Dekkers of voor diens echtgenote Lien? Of wilde hij met deze aankoop weer eens demonstreren dat hij de baas was in Gorinchem en bepaalde welke (moderne) kunst door de beugel kon? Of was het juist de bedoeling Dekkers te kleineren door diens kunst vooral decoratief te noemen? Augustijn: "Het is voor mij altijd een raadsel gebleven wat Van Rappard heeft bewogen tot deze aankoop."

De brief van de burgemeester kun je ook op verschillende manieren lezen. Augustijn pikt er een fragment uit. "Betrokkene (Ad Dekkers, red.) lijkt mij een hardwerkende serieuze kunstenaar, wiens werk meer decoratieve dan duidelijk artistieke aspecten heeft, doch waarvan de innerlijke harmonie ook de eenvoudigen van geest bepaald zal kunnen aanspreken. Er is zeker geen sprake van humbug, plagiaat of domweg banaliteit. Ik kan mij zelfs voorstellen dat architecten aan de hand van Dekkers' compositie waardevolle inducties vinden voor eigen werk."

De wethouders namen het voorstel over en ook de gemeenteraad stemde er op 30 december mee in. Met Ad Dekkers werd afgesproken dat hij 1500 gulden kreeg voor een zwart reliëf met witte blokken. Voor dat geld moest hij ook nog een pendant - een wit reliëf met zwarte blokken - maken, dat er overigens nooit is gekomen. Toen het reliëf een plek had gekregen, leidde de burgemeester de raadsleden er persoonlijk langs.

In die tijd bestond Gorcums Museum nog niet. Het reliëf kreeg een plek in de voorloper van het museum, een soort oudheidkamer. Maar daar was het zo'n vreemde eend, dat het waarschijnlijk nooit meer te zien is geweest. Pas begin jaren '90 was er in Gorinchem sprake van een cultuurbeleid, vertelt Augustijn en toen is ook Gorcums Museum er gekomen. Het museum beheert de erfenis van de oudheidkamer maar daarnaast is er ook ruimte - zij het bescheiden ¿ voor hedendaagse kunst van kunstenaars die banden hebben met Gorinchem. Deze 'stadscollectie' omvat zo'n 175 werken. Augustijn heeft er zeventien jaar zijn ziel en zaligheid in gestopt. Maar als hij volgend jaar met pensioen gaat, wordt hij vanwege de bezuinigingen niet vervangen. Het museum telt nu 3,5 vaste arbeidsplaatsen en draait verder op enkele tientallen vrijwilligers. Er gaat nog iemand weg, wat betekent dat het museum straks drijft op 1,5 voltijdsbanen. Augustijn vreest dat de hedendaagse kunst het stiefkindje zal worden.

Dat sombere vooruitzicht speelt ook mee bij zijn keuze om dit reliëf uit het depot te halen. In 2009 was het voor het laatst te zien op een tentoonstelling over Ad Dekkers. In de toekomst zou het wel eens voor heel lang in de kelder kunnen verdwijnen.

Daarom krijgt het reliëf nu een prominente plek, naast het werk van een andere beroemde kunstenaar, Peter Struycken. Hij woont al jaren in Gorinchem en is na het overlijden van Ad Dekkers getrouwd met diens - inmiddels ook overleden - weduwe. Dekkers leed aan depressies en pleegde in 1974 op 37-jarige leeftijd zelfmoord.

Augustijn kijkt nog eens goed naar het reliëf, dat in het midden een bolling heeft. Het staat model voor de systematische kunst van Dekkers, waarin orde, symmetrie, geometrie, harmonie en evenwicht centraal staan. Een orde die volgens Augustijn ook het ingetogen en behoudende karakter van de inwoners van de Alblasserwaard weerspiegelt. Dekkers is in die sferen opgegroeid. "Ik hoor de mensen al weer zeggen, dat kan mijn kleine zusje ook. Maar met zijn gelijkmatige verdeling is het zo knap uitgedacht."

Geometrische vormen spraken Dekkers ook aan, omdat ze tijdloos zijn. Mondriaan was zijn voorbeeld, al vond hij de kleuren in diens werk te suggestief. Dekkers beperkte zich tot monochrome zwarte, witte en rode werken, na 1968 verdween ook het rood. Het ging hem om de eenvoud, het zuivere evenwicht. Dekkers' werk mag dan streng en mathematisch ogen, het is in de ogen van Augustijn 'pure eenvoud en poëzie'.

Gorcums Museum heeft nog een reliëf van Dekkers, opgebouwd uit zwarte driehoeken. "Het is zo jammer dat er destijds niet meer is aangekocht, onder invloed van de stemming die Van Rappard maakte tegen moderne kunst. En dat uitgerekend hij dan toch dit werk heeft aangekocht, blijft onverklaarbaar."

Deel dit artikel