Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Protestantse kerk op z'n Pakistaans

Home

TOM SCHEELE

Terwijl de positie van christenen in Pakistan verslechtert, groeit hun gemeenschap in Nederland. De Urdu's zijn inmiddels onderdeel van de PKN. 'Zonder onze diensten zouden veel Pakistaanse christenen het geloof verliezen.'

De Urdu-klanken galmen door de Bethelkerk in Amsterdam. De Pakistaanse Urdu-gemeenschap zingt luidkeels mee met voorganger Sarwar Eric. "Het is belangrijk voor ons dat er kerkdiensten zijn in onze eigen taal", zegt voorzitter Johnson William.

Bijna een jaar geleden werden de Urdu's onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de gemeenschap groeit: vanaf deze maand gaat Eric ook diensten houden in Meppel. Hij heeft het er maar druk mee, drie uur na deze dienst preekt hij weer in Rotterdam.

Een groot deel van de stoelen in de Bethelkerk is vandaag leeg, zo'n twintig mensen wonen de dienst bij. "Normaal is het wat drukker, maar dat verschilt van keer tot keer. Veel mensen moet een heel eind reizen", zegt William. Op de achtergrond klinkt Afrikaanse muziek, beneden is tegelijkertijd een dienst bezig van een andere migrantenkerk.

De Pakistaanse Urdu-gemeenschap in Nederland is de eerste migrantenkerk die zich bij de PKN heeft aangesloten. "Ik denk dat het goed is contact te hebben met Nederlandse kerken", vertelt William. "Als onze kinderen of kleinkinderen straks geen Urdu meer spreken, hopen we dat de diensten in het Nederlands worden voortgezet." De Urdu-gemeenschap bestaat uit ongeveer 250 Pakistaanse christenmigranten, een groot deel daarvan is vanwege hun geloof naar Nederland gevlucht. Hun naam verwijst naar het Urdu, de officiële taal in Pakistan.

"Het heeft voordelen om bij de protestantse kerk te horen", vertelt William. "Al is het maar omdat we weten dat we er niet alleen voor staan, mochten we in de problemen raken", zegt hij. "Dat is nu niet aan de orde, maar het is fijn om gesteund te worden. En de samenwerking met de PKN heeft ook praktische voordelen. Zo kunnen we onze diensten in dit kerkgebouw houden. En ik heb kort geleden een cursus bij de PKN gevolgd. Op die manieren leren we ook echt iets van hen."

Maar dat geldt evengoed andersom, vindt Jan Post Hospers. Als projectmedewerker migrantenkerken van de dienstenorganisatie van de PKN heeft hij regelmatig contact met de Urdu-gemeenschap. "Wat dat betreft is het een proces van over en weer. Zij leren van ons, maar wij ook zeker van hen", zegt hij. Als voorbeeld noemt hij de manier waarop de Urdu-gemeenschap haar diaconale plicht vervult. "Dat nemen ze heel serieus. Vluchtelingen die hier net aankomen of die uitgeprocedeerd zijn, helpen ze op allerlei manieren. Bijvoorbeeld door papierwerk voor hen te vertalen of door ze juridisch te steunen."

Lees verder na de advertentie

Eigen psalmen

Toch is het wel even wennen. "Ze brengen natuurlijk een andere cultuur met zich mee. We zijn het dan ook niet altijd over alles eens", zegt Post Hospers. Dat komt bijvoorbeeld doordat de Urdu-gemeenschap niet alleen uit protestanten, maar ook uit katholieken, anglicanen en mensen met een pinksterachtergrond bestaat. "Zij hebben zowel volwassendoop als kinderdoop, wij alleen de laatste. En zo zijn er nog wel meer dingen, maar we komen er gelukkig altijd uit."

