Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rabbijn Soetendorp werd gered door katholieke pleegouders: 'Zij gaven mij de kans te zijn'

Home

Maaike van Houten

Rabijn Awraham Soetendorp © Werry Crone
Interview

De liberale rabbijn Awraham Soetendorp, geboren in 1943, heeft zijn leven te danken aan de katholieke pleegouders bij wie hij werd ondergebracht. 'Zij hadden geen bisschop nodig om te weten wat ze moesten doen.'

Aan het eind van het lange gesprek over zijn pleegouders bij wie hij als baby ondergedoken zat, stiefelt rabbijn Awraham Soetendorp naar zijn bureau achter in de ruime werkkamer. Hij rommelt wat door zijn spullen, en daar heeft hij wat hij zoekt: de tekst van een van zijn gedichten, met de hand geschreven. De laatste strofe leest hij voor: 'Zij die wij gedenken/schenken ons/elke keer dat wij ademhalen/ wederom/het leven.'

Lees verder na de advertentie

Het is de kern van wat hij woensdag wil zeggen in de synagoge in Dieren, op de Dag van het Jodendom, de dag van verbintenis tussen katholieken en joden. De vroegere rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag brengt er een eerbetoon aan Ria en Bertus van der Kemp uit het nabijgelegen Velp. Dit katholieke echtpaar ving hem in de oorlog liefdevol op, hij noemt haar afwisselend moeke en Ria, of hij spreekt over 'mijn pleegouders'. Een baby'tje was hij toen bij hen kwam. Hij bleef er twee jaar en twee maanden. Tot het eind van de oorlog, die zijn pleegvader het leven op de laatste dag ontnam.

Namen noemen

Ria en Bertus van der Kemp, hun namen doen ertoe, zegt Soetendorp. "In de joodse traditie brengt het noemen van de naam de Messiaanse tijd nabij. Diegenen die er niet meer zijn dragen bij aan vrede en gerechtigheid. Met het het noemen van hun naam eer ik ook de velen die rechtvaardig hebben gehandeld, maar die onbekend zijn, die nooit worden genoemd in een interview. Door hun herinnering vast te houden helpt dat om nog krachtiger te werken aan dit Messiaanse visioen."

Soetendorp heeft het verhaal van zijn onderduik al vaker verteld. "Maar het is elke keer weer bijna alsof ik het voor het eerst doe. Er komt altijd een moment dat ik niet verder kan." Dat is er, nu hij dit zegt. En nog een paar keer trilt zijn mond en is hij minutenlang stil, als verzamelt hij moed om te zeggen wat hij wil zeggen. Of moet.

"Het is een stap in mijn herinnering die niet mijn eigen herinnering is", zegt hij. Zijn hele leven is hij brokstukken blijven verzamelen van de geschiedenis die zijn leven heeft bepaald. "Het gebouw kan nooit helemaal hersteld worden, maar in een nieuwe vorm kan het weer bescherming en veiligheid bieden aan elk kind." Hij werkt nu aan een pamflet van hoop, dat hij wil presenteren op een conferentie met religieuze en politieke leiders in Griekenland deze zomer. "Ik weet dat ik dan aan Ria en Bertus denk."

Tekst loopt verder onder de foto

Pleegmoeder Ria van der Kemp met haar onderduikkind 'Bobby', ofwel Awraham Soetendorp. © 5724

Sjalom

Hij is midden in de oorlog ter wereld gekomen, hij denkt dat het was uit liefde en hoop. Zijn ouders gaven hem de naam Sjalom, vrede zal zijn. Drie maanden was hij tijdens de laatste grote razzia in Amsterdam, in het voorjaar van 1943.

"Die dag stonden mijn ouders daar, met hun koffertjes in de hand. Nederlandse politieagenten belden aan, met een Gestapoleider. De Duitser liep naar het wiegje waarin ik lag. Hij zei: 'Schade dass er ein Jude ist. Wir kommen morgen zurück.' Die woorden hebben ervoor gezorgd dat wij hier nu zitten. Ik heb ervan gemaakt: zolang de blik van een baby een hart kan raken dat verdonkerd is door indoctrinatie, door gif, zolang is er niets verloren, maar alles gewonnen."

