Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Red de stad!

Home

Romana Abels

Het was een groepje zieners dat in 1993 op een computerkamp bedacht dat er een 'digitale stad' zou moeten komen. Via die gratis provider kwamen Nederlanders voor het eerst massaal in aanraking met internet. Maar nu de sector gecommercialiseerd is, heeft de digitale stad geen bestaansrecht meer, zegt de directie. De gebruikers pleiten voor de bescherming van dit 'publieke domein'.

Zes weken zou het duren, het project De Digitale Stad. Dat hadden initiatiefnemers uit techniek- en kunstwereld met de gemeente Amsterdam afgesproken toen de beroemdste gratis e-mailprovider begin 1994 zijn poorten opende. Maar na zes weken kón de stad niet meer dicht. ,,De mythe gaat dat alle modems in heel Amsterdam waren uitverkocht', zegt Michaël van Eeden, die vrijwel vanaf het begin bij De Digitale Stad (DDS) werkte. Internet was in Nederland aangekomen, en sloeg aan.

Van Eeden, programmeur, was eind 1993 teruggekeerd uit de Verenigde Staten, waar hij kennismaakte met internet en e-mail. ,,In Nederland was nog helemaal niets, behalve op universiteiten.' Bijna meteen nadat Van Eeden terug was in Nederland, las hij over De Digitale Stad. Het zou een plek op internet zijn die eruitzag als een stad, waarin bewoners met elkaar konden praten over gezamenlijke interesses en konden e-mailen met de rest van de wereld. Er was een museum, een bibliotheek, een stadhuis en een postkantoor.

,,Dat is het, dacht ik, en ik besloot dat ik daar bij wilde zijn. Het was ongelooflijk spannend. Ik ging erheen, het was een bitter koude winter. DDS zat in een leeg pand van de scheepvaartschool. Via de wc van een naastgelegen café was het te betreden. Daar, in een enkele kamer, zaten dag en nacht mensen bij elkaar om een paar computers heen. Op de grond lagen kampeermatrasjes. Enkele tientallen modems flikkerden. Die lampjes betekenden dat er mensen in de digitale stad waren. Ik vond dat heel wat. Er gebeurde iets belangrijks, dat voelde je.'

Er was spanning voelbaar voor de mensen die uit de computerwereld kwamen, maar ook voor de niet-digitalen, die door de oprichters bij het project betrokken werden. ,,Voor de opening had Marleen Stikker, die naast Felipe Rodrguez van provider XS4ALL oprichter was, allerlei mensen bijeengezocht. Kunstenaars, journalisten, activisten, van alles. Die groep moest discussies stimuleren en begeleiden', herinnert Marianne van den Boomen, schrijfster van twee boeken over internet zich. ,,Ik zat in die groep, en het was geweldig spannend. Niemand, behalve de initiatiefnemers, had ervaring met internet.'

,,Ik had op dat hackerskamp in de zomer van 1993 internet voor het eerst gezien en had echt het idee: dit gaat de wereld veranderen, en ik wil erbij zijn. Maar makkelijk was het niet. Op het kamp, te midden van jongetjes die me met alles hielpen kon ik wel uit de voeten, maar later zat ik thuis tegen een groen dollarteken op een verder leeg scherm aan te kijken. Zo zag het internet er toen uit: geen web, geen plaatjes, alles moest met ondoorzichtige commando's.' ,,Dat DDS begin 1994 in mijn leven kwam, was echt mijn redding: het internet werd daardoor een lijst met keuzes. In groene letters op een zwart scherm was er een postkantoor om je mail op te halen, een kiosk waar tijdschriften te lezen waren en een duister straatje dat leidde naar seks-discussiegroepen. Het werd begrijpelijk.'

Van den Boomen was een betrokken vrijwilliger in de stad. ,,Ik was een soort discussieleider van een groep in de digitale stad over technologische cultuur. Je leerde er ontzettend veel: niet alleen hoe het technisch werkte, maar ook sociaal - bijvoorbeeld hoe het is om voor het eerst iemand in het écht te ontmoeten die je tot dan alleen maar via e-mail kende.'

In de geschiedenis van het Nederlandse internet staat de Amsterdamse Digitale Stad aan het begin. Nergens ter wereld bestond een elektronische plaats waar gratis e-mail kon worden verspreid, homepages gebouwd konden worden, waar discussiegroepen ontstonden en nieuws werd uitgewisseld. En de DDS is altijd een speciaal geval gebleven. Omdat ze niet alleen de eerste was, maar binnen haar digitale muren ook veel maatschappelijke internet-issues een belangrijke rol speelde.

