Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rappen? Dat deed Ambolley al in 1973

Home

Saskia Bosch, Belinda van de Graaf, Sandra Kooke, Peter van der Lint, Stan Rijven en Seije Slager

’Jammer dat James Brown niet in Ghana is geweest, dan had hij ontdekt waar zijn muziek vandaan kwam”, zegt Gyedu-Blay Ambolley stellig. Ritmisch rappend begint hij Brown te imiteren ’git it, ooeh, git it’. „Deze funky stijl kende ik van de Fra Fra stam in Noord Ghana, pas veel later hoorde ik die weer terug bij James Brown.” Ambolley weet waarover hij praat. Al bijna vijftig jaar is hij zanger, saxofonist en bandleider. Hij bracht ruim twintig albums uit, toerde door Afrika, Europa en Noord-Amerika en deelde het podium met grootheden als Miriam Makeba, Manu Dibango en Fela Kuti.

Op uitnodiging van Hippo Records toert Ambolley voor het eerst door Nederland. Hun succesvolle ’Ghana Funk’ voert de wassende stroom heruitgaven aan, die put uit de gouden periode van de afrobeat en afrofunk.

Ambolley hoort tot de pioniers die in de jaren zeventig Amerikaanse funk met lokale Afrikaanse stijlen fuseerden tot een polyritmische groove die vandaag de westerse dansvloeren verovert. Met andere legendes als C.K.Mann en Ebo Taylor is Ambolley de smaakmaker op het Ghana Funk-album. Na een succesvol optreden tijdens Haarlem Jazzstad en voor zijn concert in de Heineken Music Hall van afgelopen weekeinde, heeft deze vitale geest even tijd om te praten. „Onze seventiesmuziek blijkt heel populair hier in West-Europa, maar ook rap komt bij ons vandaan”, zo beweert hij. „Wij rappen al heel lang, zoals dat gebruikelijk is wanneer dienaren de koning toezingen.”

In 1973 brak Ambolley in West-Afrika door met de hit ’Simigwa Do’. „Daarop introduceerde ik rap bij een groot publiek, dat was nog ver voor de Amerikaanse hiphop geboren werd. Een filmploeg maakt daar nu een documentaire over.”

Tijdens zijn Nederlandse toernee wordt Ambolley begeleid door Juicebox. Percussionist Martin van Aalst: „Juicebox speelt soul, rhythm & blues en boogaloo. Voor het Ghana Funk project wilde Hippo Records de muziek die in jaren niet meer was uitgevoerd, weer live brengen met de originele muzikanten zoals Ambolley. We hebben een week gerepeteerd en het klikte meteen.”

Niet alleen Juicebox haakt in op de gretige interesse voor afrobeat en afrofunk. New Cool Collective werkte in 2005 al met drummer Tony Allen, samen met bandleider Fela Kuti de architect van de afrobeat. Twee andere Amsterdamse bands – Sinas en Mdungu – maakten daarna furore met hun eigen afro-grooves. Jungle By Night is de jongste sensatie, komend weekend staan ze op Into the Great Wide Open.

In Canada en de Verenigde Staten wemelt het van bands die de erfenis van Fela Kuti nieuw leven inblazen, zoals ’The Rough Guide to Afrobeat revolution’ illustreert. In New York is de Broadwaymusical over deze Nigeriaanse rebel (gestorven in 1997) al een jaar lang uitverkocht. Binnenkort is in Londen de Europese première. Dankzij kleine labels als Hippo, Vampisoul, Soundway en Strut krijgt de West-Afrikaanse pop uit de sixties en seventies vandaag een herkansing. Je hoort hoe Amerikaanse voorbeelden – van James Brown tot Curtis Mayfield – versmelten met een eigen sound waarin rijkere percussie en slimme syncopen het metrum bepalen. De ongepolijste opnames verlenen deze compilaties extra charme.

Ook de muziek van Segun Bucknor, ooit concurrent van Kuti, is een ontdekking. Hij zingt nog in het Amerikaanse soulidioom, ondertussen predikt zijn band de afrobeat. Juist de wisselstroom tussen Noord-Amerika en West-Afrika en het meanderen tussen traditie en experiment, verleent deze historische heruitgaves een extra dimensie.

Deel dit artikel