De mannen verlieten het huis. Sjalom werd die avond in zijn kinderwagen weggehaald door een verzetsstrijdster, zijn moeder zag hem gaan door een spleet tussen de gordijnen. Later, op haar sterfbed, zei deze vrouw tegen zijn moeder: "Och Marietje, je ziet net zo wit als toen Sjalommetje wegging."

Ze moesten een plek voor me vinden, ze belden aan bij Ria. Ze was een heel kordate, ondernemende vrouw.

Awrahan Soetendorp, rabbijn

Hij kwam terecht in Arnhem, maar moest daar weg, het was er te gevaarlijk. In een koffer met luchtgaten werd hij meegenomen, met de trein ging hij naar Velp. Hij heeft gehoord dat hij tijdens de rit niet heeft gehuild. "Ze moesten een plek voor me vinden, ze belden aan bij Ria. Ze was een heel kordate, ondernemende vrouw. Heel gelovig ook. In de kerk had ze gezegd: ik wil dat Joodse kinderen worden beschermd, ik ben bereid ze op te nemen."

Familie van der Kemp

Ria van der Kemp had een zoon uit een eerder huwelijk, een man van 21, een arbeidskracht die zich verborgen hield voor de Duitsers. En er was al een onderduikster, Yoeke van Gelder, een Joods meisje van 11. "Ze moest een keuze maken tussen haar en mij", schetst Soetendorp. "Zij moest weg omdat ik kwam. Ik heb in mezelf gevochten tegen het schuldgevoel." Ook zij overleefde de oorlog. "Ze is gecremeerd op de dag van de herdenking van de Februaristaking. Bij die gelegenheid heb ik gezegd dat ik mede door haar hier kan staan."

"Het was ongelooflijk moedig van Ria en Bert om mij in huis te nemen. Om mij de mogelijkheid te geven te zijn. Als de mens daartoe in staat is, dan is het geen utopie, geen wensdroom dat mensen in staat zijn de grens van de angst te overschrijden. Het zijn vaak heel gewone mensen die dat hebben gedaan. Als zij dat kunnen, dan moeten wij dat ook kunnen. We moeten de goede krachten bundelen, die zijn nog sterker dan het kwaad. Goedheid is besmettelijk."

Bertus was koperslager. Hij hoorde later van Tine van der Bilt, die hem bij de Van der Kemps had gebracht, dat zijn pleegvader de meest rechtschapen ogen had die ze ooit had gezien. Bertus' neef kwam eens op bezoek, hij zag hoe stevig Bertus Bobby - zijn onderduiknaam - vasthield. Zijn liefde voor hem was heel groot. Hij tilde zijn truitje op, daaronder zat een zelfgemaakt plat koperen vaatje waarin melk zat. "Uw tanden zijn zo goed, u moet als klein kind veel melk hebben gehad", zei zijn tandarts later tegen de rabbijn.

Tekst loopt verder onder de foto

© rv
Moeke verafschuwde het na­ti­o­naal-so­ci­a­lis­me, ze wilde een daad stellen tegen die schoft, Hitler, die de Joden wilde vernietigen

Awrahan Soetendrop

Na Bobby kwam er nog een Joods kind, Yvonne Roselaar, een jaar ouder dan hij. "Moeke was in Duitsland geboren, ze was met haar moeder naar Nederland gekomen. Ze verafschuwde het nationaal-socialisme, ze wilde een daad stellen tegen die schoft, Hitler, die de Joden wilde vernietigen."

In de oorlog stuurde het verzet kaarten naar Soetendorps ouders, die in Brabant zaten ondergedoken. 'Bobby lacht', stond erop. Of 'Bobby speelt'. Toen de ansichten een tijdje wegbleven werd zijn moeder gek van de gedachte dat haar Sjalom er niet meer was.

