Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Professoren Pickwoad en McKitterick

Home

Bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam hadden ze een ontdekking gedaan. De band van een zestiende eeuws boek bleek verluchtigd met twee bladen van een manuscript uit de negende eeuw. Er werd onder embargo een persbericht verstuurd. Maar vandaag mag ik het u bekend maken.

Ik zie u denken: waarom staat dit niet op de voorpagina? En u roept het nieuws naar boven naar uw man, die zich nog staat te scheren.

Oké, genoeg scherts.

Hoewel.

In een e-mail van de universteit werd ik uitgenodigd kennis te maken met de ontdekkers: Nicholas Pickwoad, 'vooraanstaand kenner van boekbanden', en Rosamond McKitterick, 'gespecialiseerd in manuscripten uit de Karolingische periode'. Ze hadden de band ontdekt toen ze beiden te gast waren bij de Summerschool die de universiteit organiseert.

Die namen. Dickens! Ik zocht ze op op het internet en kreeg een schokje. Rosamond McKitterick (1949) is one of Britain's foremost medieval historians. Ze is sinds 1999 professor aan de universiteit van Cambridge. Ze kreeg in 2010 de Heinekenprijs van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen voor haar baanbrekende werk bij de studie van de Karolingische periode. Studenten stromen toe bij haar colleges en lezingen.

En Nicholas Pickwoad, hem zag ik op foto's, gemaakt in de Sinaï-woestijn, waar hij, lang grijs haar en baard, in de weer was met eeuwenoude papyrusrollen en stukken perkament. Een combinatie van Dickens en Spielberg, zei mijn vrouw. Hij conserveerde er de oudste bibliotheek van het christendom, doceerde in Harvard, Londen en Uppsala en geldt als de kenner par excellence van het boekbinden. Hij leidt ook nog een instituut.

In een Amsterdamse lunchroom wachtten ze me op, in het gezelschap van een conservator van de Bijzondere Collecties met de mooie conservatorennaam Astrid Balsem.

Ik probeerde niet geïmponeerd te zijn. En vroeg McKitterick, die prachtig lang witgrijs haar had, naar het belang van de ontdekking. Ik had namelijk geen idee. Er volgde een klein college, met af en toe vriendelijke aanvullingen van Pick-woad, over de Karolingische renaissance, de verrassende mate van geletterdheid in de achtste en negende eeuw, en de buitengewone rol die deze bloeiperiode in de letteren had in de doorgifte van klassieke Latijnse teksten. Zonder dit grote keizerrijk, dat zo'n beetje heel West-Europa besloeg en dat ten onrechte voor een duistere tijd wordt gehouden, waren wij verstoken gebleven van onze klassieken.

De twee bladen die gevonden waren, kwamen uit een liturgisch manuscript uit de bibliotheek van Karel de Kale (823-877), kleinzoon van Karel de Grote, en ze waren in de zestiende eeuw (1565 zei Pickwoad) door een Geneefse boekbinder ingebonden in een band met teksten van uitgerekend Calvijn.

Zeer kostbaar, in goud geschreven, op purper achtergrond.

Iets uitzonderlijks dus, daar in Amsterdam. In de collectie, en ook even in die lunchroom.

Deel dit artikel