Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Promovendus: kom eens achter dat bureau vandaan

Home

Willem Schoonen

© Getty Images/iStockphoto

Promovendi zijn een soort academische kluizenaars, ploeterend met vuistdikke onderzoeksvoorstellen en perfecte publicaties. Daar zit niemand op te wachten en zelf gaan ze eraan onderdoor, betoogt geograaf Julian Kirchherr.

In de jonge jaren van internet, twintig jaar geleden, vatte Nick Swinmurn het idee op online schoenen te gaan verkopen. Als hij een klassiek ondernemer was geweest, had hij eerst marktonderzoek gedaan om te zien of mensen bereid zouden zijn online schoenen te kopen. Daarna zou hij een geschikte website hebben ontwikkeld, een collectie schoenen hebben gekocht, een opslagruimte gehuurd, en een marketingcampagne op touw hebben gezet.

Lees verder na de advertentie
De startende ondernemer én de promovendus moeten allebei iets nieuws creëren, anders hebben ze geen kans van slagen

Julian Kirchherr

Maar dat is niet wat Swinmurn deed. Hij ging de schoenenzaken in zijn stad af, fotografeerde de schoenen die daar stonden en zette die foto's online. En als iemand een paar schoenen bestelde, ging hij naar de betreffende winkel, kocht dat paar en deed het op de post. Dat leverde aanvankelijk geen geld op, maar Swinmurn kreeg wel een van eerste online schoenenwinkels van de grond. Tien jaar later verkocht hij die winkel aan internetreus Amazon voor meer dan een miljard dollar.

Swinmurn was een lean start-up, een 'luchtige starter': niet eerst eindeloos onderzoeken en investeren om alles perfect te krijgen, maar beginnen met een goed idee en kijken hoe het loopt. De vindingrijke Amerikaan is geen unicum, want 'lean' is in de afgelopen decennia bijna het standaardmodel geworden voor startende ondernemingen.

Maar Swinmurn duikt nu op in een boek dat niet over startende ondernemingen gaat maar over het wetenschappelijk bedrijf: 'The Lean PhD', geschreven door Julian Kirchherr, een 29-jarige Duitse geograaf, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zijn boodschap: de wetenschap kan veel leren van de luchtige starter, te beginnen met jonge onderzoekers die willen promoveren.

De promotieonderzoeker en de startende ondernemer hebben veel gemeen, zegt Kirchherr: "De startende ondernemer én de promovendus moeten allebei iets nieuws creëren, anders hebben ze geen kans van slagen. De starter moet met een nieuw product en een nieuw verdienmodel komen, de promovendus moet nieuwe kennis genereren. Als een starter alleen maar het succes van anderen kopieert, gaat hij het niet halen. Als de promovendus alleen bestaande kennis herkauwt zonder er iets aan toe te voegen, zal hij zijn titel niet krijgen. De doelen zijn vergelijkbaar. En ook de weg er naartoe: die is in beide gevallen lang, onzeker en hobbelig."

Eenzaam bestaan

Nog een overeenkomst: starter en jonge onderzoeker moeten het doen met weinig middelen. "In Nederland worden promotieonderzoekers nog redelijk betaald, maar in veel landen leven ze op of onder de armoedegrens. De startende ondernemer heeft nog nauwelijks kapitaal. Bovendien is het voor beiden een eenzaam bestaan. Veel mensen die nu gevestigde ondernemers zijn noemen de start van hun bedrijf de eenzaamste periode in hun leven. Jonge wetenschappers worstelen vaak in eenzaamheid met hun onderzoeksproject."

Jonge wetenschappers worstelen vaak in eenzaamheid met hun on­der­zoeks­pro­ject

Julian Kirchherr

Het is geen wonder dat het jonge onderzoekers te veel wordt, zegt Kirchherr. "Van de promotieonderzoekers valt 50 procent af. Het is in Nederland iets minder dramatisch (zie kader), maar nog altijd een veel te hoog percentage." Dat was bij startende ondernemingen in het verleden niet anders, maar die hebben hun afbreukrisico fors verlaagd door 'lean' te gaan. Kirchherr besloot hun succesfactoren te vertalen naar de academische werkvloer.

De eerste succesfactor van de luchtige starter is dat hij niet streeft naar een perfect product maar naar een product dat goed genoeg is: het 'minimaal levensvatbare product'. De tweede succesfactor is doorlopende productontwikkeling. De derde is: álle aandacht voor de gebruiker, de consument. In samenspraak met die consument wordt het product dat net goed genoeg was, geperfectioneerd. Voor academici is dat een lastige volgorde, zegt Kirchherr. Wetenschappers zijn van nature perfectionisten; die moeten er niet aan denken iets naar buiten te brengen dat nog niet helemaal af is.

