Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Relus ter Beek beging een jeugdzonde, die tot een mythe uitgroeide en hem tot het einde achtervolgde

Home

Redactie: Hans Goslinga, Cees van der Laan en Teun Lagas

In de rubriek van vorige week over afgedwaalde schapen in de politiek suggereerden wij dat Ayaan Hirsi Ali met haar vertrek naar de Verenigde Staten de VVD de rug heeft toegekeerd. Dat is niet het geval, liet ze terstond weten, ze hoort nog altijd bij de partij en is lid van de VVD-afdeling New York.

Hirsi Ali begrijpt dat je in de politiek misverstanden snel uit de wereld moet helpen, want voor je het weet gaan ze een eigen leven leiden. Zo is de maandag overleden PvdA-politicus Relus ter Beek nooit meer afgekomen van het verhaal dat hij als jeugdige rooie rakker het Van Heutsz-monument in zijn geboorteplaats Coevorden zou hebben beklad.

In een vraaggesprek met deze krant in februari 2006 deed de Drent een ultieme poging het misverstand voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen. Daarbij deed hij ook de werkelijke gang van zaken omstandig uit de doeken. Tevergeefs. Het misverstand blijkt onuitroeibaar. Vorige week, in de berichtgeving over de jeugdzonde van minister van defensie Van Middelkoop, dook Ter Beek weer als Van Heutsz-bekladder op.

Tot nu toe kon een politicus hierover de schouders ophalen, maar sinds de kwestie-Duyvendak zijn jeugdzonden politiek explosief, zoals de ministers Cramer en Van Middelkoop en het Kamerlid Verdonk hebben ondervonden.

Dus om te voorkomen dat de naam van de politicus alsnog postuum wordt besmeurd, de lezing van Ter Beek zelf over de actie, die zich afspeelde in 1965. „Het is een mythe dat ik dat monument heb beklad”, zei hij twee jaar terug. Met enkele gelijkgezinden, onder wie Henk Beereboom, de latere rechterhand van Joop den Uyl, had hij een spandoekje bij het monument neergezet met de tekst: ’Wij eren Van Heutsz, die in Atjeh dorpen heeft platgebrand’. De aanleiding was de commotie over een nazigeneraal die op een Duits waddeneiland tot ereburger was uitgeroepen. „Wij vonden dat hypocriet in een land dat standbeelden voor Van Heutsz heeft opgericht”, aldus Ter Beek.

Bij het monument voor de generaal in Amsterdam is het later in de jaren zestig af en toe heftig toegegaan, maar de actie in Coevorden verliep nogal tam. Er gebeurde eigenlijk niets.

Ter Beek: „Tot bode Blauw van het gemeentehuis kwam aangelopen: Jongens, haal dat nu even weg. Maar dat was niet de bedoeling. Blauw probeerde een passerend raadslid van de CHU op te porren de politie in te schakelen. Wij stonden al reikhalzend uit te kijken. Daar kwam op zijn fietsje wachtmeester Bergervoet aan: Wie heeft dat daar neergezet? Wij! Nou, zei hij, jullie zijn mooi tussen de begonia’s deurgelopen. Verder niks.”

Volgens Ter Beek werd de actie toch nog een succes dankzij de toen 80-jarige Tilly van der Weijden-Van Heutsz, kleindochter van de generaal, die een strafklacht wegens smaad indiende. De politierechter veroordeelde Ter Beek en zijn kornuiten tot een boete van 50 gulden. „We hebben van de zaak een brochure gemaakt en die verkocht. We hielden er de man nog 27 gulden aan over”, aldus Ter Beek in 2006.

Ter Beek was een trouwe lezer van deze rubriek, waaraan hij als liefhebber van schelmenverhalen ook graag bijdragen leverde. Maar het navolgende verhaal komt niet van hem, maar van zijn toenmalige CDA-collega Jan Nico Scholten.

De heren maakten als buitenlandspecialisten vele reizen. Zo brachten ze in de jaren zeventig een bezoek aan de bevrijdingsbeweging van het Afrikaanse Guinee-Bissau om de guerrillastrijders een hart onder de riem te steken. Het tweetal beleefde benauwde momenten toen het kamp van de revolutionairen werd bestookt door Portugese bommenwerpers. Scholten in zijn memoires: „Denkend dat mijn laatste uur geslagen had, stortte ik mij in een gebed. Relus zag dat en zei alleen maar: Denk ook even aan mij.”

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel