Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Provincies smeren huizenmarkt met miljoenen aan subsidies

Home

ISABEL BANEKE

Brabant kocht moeilijk verkoopbare woningen op en verloor 37.500 euro per gekocht huis

Huizen die 'onder water' staan, stilgelegde nieuwbouwprojecten en tuinen vol 'te koop'-bordjes. Zo zag de huizenmarkt er de afgelopen jaren uit. Inmiddels is de verkoop van woningen weer flink op stoom gekomen, zo blijkt uit cijfers van het Kadaster.

In september dit jaar werden 26 procent meer woningen verkocht dan dezelfde maand in 2014. Toch zijn de sporen van de economische crisis op de huizenmarkt nog altijd zichtbaar.

Vraag en aanbod sloten jarenlang niet op elkaar aan. Provincies als Friesland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg voelden zich de afgelopen jaren genoodzaakt maatregelen te treffen. Subsidies werden ingezet als smeermiddel om de woningmarkt in beweging te krijgen. Maar is het zinvol voor overheden om zich met de particuliere koop en verkoop van huizen te bemoeien?

Twintig miljoen voor de financiering van bijzondere huurprojecten, 2,7 miljoen om stedelijke kernen te versterken, en 40 miljoen euro om mensen in de bouw weer aan het werk te krijgen. De provincies hebben flinke bedragen neergelegd om de woningmarkt rugdekking te geven tijdens de financiële en de daarop volgende economische crisis.

Ook op particulier niveau probeerden enkele provincies de sector te stimuleren. Het meest extreme voorbeeld daarvan is Noord-Brabant. Daar kocht de provincie bijna 300 huizen op van eigenaren die wilden verhuizen naar een nieuwbouwwoning, maar hun huis aan de straatstenen niet kwijtraakten.

Nu wordt de rekening van die Brabantse garantieregeling gepresenteerd. Op de huizen die inmiddels weer zijn doorverkocht maakte Brabant gemiddeld 37.500 euro verlies. "Dat verlies had eigenlijk voor de oorspronkelijke huiseigenaren moeten zijn", zegt Maarten van Ham.

De hoogleraar stedelijke vernieuwing aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft is van mening dat overheden zich zo min mogelijk in de woningmarkt moeten mengen. "Woning-márkt, het woord zegt het al. Markt betekent dat er vraag en aanbod is, die gezamenlijk de prijs bepalen."

Met de opkoopregeling wilde Brabant de stagnerende verkoop van nieuwbouwwoningen een zwieper geven. Goedbedoeld, maar de resultaten van dit soort maatregelen - die ook op gemeentelijk niveau plaatsvonden in onder meer Alkmaar, Zwolle en Alphen - vallen tegen.

Volgens Vereniging Eigen Huis was er slechts een marginaal effect op de woningmarkt zichtbaar, kwam het financiële voordeel vooral terecht bij projectontwikkelaars en grondeigenaren, en leidden de regelingen tot lokale marktverstoring. Mensen werden in de verleiding gebracht om een huis te kopen, terwijl ze dat gezien de marktvoorwaarden waarschijnlijk niet konden betalen.

Toch denkt hoogleraar volkshuisvesting Peter Boelhouwer van de TU Delft dat het verstandig is om als overheid een anticiperende houding aan te nemen. "Het is een markt, maar je moet wel wat brandstof toevoegen als die slapjes is. Net zoals je op de rem moet trappen als de markt oververhit raakt."

Boelhouwer signaleert dat Nederlandse overheden meestal juist het tegenovergestelde doen. Hij noemt 2011, toen allerlei regels werden aangescherpt terwijl de woningmarkt wankelde. Zo werd het bijvoorbeeld moeilijker om een hypotheek te krijgen. De hoogleraar is daarom positief over het Brabantse initiatief. "Al is dit wel een hele heftige ingreep."

Ook Limburg, Friesland en Zeeland ondernamen actie. Daar werden subsidies en goedkope leningen verstrekt om huizen om te bouwen, samen te voegen of te slopen. Als smeerolie voor de woningmarkt, maar ook om de gevolgen van krimp te bestrijden.

