Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Regionale krant wordt tandeloze waakhond

Home

Onno Havermans

Verslaggevers van regionale kranten hebben geen tijd meer voor analyses en diepgravende interviews. Ze maken overuren of ze gaan onvoorbereid aan de slag. De waakhond van de lokale democratie heeft haast geen tanden meer.

Journalisten beschouwen zichzelf graag als waakhond van de democratie. Hun berichtgeving stelt lezers, kijkers en luisteraars in staat kennis te nemen van de manier waarop politieke besluiten worden genomen en hoe bestuurders functioneren. Maar dat valt hen steeds zwaarder als gevolg van opeenvolgende bezuinigingen.

De regionale krantenredacties van Wegener lopen al op hun tandvlees. Toch wil de nieuwe eigenaar, de Britse Mecom Group, dat ze meer werk gaan doen met minder mensen. „Als je kranten verder gaat uitkleden, kan de controle op het bestuur, hoe het gemeenschapsgeld wordt uitgegeven, volledig aan de waarneming worden onttrokken”, meent Boudewijn Warbroek, tot voor kort verslaggever van de Stentor.

„In de regio is het altijd aanpoten, maar vroeger kon je nog eens ergens voor gaan zitten, je in een onderwerp ingraven of een diepte-interview maken. Daar is nu geen tijd meer voor”, zegt Ellen Willems van De Gelderlander. „Politiek, maar ook het nieuws van de straat, voor alles is te weinig tijd. Collega’s worden moe van de vele avondklussen naast een gewone dagdienst. Als je dat weken achtereen doet, komt dat de kwaliteit niet ten goede.”

Het maken van een afspraak betekent dat er een artikel moet komen, want er ligt geen alternatief klaar, zegt Jan Ruesink van de Twentsche Courant Tubantia. „Je neemt genoegen met een of twee informanten in plaats van drie of vier. Lezers merken dat niet, maar het gaat wel ten koste van de pluriformiteit van meningen. In theorie kun je met vijftig man een krant maken, als je hem volgooit met berichten van het ANP en klakkeloos overgenomen gemeentenieuws. Maar willen je abonnees daarvoor betalen?”

De Britse Mecom Group, die Wegener vorig jaar overnam, maakte vorige week bekend dat 395 tot 465 banen verdwijnen, waarvan 80 op de redacties.

Journalisten moeten ’crossmediaal’ gaan werken, dus zowel voor de papieren krant als voor internet. Dat leidde deze week tot beroering. De raad van commissarissen van Wegener trad af, omdat ze door Mecom niet goed op de hoogte werd gehouden. Intussen klaagden de hoofdredacties van de kranten hun nood bij de raad van bestuur, terwijl de redactieraden en redactiecommissies zich met vakbond NVJ beraadden op acties.

Zover is het voorlopig nog niet. „Staken heeft geen zin nu hier net de vakanties zijn begonnen, dat zou vergelijkbaar zijn met een wave in een halfleeg stadion”, zegt Jan Ruesink, economieredacteur en plaatsvervangend secretaris van de redactieraad in Enschede, die de hoofdredactie op journalistiek gebied adviseert. „We weten pas in september wat precies de gevolgen zijn voor de redactie. Maar we zitten op één lijn met de hoofdredactie dat de bodem is bereikt. De werkdruk is nu al te hoog, we kunnen niet verder interen.”

Twentsche Courant Tubantia heeft al een lange weg aan reorganisaties en bezuinigingen afgelegd. De naam verwijst naar de fusie van twee titels, waarbij de bezetting van 144 naar 120 voltijdsbanen is teruggebracht. „Sindsdien zijn we gaan bijdragen aan internet, sturen we de camjo’s (camerajongens) aan die filmpjes maken voor de website, richten ons fijnmaziger op de regio, maken extra bijlagen en sinds enkele jaren een zondagskrant, allemaal vanuit de bestaande bezetting. Daarnaast hebben we lezersbindende activiteiten, zoals debatten en loopclinics, want we vinden aanwezigheid in de stad net zo belangrijk als stukken in de krant. Maar het vergt wel tijd en energie.”

„Wegener wil nu dat we crossmediaal gaan werken en op zichzelf zijn we daar niet tegen. Maar elk uur dat je steekt in internet, gaat ten koste van research en verslaggeving. Het voordeel van internet is dat je 24 uur per dag nieuws kunt brengen. Maar de krant is nog steeds de financiële pijler. Het is de kunst om internet op te bouwen zonder dat je die pijler afbreekt. Want als mensen denken dat ze alles via internet kunnen volgen en de krant opzeggen, span je het paard achter de wagen.”