Soetendorp herhaalt wat hij rabbijnen en bisschoppen heeft gezegd bij een bijeenkomst in het noorden van Israël, van de vrome katholieken van het Neocatechumenaat: "Ik ben hier omdat Ria en Bertus, gelovige katholieken, mij gered hebben. Ze hadden geen bisschop nodig om te weten wat ze doen moesten. Wij staan hier op hun schouders, in een moment van rechtvaardigheid en verbondenheid tussen de rooms-katholieke kerk en het Joodse volk."

Tekst loopt verder onder de foto

Pleegvader Bertus van der Kemp kwam om in Velp, op de laatste dag van de oorlog. © sony A7r II 5713

Er kwam nog een bom

Bertus van der Kemp stierf op de dag in april dat Velp werd bevrijd. Er werd gevochten, het gezin zat in de kelder. Bertus klom eruit om een brand te blussen die veroorzaakt was door een brandbom. Bobby was met hem mee geklauterd. Er kwam nog een bom. Bertus beschermde zijn pleegzoon en liet daarbij zelf het leven.

In het boek 'Verborgen in Velp' beschrijft Soetendorp wat er gebeurde toen in Velp een 'magere, zenuwachtige man' aanbelde. "Mijn moeke deed open en zei: 'U moet de vader van Bobby zijn. U komt hem halen.' Ik hield mij stijf aan haar beschermende rok vast." Hij moest mee, zijn pleegmoeder kwam in het begin vaak logeren in Amsterdam, zijn dankbare ouders boden haar graag onderdak.

Ria van der Kemp is hertrouwd met een boer uit Huijssen, haar Joodse pleegzoon was toen een jaar of twaalf. Hij herinnert zich dat er daar in de kast een boek stond over een alpinist die de dood vond, met een groot kruis erop. Soetendorp: "In het verleden van de kerk kan je er niet omheen dat katholieken, en ook protestanten, joden apart hebben gesteld, omdat ze die verantwoordelijk stelden voor de dood van Jezus. Dat heeft een afschuwelijke rol gespeeld in de geschiedenis."

Het kruis is een teken van hoop. Religies hebben elkaar nodig, en daar noem ik ook het humanisme bij.

Awrahan Soetendorp

"Maar ik zie een fundamentele ommekeer. Ik heb gesproken over de warmte van de kerk. Het kruis is een teken van hoop. Religies hebben elkaar nodig, en daar noem ik ook het humanisme bij. Als er een echte verbinding komt tussen het jodendom en de katholieke kerk, dan kan dat ook een enorme en hernieuwde kracht geven. Dat is de hoop."

Alles begint bij goed onderwijs, zegt de rabbijn. Hij zette in 2006 de Dag van het Respect op, het is inmiddels de Week van het Respect. Duizenden scholen en meer dan honderd gemeenten doen eraan mee. Awraham Soetendorp geeft dan jonge mensen door wat hij heeft meegemaakt. 'Waarom denken jullie dat die man van de Gestapo mij heeft gespaard?' vroeg hij eens. "Het was doodstil, niemand zei wat. Wat ben ik toch een slechte pedagoog, dacht ik, dit is veel te moeilijk voor deze jonge kinderen. Toen stak een meisje haar vinger op, ik schatte haar een jaar of 11, 12."

Zijn lip trilt, hij zwijgt. En zegt: "Ze zei: Omdat u zo'n tere bloem was. U had kleine worteltjes in de grond, daarom kon hij u er niet uit trekken."

Deel dit artikel

Ze moesten een plek voor me vinden, ze belden aan bij Ria. Ze was een heel kordate, ondernemende vrouw.

Awrahan Soetendorp, rabbijn

Moeke verafschuwde het na­ti­o­naal-so­ci­a­lis­me, ze wilde een daad stellen tegen die schoft, Hitler, die de Joden wilde vernietigen

Awrahan Soetendrop

Het kruis is een teken van hoop. Religies hebben elkaar nodig, en daar noem ik ook het humanisme bij.

Awrahan Soetendorp