Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Revolutie in het schermen

Home

MICHA PETERS

De Gouden Eeuw staat in de belangstelling, er zijn boeken, een tv-serie, maar de combinatie met sport komt zelden aan bod. Toch grijpen sommige sporten terug op de technieken uit de zeventiende eeuw. Zoals het schermen.

Amsterdam begon zich begin zeventiende eeuw steeds meer te ontwikkelen als het centrum van de jonge Republiek, ten koste van Antwerpen. De stad was een ware culturele smeltkroes: in een periode van veertig jaar verdriedubbelde het aantal inwoners, grotendeels dankzij immigratie, zo schrijft Herman de la Fontaine Verwey in Gérard Thibault en zijn 'Academie de l'Espée'.

Daarmee gepaard ging een toenemende belangstelling van de burgerij voor theologische vraagstukken, kunst en cultuur en sport en spel. Liefde voor toneel en poëzie uitte zich in de rederijkerskamer d'Eglantier, waar de dichters Joost van den Vondel en Pieter Corneliszoon Hooft regelmatig waren te vinden. Verder werden wapensporten steeds populairder. Zij werden sinds 1580 georganiseerd in de Handboogs-, Voetboogs- en Kloveniers(schutters)gilden. Drilmeesters leidden burgers in deze gilden op in het gebruik van vuurwapens. Pistoolschieten en schermen werden beoefend in clubs van liefhebbers.

Ook Gerbrand Adriaenszoon Bredero bracht regelmatig een bezoek aan d'Eglantier. Deze dichter en toneelschrijver had een bijzondere voorliefde voor de wapensport. Hij was vaandrig bij de schutterij en beoefende dagelijks met enkele vrienden de 'edele' schermsport, ook wel 'ridderlijke kunst' genoemd. Zoals hij zelf schreef:

"Also vant ick mijn jeught te dragen, liefd' en gunst

Tot d'oeffningh van 't gheweer, de riddelijcke kunst,

Waer aen ick heb besteet de lente mijner jaren"

Dit is een fragment uit een ongedateerd gedicht getiteld 'Aan mijn Heer Tibout'. Het gedicht is een ode aan schermmeester Gérard Thibault. De schermschool in Amsterdam lag begin zeventiende eeuw naast de gildekamer van d'Eglantier, dus het is niet vreemd dat de twee elkaar tegen het lijf zijn gelopen.

Thibault was in 1574 in Antwerpen geboren. Over zijn jeugd, opvoeding en studie is niets bekend. In 1605 vestigde hij zich als koopman in Sancluar de Barrameda in de buurt van Sevilla. Hij hield zich met enkele andere Nederlanders bezig met de handel in wol, die van daar werd verscheept naar Italië, Vlaanderen en Amsterdam. In Sancluar werd Thibault ingewijd in de nieuwe schermmethode van de beroemde Spaanse degenmeester Louis Pacheco de Narvaez. Zijn systeem was gebaseerd op wiskunde, geometrische vormen en wat hijzelf noemde 'de mystieke cirkel'. Thibault verfijnde deze aanpak tot in de kleinste details.

In de herfst van 1610 reisde Thibault naar Amsterdam om daar zaken rond de erfenis van zijn vader te regelen. De stad beviel hem goed en hij besloot er te gaan wonen. Een klein jaar later stelde Thibault zichzelf en zijn nieuwe methode op een toernooi in Rotterdam voor aan enkele Nederlandse schermmeesters. Tot ieders verbazing won Thibault de eerste prijs.

Toen zijn succesvolle optreden Prins Maurits ter ore kwam, nodigde deze Thibault direct aan zijn hof uit voor een uitgebreide demonstratie. Die nam enkele dagen in beslag en werd bijgewoond door hoge officieren. Ook Frederik Hendrik was aanwezig.

Thibault versloeg al zijn tegenstanders en maakte diepe indruk op Prins Maurits, een man die zelf in zijn leger talloze vernieuwingen en innovaties doorvoerde. Thibault ontving uit handen van de prins een prijs en een ereteken.

Het nieuws van zijn succes verspreidde zich als een lopend vuurtje en iedereen in Amsterdam die een degen of rapier bezat, wilde les krijgen van Thibault. Deze wilde zijn theorieën bij een nog breder publiek onder de aandacht brengen door ze nauwkeurig te beschrijven in een groot boek: 'Academie de l'Espée'.