Boelhouwer vindt het slim. "Om te voorkomen dat je in een neerwaartse spiraal van verloedering terechtkomt, waarin niet alleen de huizen maar ook de cafés en winkels hun deuren sluiten, is het zinnig om huizen te slopen."

Dat het onttrekken van huizen aan de woningmarkt zinvol is voor krimpregio's, blijkt ook uit onderzoek van Piet Eichholtz en Thies Lindenthal van de Universiteit van Maastricht in 2009. Door de woningvoorraad te verkleinen wordt krapte gecreëerd, waardoor de huizen in waarde en populariteit zullen stijgen. Of het een direct gevolg is van de stimuleringsregelingen van de provincies valt lastig te zeggen, maar inderdaad blijkt uit de nieuwste cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars en het Kadaster dat de woningmarkt in Friesland, Limburg en Zeeland langzaam maar zeker aantrekt.

Ook Van Ham is voorzichtig positief over deze pogingen om de woningmarkt vlot te trekken. De drie provincies zijn volgens hem voorbeelden van situaties waarin de markt niet meer zelfstandig functioneerde. "Pas dan kan de overheid ingrijpen. Want als er leegstand is en écht niemand meer een woning wil hebben, worden de kosten om alles te herstellen alsmaar hoger wanneer je niet ingrijpt."

Maar, zegt Van Ham: "De vraag blijft op welk moment de provincie actie moet ondernemen. Moet je een paar jaar geduld hebben om te kijken of de boel weer aantrekt, of ben je dan te laat?"

Lees verder na de advertentie

Limburg

De provincie Limburg zette in 2012 het Transitiefonds Limburgse Woningmarkt op om weer wat beweging in de lokale woningmarkt te krijgen. Het fonds van 50 miljoen euro bestaat uit verschillende maatregelen, waaronder subsidies om huizen te slopen of samen te voegen en leningen om een woning aan te passen of duurzaam te maken.

Friesland

De provincie Friesland heeft 2 miljoen euro uitgetrokken voor de 'herbestemmingsregeling', waarbij subsidie kan worden aangevraagd om een bestaand pand met een maatschappelijke functie (zoals een kantoor, monument of winkel) geschikt te maken om te wonen.

Daarnaast heeft de provincie 5 miljoen euro vrijgemaakt om Friezen met subsidies en leningen te stimuleren om goedkope woningen te moderniseren. Zo hoopt Friesland de doorstroming vanuit de huursector op gang te brengen.

Noord-Brabant

Om de verkoop van nieuwbouwwoningen in de provincie te stimuleren, besloot Noord-Brabant 23 miljoen euro uit te trekken voor de zogenoemde Brabantse Verkoopgarantie. Als mensen die een nieuwbouwwoning wilden kopen hun oude huis niet binnen twee jaar kwijtraakten, nam de provincie het voor 90 procent van de taxatiewaarde over. Dit gebeurde in totaal 291 keer. Inmiddels zijn 229 van die opgekochte huizen weer doorverkocht aan particulieren, met een gemiddeld verlies van 37.554 euro.

De provincie hielp ook bij het rond krijgen van verkopen tussen particulieren: 145 keer betaalde zij het verschil tussen het hoogste bod en de laagste vraagprijs. Gemiddeld bedroeg dat overbruggingsgeld 15.000 euro.

De garantieregeling heeft de provincie Brabant tot nu toe 12,5 miljoen euro gekost.

Zeeland

Met de Provinciale Impuls Wonen uit 2013 wil Zeeland het overschot aan oude woningen verminderen, waardoor de huizen weer in waarde gaan stijgen. Tot en met 2019 heeft de provincie 21 miljoen vrijgemaakt om oude woningen te slopen, samen te voegen of op te knappen. In de eerste twee rondes zijn 43 projecten van de grond gekomen, wat de provincie 6 miljoen euro heeft gekost.

Deel dit artikel