Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Redder van de nutteloze haantjes

Home

Kees de Vré

Bioloog Wouter Bruins redt het leven van nutteloze haantjes en staat op nummer 16 in de Duurzame 100. © Jörgen Caris

Jaarlijks worden 45 miljoen haantjes in Nederland vernietigd, of ze gaan als voer naar de dierentuin. Bioloog Wouter Bruins bedacht een methode om het geslacht al in het ei te bepalen.

Dat Wouter Bruins inmiddels als haantjesredder te boek staat, had-ie als student nooit kunnen bevroeden. Hij zocht in de psychologie zijn weg, later in de economie, maar het werd uiteindelijk biologie. Hoewel er nog geen kuiken is gered, heeft hij al prijzen gewonnen met zijn idee. Voor uitvoering ervan is geld nog een fors probleem, maar de politiek ziet er bij monde van staatssecretaris Dijksma van landbouw wel brood in om de jonge onderzoeker de ruimte te geven.

De net afgestudeerde bioloog (29) heeft een methode ontwikkeld om al in het ei te bepalen of het embryo een mannetje of een vrouwtje is. Mannetjesembryo's gaan dan uit de broedmachine en komen dus niet verder tot ontwikkeling. Dat scheelt een hoop jonge levens, omdat alleen de dames interessant zijn voor pluimveehouders. De mannetjeskuikens worden nu als nutteloos de nek omgedraaid en gaan een grijs circuit in. Het gaat daarbij jaarlijks om 45 miljoen haantjes, alleen al in Nederland. In de top-20 productielanden is het aantal 3,2 miljard.

Ambitieus
Bruins heeft tijdens zijn studie al het gevoel gehad om 'iets' op te zetten. Een idee bedenken en dat uitvoeren. Iets waarmee je de maatschappij echt vooruit helpt. Hij wijst naar buiten, naar een omgeving met glanzende gebouwen. "Het Leiden Bio Science Park met spin-offs van de Universiteit Leiden is een inspirerende omgeving. Ik heb ook een bijvak Science based business gevolgd. Als bestuurder van de faculteit heb ik vervolgens een eigen netwerk opgebouwd.

Contacten met hoogleraren bleken een stuk gemakkelijker. Tijdens een studiereis naar Boston in 2009 waar wetenschappers en topmannen van bedrijven soepel met elkaar omgingen, is het vuur verder aangewakkerd. Ik dacht: 'Dat kan ik ook'. Zo ben ik er ingerold."
Hij werd onderdeel van het ecosysteem dat het Bio Science Park in Leiden vormt. "Ik vond er steun, kreeg zelfs bijdragen los voor onderzoek en kon sparren met wetenschappers van divers pluimage." Ook het coachen van een roeiploeg heeft bijgedragen. "Ik leerde er mensen motiveren die zich elke dag louter voor de eer zich helemaal suf trainen. Alleen om een paar seconden harder te kunnen dan de rest."

Zoek het probleem
Bruins was er langzamerhand klaar voor, maar waarvoor? Hij zocht een probleem dat kon worden opgelost met biologie. "Eerst heb ik gezocht in de enorme patentenberg van de universiteit die op de plank ligt. Dat leverde een aantal contacten op met artsen van het academisch ziekenhuis." Het leverde ook een maatje op, medestudent Wil Stutterheim, met wie hij voortaan zakelijk en wetenschappelijk zou optrekken. Bruins zette zijn zoektocht buiten de poorten van de universiteit voort en ging in gesprek met uiteenlopende partijen als de bloemenveiling in Rijnsburg, met fysiotherapeuten en zelfs een kippenboer. "Bij die laatste stuitte ik op dat probleem van de nutteloze haantjes. Dat probleem was er altijd al, maar niemand had het echt opgelost."

De bioloog rook van verre het belang van een oplossing hiervoor, dook erin en ging in gesprek met de sector. "Tot mijn verbazing stonden ze ervoor open. Natuurlijk voelden ze de maatschappelijke druk, maar ze wilden er zelf ook vanaf. Het is ook niet niks, al die miljoenen kuikens de nek omdraaien."

Bruins en Stutterheim richten in 2010 het bedrijfje In Ovo op. Een bij toeval gevonden privaat fonds is bereid om 11.000 euro ter beschikking te stellen voor de eerste proeven. "Opvallend is dat je met een bedrijfje en wat geld echt serieus wordt genomen. De eerste vijftig proeven in een chemielab mochten we gratis uitvoeren."

Bingo!
Anderhalf jaar later en vele proeven verder vindt Bruins wat hij zocht. "Een kippenei komt gemiddeld na 21 dagen uit. Het geslacht van kippen wordt tussen dag 6 en dag 11 bepaald. Ik wilde in die periode dus aan de slag. Uiteindelijk heb ik een bestaande medische techniek voor het eerst op eieren toegepast. En bingo! Nu kan ik met behulp van een naald de relevante stoffen uit 150 eieren tegelijk halen en daarmee binnen enkele minuten bepalen wat het geslacht is. Ik heb nu zo veel kennis van die relevante stoffen dat ik op dag 9 al het geslacht kan zien. De opdracht is natuurlijk naar dag 8 te gaan en binnen de minuut het geslacht te bepalen."

De al levende haantjes gaan nu als voer naar de dierentuin of worden verbrand. Wat gebeurt er met de straks overbodige eieren? "Die vraag ligt nu bij de overheid. Wettelijk worden die eieren gezien als kadavers waarmee niets mag gebeuren. Op zich is dat al winst vergeleken met de huidige praktijk. Als de regels worden aangepast, zou ik het liefst die eieren gebruiken als grondstof voor medicijnen. Ik zie wel zakelijke mogelijkheden."

Hoe duurzaam is de bioloog zelf? "Stelt niet zo veel voor. Ik ben er niet zo mee bezig. In ieder geval eet ik geen plofkip meer, maar ik vind dat eigenlijk geen statement. Mijn huidige onderzoek draagt veel meer bij. Daar stop ik al mijn energie in."

Deel dit artikel