Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Recensie filosofisch boek: Dwalen in het Antropoceen

Home

Merel Kamp

Rene ten Bos © Merlijn Doomernik

Over de auteur

Lees verder na de advertentie

René ten Bos (1959) is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2015 won hij met ‘Bureaucratie is een inktvis’ de Socratesbeker. Zijn boek ‘Water’ (2014) werd genomineerd voor de ECI Literatuurprijs.

Het onderwerp

De mens heeft weer eens iets naar zichzelf vernoemd: het antropoceen. Dit woord duidt het tijdvak aan waarin we nu leven: ‘het tijdperk van de catastrofes’, aldus Ten Bos. Het tijdvak waarin volgens sommigen, zoals de Franse filosoof Michel Serres, de mens een geologische kracht is geworden. De aarde warmt op, biodiversiteit neemt af, de zeespiegel stijgt, en onder die spiegel deinen plastic deeltjes. En dat alles door toedoen van ons, de mens (Grieks: antropos).

Ten Bos maakt een rondgang langs verschillende wetenschapsgebieden die het antropoceen als onderwerp hebben en sluit af met een bespreking van verschillende filosofen die zich over het onderwerp bogen. Wat blijkt? Onder die ene term gaat een enorme complexiteit schuil. 

Waar begon het antropoceen? Wie is die antropos? Wie zou hij moeten zijn?

Waar begon het antropoceen? Wie is die antropos? Wie zou hij moeten zijn? Wie is verantwoordelijk voor de catastrofe - iedereen of vooral het geïndustrialiseerde Westen? Over alle aspecten van het antropoceen bestaan evenveel vragen als antwoorden, niet in de laatste plaats over de mogelijke oplossing of uitweg.

Om een uitweg is het Ten Bos echter niet te doen. Denken dat we van A naar B moeten gaan, dat er een uitweg is, of een terugweg, getuigt van een achterhaalde topologie en brengt ons verder van huis, zegt hij. Dat ‘we niet weten wie de mens was, wie hij of zij is en wie hij of zij zal zijn’, geeft ons een diep gevoel van wanhoop en desoriëntatie. Leven in het antropoceen betekent allereerst leren leven mét die desoriëntatie en het onderkennen van complexiteit, leren om te ‘blijven zwemmen’ juist nu ‘het vertrekpunt en het aankomstpunt uit het oog verloren’ zijn. Onze taak en - wellicht - ook ons lot liggen ergens tussen A en B.

Geestige passage

‘Er was eens een grappenmaker die zei dat de mens het enige wezen is waarbij intelligentie van een collectief tot op een individueel niveau kan afdalen en dat dit een fout was die de evolutie niet een tweede keer zou maken, want al die individuele intelligentie heeft geleid tot collectieve waanzin. Vergelijk dit eens met termietenheuvels of vogelzwermen: de individuen zijn vermoedelijk niet bijzonder slim, maar het collectief is dat wel.’

De individuen zijn vermoedelijk niet bijzonder slim, maar het collectief is dat wel

Die grappenmaker was vermoedelijk de bioloog Stephen Jay Gould, schrijft Ten Bos. De grap behoeft geen uitleg: dat het ons vaak aan collectieve intelligentie ontbreekt, wordt juist in het antropoceen pijnlijk duidelijk.

Reden om het boek niet te lezen

Dit is geen boek voor wie niet kan of wil leven zonder scherpe scheidslijnen tussen mens en dier, natuur en cultuur, de wetenschappen onderling en nog zo wat van die zaken. Dwalen is het devies. De wolk is hét beeld bij het antropoceen, aldus Ten Bos: ongrijpbaar, veranderlijk en grillig. We moeten het leren begrijpen zonder de illusie te hebben dat we het kunnen grijpen. Fluïditeit, multipliciteit, desoriëntatie, drijfzand; het wemelt van de termen die vooral niet-duiden. Houvast is zó 1980!

Ten Bos leidt je steeds verder het bos in en laat dan plots je hand los

‘De lezer zal [...] merken dat hoe verder hij of zij komt, hoe maffer en absurder het boek wordt. Tegen het einde hoop ik dat hij of zij zich net zo verloren zal voelen als de schrijver [...]’, merkt Ten Bos in het inleidende hoofdstuk op. Ten Bos - what’s in a name? - leidt je dus steeds verder het bos in en laat dan plots je hand los.

Reden om het boek te lezen

Soms leest dit boek - voornamelijk het laatste deel - als een gesprek met een beschonken vreemdeling in het holst van de nacht in een duister café waarvan je de naam vergat. Ten Bos’ begripsverheldering, bestaat uit begripsvertroebeling, zijn analyse uit verstrengeling.

Toch blijf je luisteren, want hij vertelt zo geestig en mooi. In de dagen erna schieten je steeds weer flarden van dat nachtelijke gesprek te binnen. Er zijn voldoende glasheldere gesprekken die we ons nog tijdens het spreken al niet meer herinneren. ‘Dwalen in het antropoceen’ is een gesprek dat blijft hangen ook al begreep je er soms helemaal niets van.

Dwalen in het antropoceen, René Ten Bos, uitgeverij Boom, 192 blz. € 20 ****


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Waar begon het antropoceen? Wie is die antropos? Wie zou hij moeten zijn?

De individuen zijn vermoedelijk niet bijzonder slim, maar het collectief is dat wel

Ten Bos leidt je steeds verder het bos in en laat dan plots je hand los