Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Radicalisering, maar wat is radicaal?

Home

MARJON OP DE WOERD

Overal in het land zoekt men naar houvast, naar antwoorden en vooral oplossingen om de strijd tegen radicalisering te winnen. In het Utrechtse Fort van de Democratie kwamen vijftig docenten bijeen om de signalen van radicalisering te herkennen én bespreekbaar te maken.

Een paar meter onder de grond, in een oude atoombunker in het Utrechtse Lunetten, zitten vijftig mensen met hun ogen dicht. Het is er donker en guur, alleen de twee kleine discoballen aan het betonnen plafond geven de ruimte wat glinstering. "Zet je voeten vlak op de grond. Recht je rug en houd je ogen dicht. Zak langzaam diep weg naar vroeger", zegt een vriendelijke mannenstem.

Hier en daar klinkt een ontspannen zucht. "Je loopt op straat of zit in de klas. Kijk naar jezelf als in een film. Droom je van een reis, van avontuur? Of zijn er conflicten en ben je ergens boos om? Niet zomaar boos, maar echt boos. Het type boos dat je iemand hartstikke verrot slaat. Een onbedwingbare drang om iets of iemand kapot te maken", zegt sociaal pedagoog Jan Durk Tuinier.

Het is één van de doelen van de bijeenkomst die middag in het Fort van de Democratie: radicalisering normaliseren. Vijftig docenten zijn op de training afgekomen, georganiseerd om radicalisering te leren herkennen en bespreekbaar te maken. Als iedereen zijn of haar ogen weer opent, vraagt Tuinier naar hun gevoelens van woede en passievolle idealen. "Iedereen heeft wortels van radicalisering in zich", houdt Tuinier de groep voor.

Maar wanneer transformeren die wortels naar daadwerkelijke radicalisering en extremisme? Wanneer laat iemand geen andere meningen meer toe, zet iemand zijn twijfels opzij, is iemand bereid geweld te gebruiken of zelfs zijn of haar leven te geven voor het 'goede doel'?

"Ook vanuit docenten is er duidelijk behoefte om hierover te praten", zegt Tuinier in het fort dat Nederland ooit als onderdeel van de Hollandse Waterlinie moest beschermen tegen vijanden. De training in Utrecht is geen unicum. Overal in het land ontpoppen zich trainingen, bijeenkomsten en netwerken van professionals en vrijwilligers. Overal zoekt men naar houvast, antwoorden en vooral oplossingen om de strijd tegen radicalisering te winnen.

Behalve ouders en familie wordt een steeds nadrukkelijker beroep gedaan op wijkagenten, jongerenwerkers en docenten. Vorige maand nog kondigde de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) speciale trainingen voor docenten aan om radicaliserende leerlingen te kunnen herkennen. "Geradicaliseerde jongeren vormen een bedreiging voor de veiligheid binnen en buiten de school", zei staatssecretaris Sander Dekker (onderwijs). Hoe die trainingen eruit gaan zien, is nog niet bekend.

Maar wat is radicaal?, vraagt docent Floor Stevens zich af. "Wij hebben veel scholieren die vroom zijn, maar dat is toch echt wat anders dan radicaal", zegt de 38-jarige leraar aan het Comenius Lyceum in Amsterdam Nieuw-West. Samen met zijn collega's van de sectie Maatschappijwetenschappen is hij in het fort in de hoop meer te leren over omgaan met jongeren die militant willen worden, willen sterven voor hun idealen. "Iedereen heeft het hier de hele middag over ruimte geven, een veilige omgeving creëren en open vragen stellen", zegt hij wat teleurgesteld. "Daar kun je het niet mee oneens zijn. Maar, erger nog, het volstaat niet in de dagelijkse realiteit."

Ook voor zijn directe collega Jaap Hage (39) blijft de bijeenkomst 'te abstract'. Hij wil graag concretere voorbeelden bespreken en dan over de juiste aanpak sparren. "Er is niets zo makkelijk als te zeggen dat alle homo's dood moeten." Hij hoort het net als Stevens met enige regelmaat in zijn klas. "Het ontmoeten van de ander, dat is belangrijk, wil je de opvattingen van leerlingen kunnen nuanceren. "Wij halen bijvoorbeeld Marokkaanse homo's voor de klas. Als ik het zelf bespreek, werkt het minder goed. Zet eens een Marokkaanse homo die praktiserend moslim is voor de klas en er ontstaat een gesprek, een discussie. Zo pakken wij het aan." Tuinier knikt instemmend. Ook de rest voelt er wel wat voor om leerlingen op die manier te confronteren met hun ideeën.

Lees verder na de advertentie

Ongemak

Toch is het lastig voor scholen. Tuinier proeft als sociaal pedagoog en groepsbegeleider in het Fort het ongemak dat scholen en docenten vaak alsnog ervaren met dit thema. "Docenten zijn snel bang dat ze discrimineren of stigmatiseren. Scholen zijn bang voor hun imago als ze in het openbaar te veel over dit thema praten of er iets aan doen. Daarnaast is het alweer een probleem dat op het bordje van de onderwijzer komt, terwijl er nooit iets afgaat."

