Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Resocialisatie is geen gunst, maar een recht

Home

Wiene van Hattum

Een cipier in de Koepelgevangenis in Breda. © anp
Opinie

WIENE VAN HATTUM   Het zou niet nodig moeten zijn dat langgestraften hun recht op resocialisatie bij de rechter moeten afdwingen, betoogt Wiene van Hattum.

Staatssecretaris van justitie Teeven moet Cevdet Y. in de gelegenheid stellen met onbegeleid verlof te gaan (Trouw, 11 juli). Y. is in 1983 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor het doden van zes mensen en het ernstig verwonden van nog vier anderen in café 'het Koetsiertje' in Delft. Dit vonnis van de voorzieningenrechter berust voor een groot deel op de lange voorgeschiedenis.

De opname van Y. in een tbs-kliniek in 2001 is niet te begrijpen zonder kennis van het vroegere beleid voor levenslanggestraften. Zij konden, wat zij ook hadden gedaan, erop rekenen in aanmerking te komen voor gratie als hun terugkeer in de maatschappij mogelijk was, dat wil zeggen als de kans op recidive voldoende was afgenomen.

De grond voor gratiëring heette 'het voorkomen van verstoring van resocialiseringskansen'. Hun straf werd met dat doel op een zeker moment op jaren gesteld. Na gemiddeld zeventien jaar kwamen zij voorwaardelijk vrij.

In deze procedure nam de minister in het algemeen het voortouw en werd zijn voorstel 'geaccordeerd' door het Openbaar Ministerie en de rechter die destijds de straf had opgelegd. Op deze wijze zijn bijna alle levenslanggestraften teruggekeerd in de samenleving voordat zij lichamelijk of geestelijk waren afgeschreven.

Advies inwinnen
Conform dit beleid is met de behandeling van Y. gestart toen bleek dat hij zonder die behandeling een gevaar voor de maatschappij zou kunnen blijven. De reden dat er nu niet meer volgens dit beleid wordt gehandeld, is de beleidswijziging in 2006 dat levenslanggestraften geen aanspraak meer kunnen maken op activiteiten gericht op resocialisatie. Deze beleidswijziging is niet aangekondigd en ook niet als zodanig vastgelegd, maar moet worden afgeleid uit uitlatingen van de bewindslieden sindsdien.

Is de volgende stap dat aan Y. gratie moet worden verleend? Die beslissing ligt in handen van de staatssecretaris, maar zijn vrijheid is niet onbeperkt. In de eerste plaats is hij verplicht advies in te winnen van het gerecht dat de straf heeft opgelegd. Dit advies is, volgens uitlatingen van de bewindslieden uit 2004 en 2005, in beginsel leidend. Daarnaast heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens grenzen gesteld. Het Hof bepaalde dat ook levenslanggestraften in aanmerking moeten kunnen komen voor invrijheidstelling. Dit oordeel is onder meer gebaseerd op het resocialisatiebeginsel, dat in alle Europese landen wordt erkend.

Lees verder na de advertentie
De grond voor gratiëring heette 'het voorkomen van verstoring van re­so­ci­a­li­se­rings­kan­sen'

De in de gratieprocedure adviserende rechter heeft de opvatting van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inmiddels in zijn advies aan de koning tot uitgangspunt genomen en geadviseerd 'zo spoedig mogelijk' met het onbegeleid verlof te starten, zo blijkt uit het vonnis van de voorzieningenrechter.

Indien het verlof goed verloopt en de recidivekans nog steeds als laag wordt ingeschat, is dus een positief advies te verwachten. Dan ligt het tevens in de lijn der verwachting dat aan Y. gratie zal worden verleend. Gebeurt dit niet, en worden daartoe gronden aangevoerd die geheel buiten de macht van Y. liggen, dan botst dit met het bestaande gratiebeleid én met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Nodeloos extra leed
Wat betekent dit voor de andere levenslanggestraften? Uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat resocialisatie niet alleen het recht is van een veroordeelde die behandeld moet worden, zoals Y., maar ook van andere (levenslang)gestraften. Nu het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook heeft gewezen op de taak van de politiek verantwoordelijken om bij het publiek begrip te kweken voor de terugkeer van (levens)langgestraften in de samenleving, mag worden verwacht dat de bewindsman hiernaar handelt.

Zijn boodschap zou dus moeten zijn dat er na een zekere periode gratie wordt verleend, indien mogelijk. Wekt de bewindsman integendeel valse verwachtingen, dan voegt hij nodeloos extra leed toe aan slachtoffers en nabestaanden. zoals dat ook gebeurde toen de bewindsman tegen de vaste rechtspraak van de penitentiaire rechter in, het verlof aan Volkert van der G. bleef weigeren.

Het is kortom niet zo bijzonder dat aan Y. onbegeleid verlof wordt toegestaan. Wel is opmerkelijk dat deze stap door Y. bij de rechter moest worden afgedwongen. Dat dit is gelukt, bewijst dat de rechtsstaat leeft.

De gang van zaken laat echter ook zien dat er dringend behoefte bestaat aan een procedure waarin niet een voor de publieke opinie gevoelige bewindsman, maar een onafhankelijke rechter de beslissing neemt.

Dit kan bijvoorbeeld in een voorwaardelijke invrijheidsstelling-procedure voor levenslanggestraften, zoals door het Forum Levenslang is voorgesteld. Want hoewel het recht nu zegeviert, behoort het niet zo te zijn dat de resocialisatie van gestraften door hen zelf, in slopende, kostbare en aandacht trekkende procedures moet worden bevochten.

Wiene van Hattum: universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen; voorzitter van Forum Levenslang

Het is niet zo bijzonder dat aan Y. onbegeleid verlof wordt toegestaan

Deel dit artikel

De grond voor gratiëring heette 'het voorkomen van verstoring van re­so­ci­a­li­se­rings­kan­sen'

Het is niet zo bijzonder dat aan Y. onbegeleid verlof wordt toegestaan