Zo kregen Amsterdammers via DDS Amsterdamse overheidsinformatie. Dat maakte het feit dat voor andere overheidsinformatie betaald moest worden, opeens uiterst pijnlijk voor de ministeries. En wat te doen als iemand in een discussiegroep de tekst van het Horst Wessel-lied plaatste? Lange discussies gingen over de vraag of ook op internet de Grondwet van toepassing was. En: wat kan en mag Justitie op de elektronische snelweg? Toen er in juli 1997 bij DDS een vordering op de mat viel waarin gesommeerd werd de adresgegevens van een bewoner die verdacht werd van kinderporno te overhandigen, weigerde de stad deze te geven. Ook gaf ze geen toestemming voor het aftappen van het internetverkeer van de verdachte. Niet omdat de stadsbestuurders kinderporno toejuichten, maar omdat er nog geen wetgeving was die het aftappen van internetverkeer regelde. DDS kreeg van de rechter gelijk. Bovendien werd er bij DDS geëxperimenteerd met teledemocratie, met digitale opiniepeilingen, met kunst op internet en nieuwe vormen van webdiscussies.

,,Het was logisch', zegt Van Eeden als hij vertelt over de oplossing die werd gevonden voor de financiële problemen die zich een jaar na de start openbaarden. Van subsidies alleen kon het inmiddels ruim uitgedijde project niet meer bestaan. De pioniers van stichting DDS namen commerciële opdrachten aan om het publieke domein in stand te kunnen houden. Ze bouwden web sites, gaven overheids- en kunstinstellingen advies over een 'digitale' toekomst. Van de winst werd de stad draaiende gehouden. ,,We hebben altijd al geweten dat DDS geld kostte', zegt Van Eeden. ,,Het is raar dat de directie dat argument nu aandraagt om de stekker eruit te trekken.'

Wat rest er dan nog? DDS heeft al de weg gebaand voor het internet in Nederland. ,,De providers en de webbedrijven schoten als paddestoelen uit de grond. Op een gegeven moment kwamen daar ook nog eens gratis providers bij, terwijl bij de Digitale Stad de aandacht steeds verder weg kwam te liggen van het bewonersgedeelte. Toen begon de economische basis voor DDS echt moeilijk te worden', zegt Van den Boomen. Daarom was er weinig rumoer rond de overgang van de stichtingsvorm naar vier bedrijven, vorig jaar. Het was het jaar waarin de bomen in internetland tot in de hemel groeiden, Maurice de Hond nog dacht dat zijn Newconomy een eenvoudige geldmachine zou zijn en de Nasdaq torenhoog was. Nu heet die tijd de 'dot.com-hype'. Over de bv's DDS projects, DDS services, DDS Ventures en DDS city wordt door de verenigide gebruikers gezegd dat ze nooit zouden hebben kunnen ontstaan zonder de goodwill die De Digitale Stad had opgebouwd met haar gemeenschapsdiensten. Maar toen was het al gebeurd: de directeuren konden met de stad doen wat ze wilden.

DDS services, evenals Ventures, werden al snel verkocht. DDS City is het gedeelte waarin de oude stadsgemeenschap nog sluimert. Maar nu de inter-nethype voorbij is, is het duidelijk dat een gemeenschap, hoe groot ook, niet voldoende adverterders trekt. ,,Je ziet het ook bij andere gratis internetproviders. Die houden ermee op. Het is een busisnessmodel dat niet blijkt te werken', zegt directeur J. Flint. ,,Vandaar dat we hebben gezegd: we moeten overwegen om de stekker eruit te trekken, partners te zoeken of een andere bedrijfsvoering in te stellen.'

Wat het ook wordt, zeker is dat een episode voorbij is. M. van Eeden: ,,Het gaat niet om de gratis diensten. Wie gratis e-mail wil, kan beter terecht bij een commerciële aanbieder. Daar staat tenminste een helpdesk klaar om problemen op te lossen. Maar DDS was nog de enige plaats op internet waar de commercie het niet voor het zeggen heeft. Waar geld geen hoofddoel is, waar experimenten kunnen plaatsvinden en niemand wordt geweerd. Er is plaats voor discussies, kunstprojecten en nieuwe mediavormen. Wij noemen dat het publiek domein. Dat moet behouden worden.'

Dat is ook de stelling van Patrice Riemens, een relatieve buitenstaander die zich op buitenlandse congressen opwierp als ambassadeur van DDS. Hij vertelde erover in Londen, Parijs, allerlei plaatsen in Duitsland. ,,Mijn stelling is: de overheid heeft gefaald. Die erkent nu nog steeds niet dat het openbaar bestuur zich op een faciliterende manier moet bezighouden met een publiek domein.'

De twee aandeelhouders van DDS staan niet onwelwillend tegenover het behoud van het publieke domein. Hun voorstel: de vereniging krijgt een deel van DDS om zelf te besturen en met vrijwilligers te behouden, de aandeelhouders krijgen de mogelijkheid om van DDS een winstgevende organisatie te maken. Dat betekent: betaalde e-mailadressen voor bewoners en aanbiedingen waarvan alle DDS'ers kunnen profiteren. ,,We zien wel degelijk de waarde van het publieke domein', zegt directeur Flint. ,,Maar die kan alleen nog maar bestaan binnen een profitorganisatie.' Gesprekken tussen de vereniging Open Domein, die zich inzet voor het behoud van de stad, en de directie van DDS zijn nog steeds gaande.

Deel dit artikel