Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Prins Genji is een losbol

Home

GER LEPPERS

De eerste echte roman werd geschreven in Japan. In de elfde eeuw. Door een vrouw met geweldig veel mensenkennis.

Wonderen zijn de gewoonste zaak van de wereld. In elk geval in de literatuur. Neem bijvoorbeeld 'Het verhaal van Genji'. Dat is een Japans prozawerk uit de elfde eeuw dat geldt als de eerste 'echte' roman uit de wereldgeschiedenis. Het boek is geschreven in een verfijnde taal die al honderd jaar nadat het boek het licht zag zelfs voor Japanners niet meer te lezen viel zonder toelichting. De gebeurtenissen spelen zich af aan het keizerlijke hof, waar de voor ons onnavolgbaar subtiele hiërarchie een allesbepalende factor is: zo wordt de hoofdpersoon, prins Genji, er op een avond gepromoveerd tot 'de derde rang, hoogste divisie', terwijl een vriend en rivaal diezelfde avond opklimt tot de 'vierde rang, hoogste divisie, lagere afdeling.' Wat moet je je daar als Nederlander uit de eenentwintigste eeuw bij voorstellen? Het boek staat verder vol met honderden verwijzingen naar ceremonies en rituelen die ons nu ook al niets meer zeggen. En de personages maken van ruim voor zonsopgang tot ver na zonsondergang zonder ophouden bedekte toespelingen op Japanse en Chinese gedichten die geen Nederlandse lezer paraat heeft. Het verhaal heeft amper een plot, en is over een goede vijftienhonderd bladzijden uitgesponnen.

En toch hoef je er niet zo heel veel moeite voor te doen om het boek als in een roes uit te lezen, en je dagenlang te laten meeslepen door de belevenissen van prins Genji, zoon van de keizer en een concubine van lagere rang. Aanvankelijk is hij een losbol, een geboren womanizer die dankzij zijn betoverende uiterlijk, onderhoudende conversatie en geraffineerde manieren vrijwel elke vrouw om zijn vinger windt. Naarmate het verhaal vordert, verliest hij zijn lichtzinnigheid, krijgt hij kinderen, onder wie een dochter die het tot keizerin zal brengen, ontpopt hij zich tot belangrijk staatsman, en raakt hij tegelijk steeds meer door het leven getekend. Deze ontwikkeling, die zich uitstrekt over ettelijke tientallen jaren, is de voornaamste lijn in het verhaal. Daarnaast is er een bonte stoet aan secundaire personages, zo'n vierhonderd in getal. Zij zijn soms gelukkig, soms ongelukkig, en meestal natuurlijk iets daartussenin.

Naarmate het verhaal zich ontvouwt, en een hele hofwereld van duizend jaar geleden voor de hedendaagse lezer op overrompelende wijze tot leven komt, dringt ook weemoed het verhaal binnen. Personages verliezen hun wilde haren, zien melancholiek terug op hun jonge jaren, voelen hun krachten tanen, en sterven - soms niet door het verloop van het verhaal voorbereid, maar plompverloren, zoals dat ook in het echte leven gaat. Zo evolueert de toon van de vitale levenskracht aan het begin naar een sfeer van berustende, troostende en milde ontreddering.

Twee westerse boeken waarmee 'Het verhaal van Genji' nogal eens wordt vergeleken zijn de memoires van de hertog van Saint-Simon en 'Op zoek naar de verloren tijd' van Marcel Proust. Ook dat zijn meesterwerken, en ook zij staan ver van de Nederlandse lezer van nu af. Saint-Simon was een hoveling in het Versailles van Lodewijk XIV, die zijn gedroomde carrière op zijn buik moest schrijven, maar vervolgens verlekkerd-boosaardig en in superieur proza alles opschreef wat hij zich aan roddels, intriges en deconfitures aan het hof van Versailles herinnerde. Proust - door Cees Nooteboom genoemd in zijn mooie nawoord - beschreef tot in oneindig subtiele details en met bedekte humor de besognes van de steenrijke, nietsdoende Franse adel en hoogste bourgeoisie van rond de vorige eeuwwisseling.

De drie boeken hebben gemeen dat ze zich afspelen in zeer strak en hiërarchisch georganiseerde maatschappijen, en dat de auteurs volop profijt trekken van de daardoor geboden ruimte voor intriges, gekonkel en jaloezie, en van de al dan niet gefnuikte professionele en erotische ambities. Hoe hiërarchischer de maatschappij in elkaar zit, hoe groter nu eenmaal de overeenkomsten zijn met een apenrots. En voor wie zelf niet op de rots woont levert dat doorgaans een vermakelijk schouwspel op.

Murasaki Shikibu, de vrouw die jarenlang schreef aan de tientallen losse episodes waaruit 'Het verhaal van Genji' bestaat, schrijft fris en onbevangen, ze is een tijdloos psychologe, wier mensenkennis niet voor die van haar twee westerse collega's onderdoet, een geweldige waarneemster met een aanstekelijk plezier in de menselijke eigenaardigheden, en ze beschikt over een heerlijk, ingehouden gevoel voor humor dat voortdurend bescheiden om de hoek komt kijken. Zij oordeelt niet, maar beschrijft Genji's 'gevlinder', de hartstochten, verlangens en intriges van haar personages met een levenswijze, welwillende ironie.

Dat is des te mirakelser omdat de schrijfster vrijwel haar hele leven binnenskamers moet hebben doorgebracht, afgesloten van de maatschappij, in een beperkte wereld die vrijwel louter door vrouwen werd bewoond.

Meestal is ze de alwetende verteller, maar met die rol speelt ze soms op een plagerige manier, met een subtiliteit waaraan menig hedendaags avant-gardist een puntje kan zuigen. "Ik zou er nog heel wat op los kunnen vertellen -hoe verbijsterd de tante van de prinses was toen Jiji¿ terug in de hoofdstad kwam, en hoe zij zich, ondanks haar blijdschap, toch schaamde omdat zij de prinses niet een beetje langer trouw was gebleven, maar ik heb zo'n hoofdpijn dat ik dat nu niet aankan. Ik zal er een andere keer op terugkomen, als ik de kans zie." Elders zegt ze over de toch geheel door haarzelf verzonnen Genji laconiek: "Het valt moeilijk te achterhalen wat hij echt van plan was."

Dagenlang had het boek mij in zijn ban. Dankzij de overtuigende vertaling naar eigentijds Nederlands die Jos Vos wist te vervaardigen - een werkelijk huzarenstuk! - en de uitvoerige voetnoten die hij toevoegde, was het mij aan het slot van het boek te moede alsof ik een volledig verzorgde, maar toch avontuurlijke reis had gemaakt naar een ver land en verre tijden, een feest van verwondering en herkenning tegelijk. Door de prachtige, liefdevolle uitgave van het boek was het daarbij bovendien alsof ik steeds in vijfsterrenhotels had gelogeerd.

Murasaki Shikibu: Het verhaal van Genji. Uit het Japans vertaald en van noten, een voorwoord en een nabeschouwing voorzien door Jos Vos. Met een nawoord van Cees Nooteboom. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam; 2070 blz. (2 banden) euro 75

Murasaki Shikibu beschikt over een heerlijk ingehouden gevoel voor humor

In een van de vele illustraties van de Japanse klassieker wordt een krijgshaftige hoveling uitgeleide gedaan door een zo te zien nogal bezorgde dame.

Deel dit artikel