Dat de Urdu-gemeenschap kan afwijken van de richtlijnen van de PKN komt doordat ze als buitengewone gemeente zijn ingeschreven. Daardoor kunnen de Urdu's zelf afspraken maken met de PKN over waar ze wel en waar ze niet aan moeten voldoen. Een samenwerking met de Urdu-gemeenschap lag volgens Post Hospers voor de hand. "Vanuit de zending is er al contact met de kerken in Pakistan. Toen een aantal van hen naar Nederland kwam, is dat voortgezet", legt hij uit. "Zij zijn toen langzaam gegroeid, van een kleine huisgemeente naar een gemeente met 250 leden, en binnenkort met diensten in drie kerken. Een samenwerking lag vanuit de PKN voor de hand."

Deze maand begint voorganger Eric met diensten in Meppel. Daar gaat hij eens per maand preken en zingen. Op zaterdag, want op zondag preekt hij al in Rotterdam en Amsterdam. "Er woont een grote groep Pakistanen in Meppel", legt William uit. "Het is voor hen bijna onmogelijk om de diensten in Amsterdam en Rotterdam bij te wonen. Een rijbewijs hebben de meesten niet en met het openbaar vervoer ben je al gauw twee uur onderweg."

En dat terwijl het volgens zowel William als Eric belangrijk is dat Pakistaanse christenen naar een dienst in hun eigen taal kunnen. "Het Urdu bindt ons", vertelt Eric. "Ik denk dat veel christenmigranten uit Pakistan het geloof zouden verliezen als deze diensten er niet zouden zijn." William haalt zichzelf aan als voorbeeld. "Toen ik 33 jaar geleden in Nederland aankwam en een Nederlandse kerkdienst bezocht, begreep ik er niets van", legt hij uit. "Dat zou een Nederlander bij ons ook niet doen. Voor migranten die nu hiernaartoe komen en geen Nederlands spreken, is het dus belangrijk dat wij er zijn."

De sfeer tijdens de Urdu-diensten is heel anders dan bij een gemiddelde protestantse kerkdienst. "Muziek is voor ons heel belangrijk", zegt William, hij legt zijn groene psalmboekje op tafel. "We hebben eigen psalmen en zingen ontzettend veel. Het zou jammer zijn als onze tradities verloren gaan."

Voorlopig is de Urdu-gemeenschap de enige migrantenkerk die lid is van de PKN. Volgens Post Hospers zijn er momenteel geen andere migrantenkerken in beeld die dat voorbeeld gaan volgen. Wel zijn er al een aantal associatieverdragen, vertelt Hospers. "Bijvoorbeeld met een Ghanese en een Indonesische migrantengemeenschap, wie weet wat daar in de toekomst van komt."

Bedreigd in eigen land

De positie van christenen in Pakistan wordt steeds moeilijker. Op de ranglijst van wereldwijde christenvervolging staat Pakistan op de zesde plek.

Bij een aanslag in de Pakistaanse stad Lahore kwamen afgelopen Paaszondag 72 mensen om het leven, onder wie 35 kinderen. De aanslag werd opgeëist door een aan de Taliban gelieerde extremistische groepering. Die liet weten dat de aanslag was gericht op christenen.

De aanslag in Lahore was niet de eerste die aan veel christenen het leven kostte.

Voorzitter Johnson William van de Nederlandse Urdu-gemeenschap luidde een aantal jaren geleden al de noodklok over de beroerde positie van christenen in zijn geboorteland.

Christenen vormen in Pakistan een kleine minderheid: zo'n 1,5 procent van de bijna 200 miljoen inwoners noemt zich christen.

"De regering zegt dat ze alles voor de veiligheid van christenen willen doen, maar er gebeurt uiteindelijk weinig", zei William afgelopen week in Trouw naar aanleiding van de aanslag. "Ze wisten dat dit kon gebeuren; vorig jaar met Kerst vond eenzelfde soort aanslag plaats. En toch was er ook rond deze openlijke viering geen beveiliging.

Amper asielverzoeken

De Pakistaanse gemeenschap in Nederland telt zo'n 21.000 mensen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gemeenschap groeit, maar niet zozeer door de gestegen asielinstroom van het laatste jaar. In de Europese Unie dienden vorig jaar ruim 47.000 Pakistanen een asielverzoek in. Een fractie daarvan deed dat in Nederland: iets meer dan 150 van hen.

Deel dit artikel