Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rekenmeesters tegen luchtfietserij

Home

Alsof Michelin op het punt staat sterren uit te delen, zo hoog loopt de spanning op in Den Haag als het Centraal Planbureau zijn doorrekening van de verkiezingsprogramma bekendmaakt. Toch is dit een ’nieuwe traditie’.

De verkiezingsstrijd van 1986 was een titanengevecht tussen twee economen: Ruud Lubbers, lijsttrekker van het CDA, versus Joop den Uyl, aanvoerder van de PvdA.

Net als nu was economie hét thema van de campagne. Centrale vraag: moet Nederland doorgaan met de ingezette sanering van overheidsfinanciën?

Het CDA beantwoordde die vraag met een volmondig ja. ’Laat Lubbers zijn karwei afmaken’, luidde zijn slogan. De sociaal-democraten suggereerden verandering met ’Kies de PvdA in de nieuwe regering’ op een affiche waarop de oude Den Uyl werd geflankeerd door lijstduwer en beoogd opvolger Wim Kok.

De VVD onder leiding van Ed Nijpels prees zich aan als enige partij die een rode nachtmerrie kon voorkomen: ’Als de toekomst je lief is.’

Het idee van de maakbare samenleving met een centrale, krachtige overheid was zelfs bij links enigszins naar de achtergrond geschoven. Progressieve idealen waren prachtig, maar wat kostten die wel niet?

Bill Clintons gooi naar het Amerikaanse presidentschap was pas zes jaar later, maar een van zijn meest succesvolle oneliners was al volledig van toepassing op de Nederlandse verkiezingen van 1986: ’It’s the economy, stupid.’

Dat juist bij deze stembusgang voor het Centraal Planbureau (CPB) voor het eerst verkiezingsprogramma’s doorrekende was dan ook geen toeval. De kiezer had geen behoefte aan lijsttrekkers die elkaar over en weer beschuldigden van luchtfietserij, zoals VVD-leider Hans Wiegel deed in debat met Den Uyl in het heetst van de jaren zeventig: „Sinterklaas bestaat. Hij zit daar!”

Nu bestond er behoefte aan een min of meer objectief vergelijkend warenonderzoek dat de werkelijke effecten van voorgesteld beleid zichtbaar kon maken. CDA, PvdA en VVD waren de eerste die het aandurfden.

Het CPB is een erfenis van de wederopbouw. Het eerste werk van de instelling dateert van 1945. De officiële oprichting vond twee jaar later plaats. De op macro-economische modellen gebaseerde plannen van het CPB moesten herrijzend Nederland de weg naar welvaart wijzen. Met de vermaarde econoom Jan Tinbergen had het bureau een directeur in huis die dat vak uistekend verstond.

Achteraf wekt het enige verbazing dat het nog zolang geduurd heeft voordat de CPB-methodiek werd toegepast op de verkiezingsprogramma’s. Wat meespeelde, is dat kiezers tot de tweede helft van de jaren zestig hondstrouw waren aan hun zuil. Na de ontzuiling raakte de kiezer enigszins op drift, al waren de electorale schommelingen onvergelijkbaar met de fluctuaties van tegenwoordig.

De kiezer wilde enige houvast bij het bepalen van zijn stem.

Bij de tweede doorberekening van verkiezingsprogramma’s in 1989 legde ook D66 het verkiezingsprogramma voor aan het CPB.

Vijf jaar later deed GroenLinks hetzelfde, zij het na een hevig intern debat. Niet iedereen binnen de partij was overtuigd van de objectiviteit van de analyses van het CPB. Liet het onconventionele denken van GroenLinks zich wel vangen in de op conventionele aannames gebaseerde modellen van het bureau.

Uiteindelijk had een meerderheid geen trek in nieuwe beschuldigingen van gebrek aan realiteitszin, mede ingegeven door de uitslag van 1989. Toen stond de partij in de peilingen op zestien zetels, maar haalde ze bij de verkiezingen slechts zes zetels binnen.

Tegenwoordig rekent het CPB zo’n beetje alle partijprogramma’s door. Dat helpt partijen om serieus te worden genomen bij formaties. Al is het geen voorwaarde: de grootste zege uit de parlementaire geschiedenis, de entree van de LPF met 26 zetels, en de daaropvolgende regeringsdeelname vonden plaats zonder dat het CPB naar het programma van Fortuyns partij had kunnen kijken.

Deel dit artikel