Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Probeer het in Europa eens met solidariteit

Home

Henk Folmer en hoogleraar economie Rijksuniversiteit Groningen

© afp
Opinie

Van echte steun aan probleemlanden is geen sprake. Dat maakt populisten blij, maar vergroot de kans dat de crisis verergert.

Solidariteit is een wezenlijke vorm van beschaving, geworteld in de joods-christelijke traditie. Maar ten aanzien van de eurocrisis is solidariteit plotseling een taboe. Onder de leuze: geen cent voor de Grieken, kiezen niet alleen populistische, maar ook partijen die zich expliciet baseren op de joods-christelijke traditie voor een breuk met het beginsel van solidariteit.

De enige reden dat de rijke landen - Duitsland, Frankrijk en Nederland voorop - hulp bieden aan de probleemlanden in de muntunie is redding van de euro en van de eigen economie. Het is on- begrijpelijk dat geen lessen getrokken worden uit het falen van voorgaande Europese toppen en afspraken.

In het zoveelste verdrag dat maandag is vastgesteld gaat het voornamelijk om een bevestiging en aanscherping van de geldende begrotingregels. Van solidariteit in de vorm van substantiële vergroting van het noodfonds, invoering van eurobonds zoals bepleit door de Europese commissie, of toestemming aan de Europese bank om op grote schaal obligaties van de zwakke landen op te kopen, is geen sprake.

Met hun weigerachtige houding om het noodfonds te vergroten en door probleemlanden draconische bezuinigingsmaatregelen op te leggen, breken de rijke landen niet alleen met het beginsel van solidariteit, maar nemen zij ook een groot risico voor de eigen economie. Immers, het is uiterst twijfelachtig of de bezuinigingsmaatregelen gerealiseerd kunnen worden. Ze zijn van zo'n grote omvang en moeten in zo'n korte tijd gerealiseerd worden, dat ze waarschijnlijk tot een diepe recessie zullen leiden, waardoor de leningen aan probleemlanden uiteindelijk niet terugbetaald kunnen worden.

Met het nieuwe verdrag in de hand kun je de Grieken en Portugezen wel de les lezen, maar daarmee zijn de bezuinigingen, en de noodzakelijke groei en banen nog niet waargemaakt. En de kans dat de euro weer onder vuur komt te liggen en de Europese economie verder wordt ondermijnd is zeer groot.

Het zou beter zijn steun te bieden en nu reeds de schulden van de probleemlanden zover af te schrijven dat zij een nieuwe succesvolle start kunnen maken. Echter, de angst dat populistische politieke partijen garen zullen spinnen bij een dergelijk beleid, zit kennelijk zeer diep.

Toch is het onbegrijpelijk dat sommige politieke partijen de grens voor solidariteit trekken bij de nationale grenzen. Immers, veel Nederlanders hebben minstens zoveel affiniteit met Griekenland of Portugal als met bijvoorbeeld Friesland. Als Friesland door de schuld van het provinciaal bestuur in de problemen zou komen, zou de kreet: geen cent voor de Friezen, grote verontwaardiging teweegbrengen.

Het taboe op solidariteit is ook hypocriet. Immers, de verantwoordelijkheid voor de eurocrisis ligt niet alleen bij het economische wanbeleid van de probleemlanden. Te laks is omgesprongen met toelatingseisen voor het financieringstekort en de staatsschuld van probleemlanden.

Verder is het schrijnend dat de draconische bezuinigingsmaatregelen als prijs voor hulp vooral de lagere en middeninkomensgroepen treffen, die het minst verantwoordelijk zijn voor de problemen. Een toenemende euroscepsis is hiervan het gevolg.

Dit alles betekent niet dat de probleemlanden geen drastische hervormingen moeten doorvoeren. Integendeel. Echter, deze maatregelen dienen realistisch te zijn en die landen voldoende tijd te geven om ze uit te voeren. De angst dat ze weer in de oude fouten zullen vallen is nergens op gebaseerd. Het tegendeel is eerder waar: zij hebben hun lesje wel geleerd en incompetente regeringsleiders hebben het veld geruimd.

Het halfslachtige beleid ten aanzien van het noodfonds en de twijfelachtige bezuinigingsmaatregelen belemmeren niet alleen het herstel op de korte termijn, maar hebben ook vergaande gevolgen voor de langere termijn. Door de forse bezuinigingen op de overheidsuitgaven in alle eurolanden loopt de ontwikkeling van de Europese kenniseconomie grote vertraging op. Het is daarom ook voor de langere termijn gewenst dat de crisis zo snel mogelijk wordt bedwongen.

De huidige economische crisis is van dien aard dat de conventionele beleidsinstrumenten niet volstaan. In een dergelijke situatie is samenwerking meer dan ooit geboden. Solidariteit is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde.

Deel dit artikel