Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Premier Cohen: zijn vijanden gruwen al bij het idee

Home

Arie Kuiper

Zeg mij wie zijn vijanden zijn en ik zal u zeggen wie mijn vriend is. Deze parafrase op een bekend gezegde kwam bij mij op toen ik mij herinnerde welke mensen een hekel hebben aan Job Cohen, een van de beste burgemeesters die Amsterdam ooit heeft gehad. Hetgeen Ayaan Hirsi Ali niet belette hem eens spottend ’burgemeester van Madurodam’ te noemen.

Toen Cohen zich kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap van de Partij van de Arbeid was het wachten op de pavlovreacties van zijn tegenstanders. Tot mijn innige tevredenheid stroomden die snel binnen. Om te beginnen Geert Wilders natuurlijk. Job Cohen is ’een Vogelaar in het kwadraat’. Niet slecht gevonden.

Met meer spanning keek ik uit naar de reactie van Afshin Ellian. Hij is een merkwaardige commentator, een man met twee gezichten. Als columnist van NRC/Handelsblad schrijft hij redelijk genuanceerde en evenwichtige artikelen waarvan men hoogstens kan zeggen dat ze nogal saai zijn.

Maar naast de NRC-columnist is er de blogger Afshin Ellian, en dat is andere koek. Op zijn bijna dagelijkse weblog slaat hij voortdurend als een wilde om zich heen. Iedereen die het in zijn hoofd krijgt iets kwaads over Wilders te zeggen, krijgt van hem de wind van voren. Verder kan hij als geen ander schelden op iedereen die anders denkt dan hij.

In het verleden had Ellian een mogelijk premierschap van Job Cohen al eens ’een nachtmerrie’ genoemd. Geen wonder dat ik ongeduldig wachtte op zijn commentaar op het lijsttrekkerschap van Cohen.

Ik werd niet teleurgesteld. Hij vindt om te beginnen dat Job Cohen niet op democratische wijze de macht in de Partij van de Arbeid heeft veroverd. „Koning Cohen”, meent hij, „moet in de eerste plaats rekening houden met de belangen van degenen die hem hebben benoemd. Dat zijn niet de burgers maar de regenten. (.) Job Cohen was nooit parlementariër. Debatteren kan hij niet. De monarchale wijze waarop Cohen aan de macht is gekomen, laat zien hoe hij wil gaan regeren: geen democratische verantwoordelijkheid.” Tevreden zette ik mijn computer uit. Zo kende ik mijn Ellian weer.

Het wachten was nu nog op die andere Cohen-hater, Leon de Winter, van wie ik mij herinnerde dat hij destijds al eens had geschreven dat Job Cohen ’onmiddellijk zijn ambtsketting dient in te leveren’. Dat beloofde dus veel. En ja, hoor, van dik hout werden in Elsevier weer vele planken gezaagd.

Cohen ’is een wat grauwe maar intelligente bureaucraat’ en ’een geboren regent’. Hij wil de boel bij elkaar houden, maar ’in de praktijk is dat bij elkaar houden niet te onderscheiden van onder het kleed vegen’. Deze ’atheïstische boel-bij-elkaarhouder’ spreekt moslims aan op hun religieuze overtuiging en ’dat is mooi’, ’maar op langere termijn werkt zoiets maatschappelijk ondermijnend en het wekt de suggestie dat hij een machtsopportunist is’.

Echt onsmakelijk wordt het verhaal van De Winter, zelf een Jood, als hij over het Jood-zijn van Cohen begint. „Net als mijn ouders hebben Jobs ouders als onderduikers de oorlog overleefd, en soms denk ik dat Job denkt dat hij ook ondergedoken zit. Voorzichtig zijn, op je woorden passen, niet in negatieve zin opvallen – het zijn niet alleen de kenmerken van een geslaagde politieke wezel, maar ook van wat Joden onder elkaar ’een onderduikjood’ noemen.”

Een grauwe democraat. Een ondermijner van de maatschappij. Een machtsopportunist. Een politieke wezel. Een onderduikjood. Ja, zo kende ik ook mijn De Winter weer.

Job Cohen minister-president? Ik hoop het van harte, al was het alleen maar omdat ik zijn vijanden zo graag hoor razen. Met Job in Het Torentje gaan wij, wat dat betreft, gouden tijden tegemoet.

Deel dit artikel