Als Kirchherr dat principe van een 'minimaal levensvatbaar product' gaat vertalen naar de promotieonderzoeker, neemt het verschillende vormen aan. Bij de aanvang van het promotietraject wordt het een 'afgeslankt onderzoeksvoorstel'. Kirchherr: "Ga niet naar je begeleider met een compleet uitgewerkt plan, maar met een idee voor je onderzoek in een paar punten. Dat bespaart je een hoop werk en het geeft je begeleider de ruimte er wat sturing aan te geven. Vindt hij fijn. En na zijn respons kun je je onderzoek verder gaan invullen.

'Sluit je niet af'

Tijdens het onderzoek werkt de promovendus dan toe naar een 'minimaal levensvatbare publicatie'. Kirchherr: "Sluit jezelf niet voor jaren op om het perfecte artikel of het ultieme boek te schrijven, maar breng je resultaten naar buiten in korte concepten. Leg die voor aan collega-onderzoekers, praat erover, en laat hen helpen je publicatie vorm en inhoud te geven."

Het is nu al vaak zo dat een proefschrift is opgebouwd uit artikelen die in de loop van het onderzoek zijn gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Het is de enige manier om het goed te doen, zegt Kirchherr, want je krijgt onderweg al veel terug. En het levert als het goed is een 'minimaal levensvatbaar proefschrift' op. Probeer niet perfect te zijn, is de boodschap, maar goed genoeg.

Sluit jezelf niet voor jaren op om het perfecte artikel of het ultieme boek te schrijven

Julian Kirchherr

Het scherpe oog dat de succesvolle starter heeft voor de wensen van zijn eindgebruiker, zou de wetenschapper ook moeten hebben. Niet alleen de promovendus, maar alle wetenschappers, zegt Kirchherr. "Je werk is belangrijk voor andere wetenschappers, dat zijn in zeker zin je eindgebruikers. Maar je zou verder moeten gaan en kijken wie buiten de universiteit jouw kennis kan gebruiken. Dat wordt wel gestimuleerd, zeker in Nederland, maar we doen het nog veel te weinig. Wetenschappers zouden in samenspraak met die gebruikers in de samenleving kennis moeten ontwikkelen, en niet alleen met elkaar."

Eigen ervaring

Kirchherr kent de principes en succesfactoren van de luchtige starter uit eigen ervaring. Hij had een eigen onderneming in Londen en Singapore -"met weinig succes overigens"- en werkte bij adviesbureau McKinsey voor hij aan zijn academische loopbaan begon. Die ervaring nam hij mee naar de universiteit van Oxford, waar hij aan een promotieonderzoek kon beginnen. "Ik had geluk, want ik trof daar begeleiders die geen bezwaar maakte tegen mijn manier van werken, maar die juist omarmden."

Twintig maanden later had Kirchherr zes artikelen gepubliceerd in vakbladen - terwijl de gemiddelde promovendus in Oxford er vier jaar over doet - nog een maand later had hij zijn proefschrift af, en 22 maanden na de start kreeg hij een aanstelling aan het Copernicus Instituut voor duurzame ontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, een topinstituut op zijn vakgebied.

De schitterende start van een veelbelovende wetenschappelijke carrière zou je denken, maar Kirchherr heeft de universiteit alweer verlaten, goeddeels. Hij heeft nog een kleine aanstelling in Utrecht, maar werkt 90 procent van zijn tijd als consultant in Berlijn, en adviseert overheden en bedrijven, vooral over duurzame ontwikkeling en circulaire economie. Waarom?

"Ik kreeg geweldige vooruitzichten in Utrecht, dat was het probleem niet. Maar ik was er vooral bezig met dingen die weinig waarde hadden of die alleen interessant waren voor academici. Je bent aan een universiteit veel tijd kwijt aan het schrijven van dikke onderzoeksvoorstellen, die weinig kans van slagen hebben omdat onderzoeksfinanciers 90 procent van de voorstellen die binnenkomen moeten afwijzen.

"Het is zo inefficiënt, want de mensen die de voorstellen moeten beoordelen hebben geen documenten van tientallen pagina's nodig. Die zeggen: geef mij je onderzoeksidee op een A4'tje en ik kan meteen zien of interessant is of niet. Die academische wereld was niet wat ik wilde."

Daarom werkt Kirchherr nu voor het grootste deel van zijn tijd als consultant in de private sector. Hij probeert bruggen te vinden tussen die twee, de academie en de samenleving. "De wetenschap heeft de plicht bij te dragen aan een betere wereld. We zouden veel winnen als we minder zouden letter op de academische impact van ons werk en meer op de betekenis van onze kennis voor de samenleving."