Het boek bestaat naast geschreven instructies ook uit vele prachtige gravures. Het album zou pas na zijn dood in 1630 bij Elsevier verschijnen. Volgens De la Fontaine Verwey is 'Academie de l'Espée' 'de meest uitvoerige handleiding voor de schermkunst die ooit het licht zag'. Hij meent dat het een van de mooiste boeken uit de Gouden Eeuw is. Hij is er ronduit lyrisch over. "Het groot-folio formaat, het zware papier, de voortreffelijke typografie van de Leidse Elzeviers, de rijke, gevarieerde illustratie met dubbele prenten, dit alles stempelt het tot een waarlijk koninklijke uitgave."

In de inleiding van 'Academie de l'Espée' behandelt Thibault eerst de in de renaissance populaire leer van de allesbepalende proporties van het menselijk lichaam ("De mens is de maat van alle dingen"). Uitgangspunt was daarbij de in een cirkel geplaatste menselijke figuur met uitgespreide armen en benen. De hieruit afgeleide verhoudingen dienden als basis van de architectuur en de kunst.

Het schermsysteem van Thibault sluit aan op deze theorie. Basis van het systeem is de 'mystieke cirkel', compleet met middenlijnen, koorden en raaklijnen, gevat in een vierkant. De schermer dient deze figuur op de grond te tekenen. Verder dient de lengte van de rapier in een nauwkeurig bepaalde verhouding te staan tot de lichaamsmaten van de schermers.

Thibault overleed in 1627, waar en wanneer is niet bekend. Helaas voor hem was zijn aanpak geen lang leven beschoren. De methode was voor velen te complex. Wat rest van deze 'Spaanse Brabander' is een prachtig boek.

De School voor Historische Schermkunsten organiseert op 26 en 27 januari in Delft een workshop over de schermtechnieken van Thibault. Meer informatie via: www.bruchius.com.

De eerste sportboeken
In de late middeleeuwen werden de eerste boeken over wat we nu 'sport' noemen gepubliceerd. Dat waren vooral instructieboeken over militaire activiteiten als paardrijden, dolkvechten en musketschieten. In de loop van vijftiende eeuw kregen auteurs ook aandacht voor 'volkse' sporten, onder meer voor het in de Nederlanden toen erg populaire kaatsen, waarop het huidige tennis is gebaseerd.

Jan van den Berghe schreef reeds in 1431 'Dat Kaetspel Ghemoraliseert'. Van den Berghe wil daarin aan de hand van spelregels bij het kaatsen, zijn ideeën over de rechtspraak duidelijk maken. De Italiaan Antoino Scaino da Salo publiceerde halverwege de zestiende eeuw het invloedrijke 'Trattato del Giuoco della Palla'. De auteur beschrijft daarin verschillende kaatsvarianten. Enkele decennia later verscheen het Franstalige 'L' Ordonnance du Royal et Honorable Jeu de Paume' van J. Forbet, waarin de spelregels van het kaatsen worden samengevat.

Maar er was ook aandacht voor andere sporten. Zo verscheen in 1674 het rijk geïllustreerde 'Klare Onderrichtinge der Voortreffelijcke Worstel-Konst' van Nicolaes Petter. Het boek gaat overigens niet louter over worstelen. Er worden tal van technieken behandeld die we tegenwoordig ook terugzien bij oosterse vechtkunsten, zoals de schouderworp en de trap naar het gezicht. Verder komen nog aan bod: het vuistenwerk, gezichts- en lichaamsdekking, vechten met voeten en benen en verdedigingstechnieken tegen een aanval met een mes.

De Fransman Melchisédech Thévenot schreef een van de eerste boeken over zwemsport: 'Art de Nager demontré par figures avec des avis pour se baigner utilement' (1696). Ook dit boek is rijk geïllustreerd en werd een groot succes. Dankzij dit werk werd de schoolslag erg populair.

Gérard Thibault
De Vlaamse Nederlander Gérard Thibault veroorzaakte aan het begin van de zeventiende eeuw met zijn nieuwe aanpak een ware schermrevolutie aan het hof van Prins Maurits. De Republiek werd in die periode (de late renaissance) overspoeld door een golf aan culturele vernieuwingen. Anno 2013 worden de schermkunsten van Thibault nieuw leven ingeblazen. Eind januari geeft de Brit Dave Rawlings in Delft een workshop in de schermtechnieken van Thibault, die eerder werden samengevat in het boek 'Academie de l'Espée'.

Deel dit artikel