Heel herkenbaar, aldus Mirjam van der Laan die als docente Burgerschap op het ROC Midden-Nederland haar leerlingen vaak meeneemt naar de tentoonstelling in het Fort van de Democratie. Van der Laan is pas anderhalf jaar docent en nog zoekende naar haar rol. Wat ben ik voor mijn leerlingen? Wat is mijn verantwoordelijkheid? Moeilijk, vindt ze. Op hoger niveau wordt er binnen haar school zeker aan radicalisering gedaan, vertelt ze, maar veel krijgt ze daar niet van mee.

Zelf is ze in haar lessen niet bewust met radicalisering bezig, meer met het creëren van een veilige plek op school. "Ik denk dat jongeren zich vaak vooral gedragen naar wat ze horen. Ze verschuilen zich achter het stigma 'rot-Marokkaan' en zijn boos op alles en iedereen." Een leerling die vrouwen geen hand meer wil geven is een van de kwesties waar zij als jonge docente mee te maken heeft. "We hebben binnen het onderwijsteam wel discussie over hoe we daarmee om moeten gaan. Logisch, want het is heel ingewikkeld. We doen niks, alleen uitleggen wat dit betekent voor zijn stagekansen, bijvoorbeeld. Wat kun je verder ook doen?"

Niemand die het exact lijkt te weten. En daar wringt de schoen. In de praktijk staan docenten er vaak toch alleen voor, zo lijkt het. De kans dat de NCTV het antwoord biedt in de nieuwe training voor docenten lijkt ook niet groot. Online kunnen docenten en andere betrokkenen nu al allerhande lesmateriaal vinden. In de zogenoemde 'toolbox extremisme' van de NCTV, onder andere bedoeld voor leraren, zijn volop documenten te vinden over het ontstaan van radicalisering en kan iedereen een onlinecursus volgen over islamitische radicalisering.

Gebiologeerd

Die onlinecursus gaat over Rédouan en zijn groeiende interesse in de islam. Op de video's zien we hoe Rédouan gebiologeerd naar het computerscherm in de bibliotheek van zijn school kijkt. Opzwepende Arabische muziek schalt uit de speaker, mannen met lange baarden en geweren lopen door het beeld. De bibliothecaresse stapt uit haar stoel en loopt geïrriteerd naar hem toe. Boos zet ze de computer uit en stuurt Rédouan het lokaal uit. Ondanks haar boosheid, is ze ook bezorgd. Ze belt Rédouans mentor en vertelt opgewonden over zijn bezoekjes aan de 'baardmannensites'.

Wat moet de virtuele mentor van Rédouan nu doen? Deed de bibliothecaresse het juiste door boos naar hem toe te lopen en hem weg te sturen uit het lokaal? Wat betekent het dat Rédouan steeds vaker verzuimt op school, plots traditioneel-religieuze kleding draagt en een beginnend baardje krijgt? Staan de radicaliseringssignalen op rood?

Checklist

Tja, zo makkelijk is dat niet. Een checklist, die bestaat namelijk niet. Niemand weet op dit moment of Rédouan een zoekende puber is of een radicaliserende moslim, concludeert ook de NCTV. En juist daar zit de moeilijkheid van dit soort trainingen, denkt Daan Weggemans. Als onderzoeker aan het Centre for Terrorism and Contraterrorism in Den Haag twijfelt hij aan de effectiviteit van dergelijke cursussen. Als onderzoeker sprak hij zelf met vijf jongens die naar Syrië wilden vertrekken, maar werden tegengehouden door de Nederlandse autoriteiten. "Bij die vijf jongens had niemand uit hun directe omgeving ook maar iets gezien of gemerkt. Als dat waar is, zijn we nu van alles aan het doen terwijl het geen zin heeft."

Alle docenten in de oude atoombunker krijgen post-its in hun handen gedrukt. Er is veel gepraat, de leraren hebben zelf opdrachten gedaan, maar wat is nu de uitkomst van vandaag? Met een potlood in de hand verschijnen de tips op de gekleurde briefjes. 'Stimuleren dat leerlingen naar elkaar luisteren', 'eigen kwetsbaarheid laten zien' en 'accepteren dat iemand anders is' zijn voorbeelden van tips na de vier uur durende bijeenkomst.

En de ultieme tip van Jan Durk Tuinier? "Soms ben je als docent nog de enige die tussen de leerling en de buitenwereld staat. Leer te judoën: houd vast, beweeg mee en duw terug" Nou, soms is karate toch ook wel handig hoor, fluistert een van de docenten op de achtergrond tegen haar buurvrouw.

'Soms ben je als docent nog de enige die tussen de leerling en de buitenwereld staat. Leer te judoën: houd vast, beweeg mee en duw terug.'

Deel dit artikel