Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Prikkelende kop roept andere associaties op

Home

CEES VAN DER LAAN

In de ogen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zou ik met mijn gedegen orthodox-gereformeerde opvoeding heden ten dage ¿ voorzichtig gesproken ¿ mogelijk een neofundamentalist zijn. Dat was het beeld dat bij mij bleef hangen na lezing van diverse verhalen en opiniebijdragen in Trouw over een tendens naar 'neofundamentalisme' onder orthodox-christelijke jongeren. Aanleiding was een rapport over kerkelijkheid in Nederland van SCP-onderzoeker Joep de Hart.

De verhalen verschenen vorige week al, maar de soms opgewonden reacties sijpelden deze week nog door. De schrik zat 'm vooral in het begrip neofundamentalist. Een dergelijke typering associeert menigeen met tot de tanden bewapende moslimradicalen, zeker niet met orthodoxe christenen. Andere media namen het nieuws over.

Er kwam ook veel kritiek op de verhalen in Trouw: te ongenuanceerd, uit z'n verband gerukt of gewoon onjuist. De ombudsman van NRC Handelsblad liet zijn licht schijnen over deze kwestie omdat een collega bij die krant het woord neofundamentalist had vervangen door 'fanatiek'; de Volkskrant reconstrueerde de hype. "Verzinsels van de eigen redactie", concludeerde historicus Jan Dirk Snel, die meende dat de krant 'te kwader trouw' was. Ook SCP-onderzoeker Joep de Hart leek afstand te nemen van de berichtgeving in deze krant.

De kritiek richt zich met name op twee verhalen, in de krant van maandag 28 april. Onder de kop "Bijna helft jonge christenen is 'neo-fundamentalist'", schrijft de redacteur van de redactie religie & filosofie een fors nieuwsbericht over het rapport. In de Verdieping volgt een stuk onder de kop 'De duivel is terug'. De redacteur pikte uit het lijvige rapport het meest nieuwswaardige onderwerp. Tot twee keer toe noemt De Hart het begrip neofundamentalisme in relatie tot de zoektocht van orthodoxe jongeren. Het woord neofundamentalist stond in de kop tussen aanhalingstekens, daarmee refererend aan passages in het rapport. Onderzoeker De Hart had het stuk in de Verdieping van tevoren te lezen gekregen en adviseerde nog enkele correcties. Het nieuwsbericht in de dagkrant is op dat artikel gebaseerd.

Wat De Hart niet kende, zegt hij desgevraagd, was de kop boven het nieuwsverhaal. "In sociologische termen is de kop correct en zou die vijftig jaar geleden geen enkele discussie hebben opgeleverd. Nu ontstaat er vanwege de associaties met moslimfundamentalisme veel commotie, terwijl mijn verhaal niet over neofundamentalisme ging, maar onder andere over de religieuze zoektocht van orthodoxe jongeren." De redacteur bevestigt dat hij zocht naar een prikkelende kop. "Die trekt je gelijk het verhaal in en is trouwens ook niet onjuist."

Een bericht een dag later, dinsdag 29 april, heeft iets dubbels. "Bijna de helft van de jonge christenen is neo-fundamentalist", schrijft een andere redacteur, waarbij het lijkt of dit een vaststaand feit zou zijn. Om vervolgens antropologe Miranda Klaver te laten uitleggen dat het "gewoon om orthodoxe gelovigen gaat". Klaver uit ook haar twijfels over het type onderzoek. Afgezien van de geciteerde zin een keurige journalistieke follow-up.

Opinieschrijvers als James Kennedy legden later uit dat fundamentalisme een term is die begin vorige eeuw in Amerika is ontstaan toen christenen op zoek gingen naar de fundamenten van hun geloof. Vanuit dit perspectief is er niet zoveel mis met de kop, tegelijkertijd heeft het lezers op het verkeerde been gezet. Maar wie verder las dan die kop, kreeg de nuances wel mee.

Deel dit artikel