Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ramen moeten dansen: Friedensreich Hundertwasser streed tegen de rechte lijnen van de moderne architectuur.

Home

door HENNY DE LANGE

'De rechte lijn is goddeloos en amoreel.' 'De architecten ontwerpen misdadige en mensonwaardige gebouwen, of tot beton geworden dronkemansideeën. Hun gebouwen zijn gevangenissen voor de menselijke ziel'. 'Ramen keurig in het gelid zijn treurig. Ramen moeten kunnen dansen.' Geen gelegenheid liet de Oostenrijkse schilder en architect Friedensreich Hundertwasser (1928-2000) onbenut om zijn ideeën over architectuur te verkondigen en zijn vakgenoten die zakelijke, rechte en minimalistische gebouwen ontwierpen, te verketteren. Hij zag zichzelf als een architectuurdokter die zieke gebouwen gezond kon maken met 'helende' gebogen lijnen en bomen en planten.

Hundertwasser wilde bewijzen hoe eenvoudig het is om het 'paradijs' op aarde te creëren. Hij hield zich niet aan de normen van gangbare architectuur, maar ontwierp flatgebouwen vol bomen en planten, Efteling-achtige wooncomplexen met grasdaken en extreme kleurencombinaties, en met groene daken overkapte snelwegen. Huurders kregen bij hem de vrijheid om leunend uit het raam, de ommuring van het venster te schilderen naar eigen voorkeur, zo ver als de arm reikt. Ook introduceerde hij het begrip 'boomhuurders'. Bomen konden in zijn gebouwen ook kamers huren, waarvan ze de huur in natura betaalden door zuurstof te produceren, medebewoners verkoeling te schenken en vogels ruimte te bieden om te nestelen. En schoolkinderen liet hij meehelpen bij het inmetselen van kleurige mozaïektegeltjes in de gevels van hun nieuwe schoolgebouw-met-speeltuin-op-het-dak.

Hundertwasser heeft niet veel gebouwd, daarvoor was hij te controversieel. Maar de twintig architectuurmodellen die nu te zien zijn in de Kunsthal in Rotterdam (plus een aantal van zijn schilderijen), zijn ruimschoots voldoende om je mee te voeren in zijn sprookjeswereld. Nog niet eerder was in Nederland een overzicht te zien van het architectonische werk van Friedensreich Hundertwasser, die in 1928 in een troosteloze Weense nieuwbouwwijk werd geboren als Friedrich Stowasser. Hij overleefde met zijn joodse moeder de Tweede Wereldoorlog en liet zich in 1948 inschrijven bij de kunstacademie. Maar na drie maanden brak hij de opleiding al af en besloot hij zijn eigen weg als schilder te volgen. Toen al zag hij de rechte lijn als goddeloos en amoreel en koos hij als alternatief voor de spiraal. In 1954 had hij zijn eerste successen met tentoonstellingen in Tokio, Kaapstad, Hongkong en Rio de Janeiro en nam hij zijn kunstenaarsnaam aan. Bij het schilderen van zijn kleurrijke doeken, liet hij zich inspireren door Klimt, Schiele en Klee.

Eind jaren vijftig begon Hundertwasser zich ook te manifesteren als architectuurcriticus. In 1958 publiceerde hij zijn beroemd geworden Beschimmelingsmanifest tegen de rationalistische school in de architectuur. Hij vond dat rechte lijnen niet aansloten bij de belevingswereld van mensen. Iedereen had het recht om zijn eigen 'derde huid' (de woning) naar eigen smaak te vormen en te kleuren. Hij stond ook bekend als milieuactivist en streefde ernaar dat de natuur op alle mogelijke manieren de ruimte kreeg, ook in gebouwen. In 1958 werd hij ontslagen als docent van de kunstacademie in Hamburg, nadat hij zich een weekeinde met twee studenten had laten insluiten in de academie om daar alle muren te beschilderen met golvende lijnen en oneindige spiralen.

Hundertwasser liet het niet bij felle pleidooien en protestacties, in de jaren zeventig begon hij - hoewel niet opgeleid als architect - ook zelf te ontwerpen. Zijn eerste (nooit gerealiseerde) terrashuizen, waarvan de modellen te zien zijn in de Kunsthal, zijn verrassend genoeg nog opvallend strakke bouwwerken, waarbij de natuur overigens wel vrij spel krijgt in de vorm van weelderig begroeide daken en terrassen. Zijn ontwerp voor het 'spleetogenhuis', waarbij hij een woning in een begroeide helling verstopte, leverde hem behalve veel aandacht ook zijn eerste opdracht op: de herbouw van een warmtecentrale in Spittelau bij Wenen. Hundertwasser veranderde de lelijke grauwe kolos in een kleurrijk bouwwerk. De toren schilderde hij knalblauw en sierde hij op met goudkleurige ornamenten en een grote gouden bol. Met architectuur had het weinig van doen, het was puur decoratie. In plaats van een schildersdoek had hij nu eens een gebouw opgefleurd, was het spottende commentaar van de architectuurwereld, die hem nooit serieus heeft genomen.

Zijn echte doorbraak kwam medio jaren tachtig met de bouw van het Hundertwasserhaus in Wenen, een complex van vijftig woningen dat hij rijkelijk bedeelde met terrassen, waarin honderden bomen groeien, en voorzag van torentjes met gouden koepeldaken. Elke woning kreeg zijn eigen gekleurde gevel. Het was Hundertwassers antwoord op de grauwe eentonige huurkazernes in Wenen, waar niemand graag wilde wonen. Het kakelbonte gebouw trekt nog steeds hordes toeristen uit de hele wereld. Dat geldt ook voor het Kunsthaus in Wenen, dat functioneert als documentatiecentrum en expositieruimte voor het gevarieerde werk van Hundertwasser, die zich niet beperkte tot schilderen en architectuur. Hij ontwierp ook postzegels en wandkleden, die hij aanvankelijk ook zelf knoopte. In de Kunsthal hangt een schitterend kleed met de afbeelding van een jongen die tegen een strakke wolkenkrabber piest, terwijl hij een schots en scheef gebouw op zijn hand laat balanceren.

Als architect mag hij dan als een outsider worden beschouwd, zijn maquettes zijn een feest om naar te kijken, zoals die van het thermendorp in Blumau met zijn glooiende groene heuvels waarin de bebouwing is opgenomen, en die van een school met kinderdagverblijf. Zo'n fantasieprikkelende school zou je elk kind toewensen.

In Tenerife wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een door Hundertwasser ontworpen vakantiedorp, waarin een mengelmoes van stijlen te herkennen valt. Afrikaanse huisjes, Byzantijnse ui-vormen op torens, bakstenen gevels en Gaudí-achtige elementen werden door Hundertwasser onbekommerd gemixt. En als je goed kijkt vallen ook de hellingbanen op en de grote variatie aan materialen, elementen die associaties oproepen met de ontwerpen van architect Rem Koolhaas. Op reflecterend materiaal als goud en zilver was Hundertwasser ook dol en dat paste hij zo toe, dat het doet denken aan het werk van de door hem bewonderde schilders Klimt, Klee en Schiele. Als een ekster pikte Hundertwasser de mooiste glimmers uit het assortiment stijlen en vormen, overgoot die vervolgens met een ecologische saus en creëerde zo de door hem zo vurig gewenste 'oases van menselijkheid en natuur in de woestijn van rationele architectuur'.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie