Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Repareren is de nieuwste trend

Home

Hinke Hamer

De economische crisis heeft ons consumentengedrag veranderd. Er wordt minder gekocht en meer gerepareerd. Websites met adviezen doen het goed. Monteurs, kleermakers en de witgoedgigant beleven hoogtijdagen.

Een tweedehands Sharp magnetron waarvan het display niet meer werkt. De adverteerder die op Marktplaats vraagt om een reparateur, kan hem of haar niet meer dan dertig euro bieden; de magnetron kostte bij aanschaf niet meer dan het driedubbele, zodat een hoger bedrag de moeite niet lonen zou. Gouden tijden dus voor de klusser die raad weet met kapotte displays. Voor elk handig persoon eigenlijk, want de Marktplaatspagina waar reparatiediensten worden gevraagd, barst uit haar voegen.

Door de recessie verandert ons gedrag. Voor sommigen is dat even wennen, anderen spinnen er goed garen bij. Wie? Iedereen van de kleine, zelfstandige kleermaker tot de computerreparateur, de automonteur en de witgoedgigant. Zij merken collectief dat we de computer of wasmachine liever wegbrengen of zelf repareren, dan dat we onmiddellijk een nieuw product aanschaffen. Gouden tijden voor de reparatiebranche. En een beetje consuminderen, was dat ook niet goed voor het milieu?

Leo van Dijk onderhoudt de website reparatie-snelservice.nl, waarop hij zijn diensten als monteur van witgoed aanbiedt. De site bestaat pas anderhalf jaar, maar Van Dijk heeft in twee maanden tijd al ruim een derde van het aantal klanten binnen dat hij vorig jaar in een heel jaar had.

Voor een groot deel is dat toe te schrijven aan de hand die consumenten op de knip houden. Voor een ander deel is het afhankelijk van de kwaliteit van producten die in tijden van crisis worden aangeschaft. Het bezuinigen begint namelijk eerder: al bij de aanschaf van een product. Consumenten kiezen niet meer voor kwalitatief goede apparaten, maar zwichten voor B-merken. Van Dijk komt veel goedkope machines tegen en, zo weet hij, goedkoop is duurkoop. „Bij veel B-merkapparaten kun je nog eens een pompje verwisselen, maar feitelijk is er weinig aan te repareren en koop je als consument al gauw een nieuwe. Terwijl je met een kwalitatief goede machine niet onmiddellijk een nieuw apparaat uitzoekt.” Maar, geeft Van Dijk desondanks toe, „in veel gevallen is het voordeliger om gewoon een nieuwe te kopen.”

Blijft nog over de optie om zelf aan het repareren te slaan. En ook dat gebeurt met verve. Arjen Breedt, ondernemer en adviseur op gebied van witgoed en leverancier van onderdelen, merkt een enorme toename in het aantal telefoontjes dat hij dagelijks ontvangt. „Sinds de media hebben toegegeven dat er sprake is van een recessie, heb ik het twee tot tweeënhalf keer zo druk.” Via een van zijn websites, witgoedtips.nl, en het chatprogramma MSN, leidt Breedt zijn klanten eerst langs een serie tips, zodat ze zelf kunnen proberen hun product weer aan de gang te krijgen. Hij levert onderdelen aan voor reparatie. Via een forum op de site moet het voor iedereen mogelijk zijn om kapotte witgoedapparatuur weer aan de gang te krijgen.

Ook Breedt merkt dat consumenten al gauw voor een goedkoop nieuw apparaat kiezen als het oude kapot is. Waar het op neerkomt, is dat we zekerheid willen. Breedt: „Voor een B-merk wasmachine betaal je stukken minder, en heb je ook wettelijk twee jaar fabrieksgarantie. De kans is iets groter dat de machine na twee jaar niet meer werkt, maar dan heb je in elk geval de zekerheid dat je voor honderd euro per jaar, twee jaar lang een schone was hebt gehad.”

Met al dat repareren zou je haast zeggen dat de omgeving baat moet hebben bij de crisis: consuminderen is immers goed voor het milieu. Maar dat gaat alleen op als we onze duurdere machines laten repareren en geen nieuw Aziatische B-merk kopen als de oude machine even faalt. Breedt houdt zijn hart vast voor de A-merken. „Die kunnen er niet tegenop en gaan zeker nog meer marktaandeel inleveren.”

En als zijn prediking uitkomt, dan is dat slecht nieuws voor het milieu. De goedkope machines, die na twee jaar worden afgeschreven, verdwijnen op de grote berg. Zwarte handel, die afgedankte machines naar Zuid-Afrika, Koeweit of Irak exporteert, biedt ook al geen uitkomst. „Wat moeten ze daar met vijfentwintig waardeloze machines – dan ligt het afgedankte witgoed tweeduizend kilometer verderop alsnog in de sloot.”

Crisis of niet, het milieu komt nog altijd op twee, ná de portemonnee. Het dubbeltje wordt drie keer omgedraaid. En nog een keer. En uiteindelijk geven we geen dubbeltje uit, maar een stuiver. Voor als er in de toekomst nog eens iets gerepareerd moet worden.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)
(Trouw)

Deel dit artikel