Circulaire economie

Maar het valt niet mee; het zijn twee werelden die ver van elkaar liggen, zegt de geograaf: "Ik heb onlangs een wetenschappelijk artikel gepubliceerd over het begrip circulaire economie. Daar zijn 114 definities van. Ik heb die definities geanalyseerd om te komen tot een meta-definitie van circulaire economie. Dat artikel is een wetenschappelijke hit, het behoort de meest geciteerde artikelen in mijn vakgebied. Maar de mensen die in het veld bezig zijn met het realiseren van een circulaire economie lachen erom; het zal hun worst wezen wat de 113de of 114de definitie is."

Het is zo inefficiënt, want de mensen die de voorstellen moeten beoordelen hebben geen documenten van tientallen pagina's nodig

Julian Kirchherr

Promotie in nederland

In Nederland rondt 80 procent van de promovendi zijn onderzoek met een proefschrift af, uiteindelijk. Dat blijkt uit cijfers van de vereniging van universiteiten. Het kost wel tijd om dat rendement te halen: kijk je vijf jaar na de start van het onderzoek dan is minder dan de helft van de onderzoekers gepromoveerd. En promovendi die in dienst zijn van een universiteit hebben normaal een aanstelling voor vier jaar.

De verschillen tussen vakgebieden zijn aanzienlijk: het percentage afgeronde promotietrajecten is het hoogst in de natuurwetenschappen en het laagst in de geesteswetenschappen. Daar is een verklaring voor, zegt Gab van Winkel, verbonden aan de Wageningen Universiteit en bezig met een onderzoek naar het promotietraject (hij hoopt erop te promoveren): "Promoveren in de geesteswetenschappen is vaak een eenzame bezigheid: je bent bezig met je eigen onderwerp en je werkt aan een boek. In de natuurwetenschappen is je promotieonderzoek vaak onderdeel van een groter project, werk je in een team, en publiceer je artikelen die je later bundelt in je proefschrift. Die factoren maken de kans op uitval kleiner en de promotieduur korter."

Het is wat ook Julian Kirchherr adviseert in het verhaal hiernaast: maak van je promotie niet één groots werk, maar publiceer in artikelen. Je ziet dat in de sociale wetenschappen nu inderdaad gebeuren, zegt Van Winkel; die nemen de natuurwetenschappelijke praktijk over.

Belangrijke redenen voor uitval zijn: slechte onderzoeksopzet, gebrekkige begeleiding en persoonlijke problemen. Maar die spelen vooral bij de echte afvallers, zegt Van Winkel. Kijk je naar die 20 procent die níet promoveert, dan rondt de helft daarvan (10 procent) wel zijn onderzoek af, maar komt aan het schrijven van het proefschrift niet toe. Van Winkel: "Dat komt meestal doordat mensen een baan hebben gevonden en zich daarop storten, wat logisch is want hun aanstelling aan de universiteit is afgelopen en je wilt niet jaren werkeloos blijven."

Maar, als die mensen met de opgedane kennis blijkbaar een goede baan hebben gevonden, kun je je afvragen hoe belangrijk dat proefschrift nog is. Van Winkel: "De titel die ze ermee krijgen heeft waarde, misschien niet in die eerste baan maar wel in het verloop van hun carrière. En dit is een categorie uitval waaraan je iets kunt doen. Je kunt het contact met de promotor herstellen, een plan maken om het werk toch af te maken enzovoort. Voor die promovendi kan dat belangrijk zijn."

Lees ook:

Waarom promovendi continu gestrest zijn

Promovendi hebben meer dan andere hogeropgeleiden last van depressieve klachten. Dat moeten de universiteiten zich aantrekken, zeggen onderzoekers Ingeborg Meijer en Inge van der Weijden van de Universiteit Leiden

Gezocht: theaterpubliek voor de hardwerkende promovendus

Frustrerend: na jaren hard werken zijn er maar een paar mensen die van jouw promotie weten. Sommige promovendi zoeken daarom letterlijk het podium op - ze gaan het theater in

Deel dit artikel

De startende ondernemer én de promovendus moeten allebei iets nieuws creëren, anders hebben ze geen kans van slagen

Julian Kirchherr

Jonge wetenschappers worstelen vaak in eenzaamheid met hun on­der­zoeks­pro­ject

Julian Kirchherr

Sluit jezelf niet voor jaren op om het perfecte artikel of het ultieme boek te schrijven

Julian Kirchherr

Het is zo inefficiënt, want de mensen die de voorstellen moeten beoordelen hebben geen documenten van tientallen pagina's nodig

Julian Kirchherr