Ellen Willems zit op de streekredactie van De Gelderlander in Doetinchem. „Met zeven parttimers voor de hele Graafschap, een groot gebied. Als je even ergens wilt gaan kijken, ben je al gauw twee uur onderweg en dat voel je op zo’n kleine bezetting. Elke dag hebben we dezelfde druk: is er al een opening, hoe vullen we de pagina’s? Iedereen heeft een eigen gemeente en een schaduwgemeente, maar met al die dorpen lukt het niet om alles te volgen. Dan ga je soms slecht voorbereid op pad.”

Dat is voorlichter Arian Kuil ook opgevallen. „Het aantal feitelijke onjuistheden in artikelen is de laatste jaren toegenomen. Een journalist moet zich in korte tijd ingewikkelde problematiek eigen maken en die in heldere bewoordingen weergeven in zo weinig mogelijk ruimte. Door bezuinigingen en grotere concurrentie van nieuwe media is de druk op produceren toegenomen, en dat gaat ten koste van betrouwbaarheid en zorgvuldigheid. Kennelijk is er te weinig tijd om feiten te checken.”

Kuil was vijf jaar lang woordvoerder van Guusje ter Horst toen die nog burgemeester was van Nijmegen. Nu werkt hij op uitzendbasis voor diverse gemeenten. „Gemeenten zijn gebaat bij een goede en ook kritische pers, maar dan moeten de feiten wel kloppen. Daarom vraag ik altijd of ik het stuk voor publicatie mag lezen. Er wordt wel eens geklaagd over al die voorlichters en het zijn er inderdaad veel. Maar ze zijn wel nodig om sprookjes uit de krant te houden.”

Die sprookjes ontstaan volgens Kuil omdat verslaggevers de neiging hebben een verhaal groter te maken dan het is. „Soms zie je dat ze een verhaal oppimpen om maar te kunnen publiceren. Er is geen tijd meer om een onderwerp kritisch onder de loep te nemen en dan misschien vast te stellen dat er eigenlijk helemaal geen verhaal in zit.” Journalisten zullen dat niet snel toegeven, maar Boudewijn Warbroek komt er dicht bij als hij zegt dat verslaggevers op regioredacties risico’s mijden. „Een onderwerp waaraan je begint, moet een verhaal worden. Voor vrijblijvend met iemand praten is geen tijd.”

Warbroek stapte dit voorjaar over naar het weekblad Binnenlands Bestuur, na 25 jaar regiojournalistiek bij de Stentor. Zijn berichtgeving veroorzaakte twee jaar geleden een vertrouwensbreuk tussen de gemeenteraad van Raalte en toenmalig burgemeester Alex Bolhuis. Vanuit het huis van de burgemeester waren laatdunkende uitlatingen over plaatselijke politici gedaan op de website Raoltenet. De kwestie laaide hoog op na berichten in de Stentor en Bolhuis moest vetrekken.

„Zonder mijn artikelen was het niet zo’n affaire geworden”, erkent Warbroek. „Maar eigenlijk kun je zoiets als regionale redactie er niet bij hebben. Als zo’n zaak zich aandient, wil je dat in volle omgang in de krant hebben. Maar je kunt niemand vrijmaken, dus draai je weken van zestig uur. Dat journalisten zo veel van hun vak houden en bereid zijn overuren te maken, camoufleert de bezettingsproblemen die er nu al zijn. Met vier verslaggevers voor twee gemeenten in een gebied met tienduizend abonnees moet iedereen op zijn tenen lopen. Als iemand vakantie heeft of ziek is, loop je tegen de grenzen aan.”

„De rek is er in de regionale journalistiek al helemaal uit. Je komt steeds minder toe aan de inhoud, omdat er andere klussen bijkomen. Zelf foto’s maken of filmpjes voor internet, zonder dat er een investering tegenover staat. De krant heeft een waakhondfunctie, maar dan moet je wel armslag hebben en die is er niet. Als je nu weer gaat snijden, zit je niet op maar in het bot.”

Geeske Telgen (CDA) zit in de gemeenteraad van Ede. Ze woont in Lunteren en leest naast Trouw De Gelderlander om op de hoogte te blijven. „Maar als ik echt iets van mijn dorp wil weten, bericht de kleine Barneveldse Courant daar uitgebreider over. Vroeger woonden regionale verslaggevers de raadscommissies bij, waren ze zichtbaar. Maar de redactie wisselt steeds van bezetting en daardoor moet je alles telkens opnieuw uitleggen. Wij hebben meer belang bij de huis-aan-huisbladen. Die zijn toegankelijker en je kunt ze hapklare brokken toedienen.”

Ellen Willems begrijpt die vele wisselingen wel. „Na de zoveelste reorganisatie vinden veel collega’s het bedrijf niet meer zo leuk. Dan besluiten ze om toch maar die camping in Frankrijk te beginnen. In tien jaar tijd heb ik de bezetting op diverse regiokantoren zien teruglopen. Maar ik wil graag bij een krant werken en dan heb je niet zoveel keus.”

Deel dit artikel