Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

RADIOLOGIE

Home

SYBE I. RISPENS

Een politieagent die een dagje naast een transport met radioactief afval loopt, kan er met een gerust hart vanuit gaan dat hij of zij vooral van de kant van demonstranten onder vuur genomen zal worden. Fout, meent de Duitse radioloog Horst Kuni: het grootste gevaar voor de dames en heren dienders komt precies van de andere kant.

Kuni berekende dat containers met verbruikte brandstofstaven uit een kerncentrale de agenten met een flinke dosis neutronen beschieten. De gevaren van die rondvliegende neutronen voor het menselijk lichaam zijn volgens de professor nucleaire geneeskunde veel groter dan tot nu toe wordt aangenomen. Agenten en demonstranten kunnen volgens Kuni pas op eerbiedige afstand van de stralende vaten veilig met elkaar in de clinch gaan.

Die boodschap is brisant voor diegenen die bij het transport van radioactief afval binnen de stralingszone komen - denk aan technici, toevallige voorbijgangers of omwonenden - maar het blijft niet beperkt tot de groep direct betrokkenen. Als het onderzoek van Kuni klopt, dan moet de internationale veiligheidsnorm voor neutronenstraling flink aangescherpt worden. Geen wonder dat de geluiden uit de universiteit van Marburg op felle reacties stuiten. Bij het Energie Centrum Nederland (ECN) in Petten en ook bij TNO in Rijswijk houdt men het onderzoek van Kuni voor “zeer omstreden” en “internationaal niet geaccepteerd”. De Duitse minister voor milieuzaken, Angela Merkel, gooide er nog een schepje bovenop. Zij noemde de uitspraken van Kuni vorige week “wetenschappelijk onhoudbare angstaanjagerij”.

Wie heeft er hier gelijk?

Dat valt niet zomaar uit te maken, want de uitwerking van radioactieve straling op levend weefsel is van veel factoren afhankelijk, bijvoorbeeld van het type straling, de dosis (zeg maar: de duur) de intensiteit (de 'sterkte'). De kans op kanker of beschadigingen aan het erfelijk materiaal is voor elektromagnetische straling, zoals röntgen- en gammastraling anders dan bij straling die uit kleine deeltjes bestaat, zoals positief geladen alfadeeltjes of elektrisch neutrale deeltjes, de neutronen. Daarom is een stralingsweegfactor ingevoerd. Die maakt het mogelijk de biologische werkzaamheid van verschillende soorten straling te vergelijken.

Het vaststellen van goede weegfactoren voor de verschillende soorten straling is geen gemakkelijke opgave. Het belangrijkste probleem is wel dat er voor de mens te weinig meetgegevens beschikbaar zijn. De medische onderzoeken bij de slachtoffers van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en hun kinderen zijn nog steeds een belangrijke informatiebron. Maar de extreme omstandigheden van een atoomexplosie zijn niet zomaar te vertalen naar mildere vormen van straling.

Dan zijn er nog talloze epidemiologische onderzoeken uitgevoerd, maar ook die laten nog veel ruimte voor interpretatie. Dier- en andere proeven kunnen tot op zeker hoogte de ontbrekende gegevens invullen. Maar dan gaat het nog steeds om een tamelijk ruwe benadering.

Om van alle geharrewar af te zijn heeft de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP) een paar duidelijke grenzen in het mistige landschap getrokken: de stralingsweegfactor voor alle soorten straling is gelijk gesteld aan die van röntgenstraling, behalve voor de twee biologisch meest werkzame stralen: alfa- en neutronenstraling. Voor beide geldt sinds 1991 een weegfactor 20. Daarmee is aangegeven dat die straling 20 keer zo schadelijk is als röntgenstraling.

Maar waar komt de waarde 20 vandaan?

Professor Kuni heeft het allemaal voor neutronenstraling nog eens nagerekend. De rekensom begint bij de medische onderzoeken die bij de slachtoffers van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en hun kinderen zijn uitgevoerd. Het ICRP uit die gegevens twee conlcusies getrokken die in later radiobiologisch onderzoek onhoudbaar bleken voor neutronenstraling.

Allereerst gaat de commissie ervan uit dat als de sterkte van de straling de helft lager is, de biologische schade ongeveer halveert. Dat geldt wel voor gamma- en röntgenstralen maar niet voor neutronenstraling: die blijft bij een lagere sterkte nog steeds veel schade aanrichten. Om de foutieve aanname te compenseren moet de waarde van het ICRP verdubbeld worden. Dus: stralingsweegfactor keer twee.

En zijn er meer factoren - zoals bij voorbeeld dat neutronenstraling de eigenschap heeft niet minder maar juist meer biologische schade aan te richten als een lage hoeveelheid straling over een langer tijdsbestek wordt uitgesmeerd. Alles bij elkaar genomen is de weegfactor twaalf keer zo groot als de waarde die het ICRP nu aangeeft, stelt Kuni.

Het is een resultaat dat naar voren komt door eigenlijk niet meer te doen dan bestaand wetenschappelijk onderzoek te combineren. Waarom krijgt de hoogleraar uit Marburg dan toch zo de wind van voren?

Professor Koehnlein, stralingsbioloog aan de universiteit van Münster, hoeft niet zo lang over die vraag na te denken: “De experimenten waar Kuni zich op baseert zijn stuk voor stuk door internationaal gerenommeerde wetenschappers uitgevoerd, en al lang bekend en erkend. Dus daarover kan de opwinding niet ontstaan. Maar nu de som van al die experimenten eens expliciet wordt getrokken, en Kuni het resultaat heel concreet vertaalt naar strengere veiligheidsregels voor bijvoorbeeld het transport van kernafval, wordt hij door dezelfde internationaal gerenommeerde wetenschappers scherp aangevallen. Kennelijk heeft hij daar de gevoelige snaar geraakt van deskundigen die vinden dat straling niet gevaarlijker kan zijn dan de norm aangeeft, en daarmee uit.”

Moeten wij in Nederland ons nu zorgen gaan maken over de normen voor neutronenstraling? Het antwoord is nee, want neutronen worden maar door een paar radioactieve stoffen uitgestraald. Gevaar bestaat eigenlijk alleen in het hartje van een kerncentrale, en bij het vervoer van opgebruikte brandstofstaven. In totaal, zo zegt het ECN, komen in ons land nog geen honderd mensen met neutronenstralen in aanraking.

Bij onze oosterburen ziet dat er bijvoorbeeld al heel anders uit: begin volgend jaar moet er opnieuw Duits kernafval worden vervoerd naar een opslagplaats in het plaatsje Gorleben. Bij het laatste transport, dit voorjaar, waren duizenden politieagenten op de been om demonstranten weg te houden van de vaten met stralend afval.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie