Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Problemen in het Europese huis

Home

Janne Chaudron

Landen die in het verleden geprofiteerd hebben van deelname aan de euro, hebben het nu moeilijk. Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland worden door kredietbeoordelaars en Europese politici op de vingers getikt. Volgt na de bankencrisis een landencrisis?

„Als je wilt leren liegen, moet je bij de Grieken zijn”, zegt hoogleraar internationale economie Paul de Grauwe, verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven, lachend. De Grauwe verwijst naar de grote onzekerheid die is ontstaan op de financiële markten en in de Europese politiek over de Griekse overheidsfinanciën. De Grieken kregen vorige week een harde waarschuwing van kredietbeoordelaar Fitch. Die gaf het land als eerste binnen de eurozone een BBB+-status. Bij deze status achten beleggers het risico aanwezig dat Griekenland in de toekomst zijn schulden niet kan afbetalen. Een land met een BBB-status wordt omschreven als ’niet erg veilig om in te investeren’. Dat een land binnen de eurozone deze status zou behalen, was met de invoering van de euro nog ondenkbaar.

Het is echter niet verwonderlijk dat Griekenland het eerste euroland is dat dit lot moet ondergaan. Stelselmatig heeft het land gelogen over zijn statistieken. In 2001, toen het land de euro officieel invoerde, stond het begrotingstekort op 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en niet op de toegestane 3. Het was het statistisch bureau van Europa, Eurostat, even ontgaan. Pas bij het aantreden van de nieuwe sociaal-democratische regering dit jaar kwam de aap uit de mouw. Het begrotingstekort bleek inmiddels opgelopen naar bijna 13 procent.

Griekenland moet daadkrachtig optreden

Vervelend, zo geeft de nieuwe Griekse minister van financiën Papaconstantinou toe. Maar er is volgens hem nog geen man over boord. De kritiek van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) wordt weggewuifd. Politieke leugens, een hoge staatsschuld (dit jaar waarschijnlijk oplopend naar 125 procent van het bbp) en een enorm begrotingstekort zijn volgens Europese zwaargewichten, zoals ECB-president Jean Claude Trichet en de Luxemburgse voorzitter van de eurogroep Jean-Claude Juncker, ingrediënten voor een harde landing van de Griekse economie. „Daadkrachtig optreden is nu gewenst”, zei Trichet nog voordat Fitch de nieuwe kredietstatus voor Griekenland bekend maakte.

Het was niet aan de oren van Papaconstantinou besteed. „Luister niet naar de doemscenario’s die over de Griekse economie de ronde doen”, zo waarschuwde hij onlangs tijdens de bijeenkomst van de Europese ministers van financiën.

Een week later kan de Griekse minister van financiën niet meer om de kritiek heen. „Het is vijf voor twaalf voor Griekenland”, zei econoom Willem Buiter tegen financieel persbureau Bloomberg toen grote onrust op de financiële markten uitbrak vanwege de afwaardering van de kredietwaardigheid. Wat Buiter wil zeggen: het is slechts een kwestie van tijd voordat het land failliet gaat.

Ook Portugal, Ierland, Spanje en Italië in gevarenzone

Griekenland is niet het enige land binnen de eurozone dat door de kredietbeoordelaars door de mangel wordt gehaald. Portugal, Ierland, Spanje en in mindere mate Italië zitten ook in de gevarenzone. Vorige week kreeg Spanje een waarschuwing van kredietbeoordelaar Standard & Poor. Landen die tot twee jaar geleden als een booming economie werden omschreven, moeten het nu ontgelden. Door het lidmaatschap van de eurozone konden bijvoorbeeld Ierland en Spanje tot twee jaar geleden goedkoop geld lenen op de kapitaalmarkt om hun banken-, vastgoed- en huizenzeepbel te blijven financieren. Waarschuwingen van het Internationaal Monetair Fonds en Nobelprijswinnaar Paul Krugman over het opbouwen van een schuldenberg, werden door deze landen stelselmatig in de wind geslagen.

Nu kampen de landen stuk voor stuk met hoge begrotingstekorten en hebben ze moeite hun schulden te financieren. Zo’n afwaardering van de kredietstatus gooit extra roet in het eten omdat de rente die landen moeten betalen voor het geld dat ze lenen op de kapitaalmarkt alleen maar stijgt. Een Doebai-scenario, waar het grootste staatsbedrijf Doebai-World onlangs bekend maakte zijn schulden niet op tijd te kunnen afbetalen, dringt zich op. Volgt na de bankencrisis een landencrisis?

„Laten we niet te snel conclusies trekken”, zegt de Grauwe. „De kredietbeoordelaars spelen een perverse rol en creëren een crisis. Dat deden ze tijdens de bankencrisis overigens ook. Doebai heeft bijvoorbeeld niemand zien aankomen. Kredietbeoordelaars hebben zich daarin enorm vergist. Vervolgens zijn ze heel hard op zoek gegaan naar andere slachtoffers. .”

De Grauwe ontkent niet dat de Griekse economie er belabberd voor staat. „De hoge schuldenpositie in combinatie met een snel oplopend begrotingstekort en een zwak politiek systeem veroorzaken grote problemen en zorgen ervoor dat pijnlijke hervormingen, bijvoorbeeld het verhogen van de belasting of het verlagen van de lonen, minder makkelijk zijn door te voeren dan in andere Europese landen.”

Anarchistische groeperingen

Zo heeft de Griekse politiek al jaren moeite grip te krijgen op anarchistische groeperingen die gewelddadige aanslagen plegen. Vooral symbolen van welvaart en staatsmacht moeten het ontgelden. Zo probeerde de linkse beweging afgelopen weekend een aanslag te plegen op een gebouw van een pensioenfonds in Athene.

Van een landencrisis is volgens econoom Allard Bruinshoofd van de Rabobank geen sprake. Griekenland is volgens hem niet te vergelijken met Spanje, Ierland en Portugal. „Het begrotingstekort in Ierland en Spanje ligt weliswaar hoog, maar de schuldenpositie ligt een stuk lager dan in Griekenland.”

De Grauwe vult daarbij aan dat de overheden van Spanje en Ierland een stuk daadkrachtiger handelen. Zo zijn de lonen in de Ierse publieke sector al met 7 procent gedaald, de inkomstenbelasting is verhoogd. Mensen gaan weliswaar uit protest de straat op, maar van een politieke impasse is nog geen sprake. „Portugal is sowieso een ander land”, zegt Bruinshoofd. „Het heeft altijd een beetje in de luwte geopereerd. De economische groei is, ook tijdens de goede jaren, nooit spectaculair geweest. Het land kan niet meeconcurreren. De productiviteitsgroei blijft achter.”

Pijn van schuldencrisis zit in particuliere sector

De problemen in de landen rond Middellandse Zee verbazen hoogleraar economie Alfred Kleinknecht, verbonden aan de TU Delft, niet. In mei waarschuwde hij in een artikel in het tijdschrift Openbaar Bestuur voor een nieuwe schuldencrisis die zich zou ontwikkelen in de zuidelijke Europese lidstaten. „Het is niet alleen de hoge overheidsschuld, waar nu veel aandacht aan besteed wordt, die problemen veroorzaakt. De grote pijn zit in de particuliere sector”, zegt Kleinknecht. De econoom wijst in zijn analyse op de onevenwichtigheden in de handel tussen Noord- en Zuid-Europa. „Nederland en Duitsland voeren een agressief exportbeleid”, zegt Kleinknecht. „De landen hebben grote exportoverschotten. Het overgrote deel van de producten wordt geëxporteerd naar landen rond de Middellandse Zee. Tussen 1999, het startjaar van de euro, en 2007 stegen de importoverschotten in deze landen fors. In Griekenland van 5,4 naar 9,7 procent, in Spanje van 2,9 naar 9,8, in Portugal van 8,5 naar 9,2 van het bbp. In Italië in mindere mate tot 2,3 procent.

„Landen met een importoverschot hebben als het ware een nationaal spaartekort. Zij consumeren meer dan ze zelf geproduceerd hebben.” Met andere woorden: de landen leven op te grote voet, net als in de Verenigde Staten het geval is. „De importoverschotten van de Zuid-Europese landen worden gefinancierd met de verkoop van vermogenstitels. Vooral schuldtitels, bijvoorbeeld obligaties die niets anders zijn dan de toezegging om later te betalen. Duitsland bijvoorbeeld leent voortdurend geld uit waarmee de zuidelijke lidstaten hun exportgoederen kopen. Het is slechts een kwestie van tijd voordat de schuldenberg van deze landen ondraaglijk wordt.”

Deïndustrialisatie

Die importoverschotten hebben meer vervelende gevolgen, zegt Kleinknecht. „Alle landen rond de Middellandse Zee vertonen verschijnselen van deïndustrialisatie.” Dat beaamt Bruinshoofd. „De Italiaanse textielindustrie bijvoorbeeld kan allang niet meer concurreren op de wereldmarkt.” Dat tast de oorspronkelijke werkgelegenheid aan. Populistische partijen, zo voorspelt Kleinknecht, zullen hier garen bij spinnen. „Mogelijk worden dan protectionistische maatregelen bepleit en dat zal de harmonie in het Europese huis geen goed doen.”

De vraag die zich opdringt: zijn landen uit de eurozone bereid hun collega’s van de ondergang te redden als het eenmaal zover komt? Toen de Oost-Europese lidstaten, die overigens niet bij de eurozone horen, vorig jaar in grote problemen kwamen, schoot Europa niet te hulp. Het geld moest komen van het IMF en de regionale ontwikkelingsbank EBRD. „Voor landen binnen de eurozone ligt dat anders”, zegt Bruinshoofd, hoewel in het stabiliteitspact nooit is afgesproken dat landen elkaar verplicht te hulp moeten schieten als één van hen failliet gaat.

„In het geval van Griekenland denk ik dat Europese politici het spanningsveld opzoeken. Ze zullen niet direct instemmen met een reddingspoging, maar schieten alleen te hulp als het land belooft harde maatregelen door te voeren.” De Europese Unie liet eerder deze week weten een gezamenlijk antwoord te willen formuleren op de problemen in Griekenland. „Wat Griekenland overkomt, treft ons allemaal”, zei de Duitse bondskanselier Merkel.

Meer belasting voor inwoners rijke landen

Kleinknecht moet nog zien of Noord-Europese landen uiteindelijk bereid zijn op te draaien voor de problemen bij de zuiderburen. Als zijn voorspelling werkelijk uitkomt en de schuldenberg voor de landen rond de Middellandse Zee ondraaglijk wordt, moeten de inwoners van de rijke landen substantieel meer belasting gaan betalen. Die opbrengsten komen vervolgens tegoed aan de Zuiderburen. Kleinknecht: „Voelen wij ons voldoende Europeaan om straks hiervoor op te draaien? Ik ben niet al te optimistisch.”

Lees verder na de advertentie
Op de financiële markten en in de Europese politiek is grote onzekerheid ontstaan over de Griekse overheidsfinanciën. Ook in Athene leeft de crisis. (FOTO NIKOS PILOS)
(Trouw)

Deel dit artikel