Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Prachtige werken, geen impressionisme

Home

JOKE DE WOLF

De 'impressionisten-expositie' in de Hermitage toont nauwelijks impressionisten en zeker niet de beste. Maar er is wel fraai werk te zien van hun tegenstanders, de Salonkunstenaars.

Stel: rood is een populaire kleur, al jaren. Dan organiseert een museum een tentoonstelling rond die kleur. Er is alleen één probleempje: er is nauwelijks rode verf. Er wordt geopperd om te mengen met paars en oranje, want die staan naast het rood. Dat doet men wel vaker. Maar dan ontdekt iemand in een kast groene verf van prima kwaliteit. Groen, dat was de kleur die iedereen zo saai vond. Waar het rood zich juist tegen afzette. Maar als je gewoon dat mooie groen laat zien, en je blijft zeggen dat het anti-rood is, zouden de bezoekers dan toch tevreden zijn?

Zo moet het ongeveer gegaan zijn in de burelen van de Hermitage aan de Amstel, bij de voorbereiding van de tentoonstelling 'Impressionisme, sensatie & inspiratie'. Want wie naar het museum komt en rekent op meesterwerken van het impressionisme, komt bedrogen uit: die toont het museum namelijk niet. Impressionisme is een publiekslieveling: het voldoet aan alle clichés waar een kunststroming aan moet voldoen. Bij het ontstaan rebels en miskend door de gevestigde orde, Frans, met begrijpelijke theorieën over 'de werkelijkheid schilderen zoals ze is', en als resultaat veelkleurige doeken van tafereeltjes die niemand meer shockeren.

De werken van Monet, Manet, Pissarro, Degas en Renoir zijn over de hele wereld verspreid. Als poster, placemat en natuurlijk als schilderij. Want wat schilderden ze snel, en veel, en tsja, niet altijd even goed. Hun meesterwerken hangen, afgezien van hun 'geboorteplaats' Parijs, vooral in de Verenigde Staten. Amerikaanse industriëlen en musea waren er snel bij, eind negentiende eeuw, op zoek naar nieuwe kunst, investeringen, moderniteit.

De Russische kunstkopers in diezelfde tijd daarentegen, dat was adel. Een conservatieve markt die zich misschien wél interesseerde voor de laatste Parijse mode, maar qua kunst vooral de portretten van bevriende andere adel wilde zien, of klassieke naakten in Romeinse setting. Of een dramatisch moment uit de geschiedenis. Ze kwamen aan hun trekken op de Salon: de jaarlijkse Parijse kunstbeurs. Kunstenaars van de traditionele kunstacademie lieten daar al sinds het begin van de achttiende eeuw hun laatste werken zien, als ze tenminste toegelaten werden door de strenge jury.

Die rare impressionisten, die zelfs de in 1863 door de keizer ingestelde 'Salon der geweigerden' al snel te conservatief vonden, zetten zich af tegen die traditie. Maar voor hun schilderijen met 'indrukken van het gewone leven' waren ook na de Russische Revolutie weinig kopers te vinden. De enkele kunsthandelaar die zich wél voor de impressionisten had geïnteresseerd, moest zelfs oppassen: de collectie van Ivan Morozov kwam bijvoorbeeld in 1918 gedwongen in handen van de staat, en werd onder Stalin op het nippertje door het Hermitage van de vernietiging gered.

Deze tentoonstelling is vooral dankzij de aankopen van de Russische adel erg de moeite waard. Hun collecties kwamen terecht in het Hermitagemuseum in Sint-Petersburg, en vormden het begin van de collectie 'moderne kunst', waaruit deze tentoonstelling is samengesteld. Natuurlijk, er zijn een paar prachtig frisse Monets te zien, stadsgezichten van Pissarro, maar meesterwerken zijn het niet.

En het is opletten geblazen. Er hangt ook een sfeervol 'Landschap met ploeger' van Théodore Rousseau uit 1865: misschien op het eerste gezicht wel impressionistisch, maar Rousseau had een hekel aan het direct schilderen naar de werkelijkheid. 'Als ik wil schilderen, open ik niet mijn raam, maar mijn verstand', sneerde hij naar de jongere generatie landschapsschilders. Vincent van Gogh was een groot bewonderaar van Rousseau, Tsaar Alexander III kocht het werk persoonlijk in Parijs. En er zijn meer van dergelijke schilderijen te zien, die misschien impressionistisch lijken, maar het niet zijn. Impressionisme in de Hermitage gaat stiekem vooral over de traditionele tegenhanger: de Salonkunst.

In de kunstgeschiedenis en in tentoonstellingen in het buitenland is er al iets langer aandacht voor de 'art pompier' oftewel 'brandweerkunst'. Dat was de spotnaam voor de negentiende-eeuwse Salonkunst, verwijzend naar de 'brandweerhelmen' van de Griekse strijders die de academiewerken bevolken. Tegelijkertijd is het een woordspeling: de werken kunnen nogal pompeus overkomen. Of kitscherig. Maar het was wel de smaak van de elite.

En de Russische adel had smaak, geld, en oog voor kwaliteit. Dus wordt je oog in de grote ronde zaal niet meteen getrokken door de twee groene Monets, maar door twee statige dames. François-Claudius Compte-Calix - alleen die naam al! - schilderde ze twee keer: een keer musicerend, een keer in het park, terwijl er een boeketje wordt toegeworpen door een aanbidder. Toegegeven, niet meteen een onderwerp waar je warm van wordt. Maar Calix werkte voor het tijdschrift Les modes Parisiennes, een Frans modeblad, en was een meester in het weergeven van stoffen. De vrouwen dragen de pracht met gratie, als porceleinen beeldjes. Grootvorst Nikolaj Michailovitsj kocht ze allebei.

En dan zijn er de vreemde werken, zoals de 'Dieven in de nacht', van Eugène Fromentin, een donker schilderij met naakte paardendieven. Of de 'Page met honden', van Ferdinand Roybet. Een groot doek waarop twee prachtige jachthonden naar een grote vogel loeren, tegengehouden door een jongen in zeventiende-eeuws kostuum. Saai? Integendeel. Het beeld knalt van het doek.

En dan het prachtige kleinere doek van Jean-Léon Gérôme, 'Verkoop van een slavin in Rome', uit 1884. Gérôme was een meester in zijn stijl: klassieke onderwerpen, geschilderd met een precisie die grenst aan het hyperrealisme, maar tegelijkertijd met een monumentaliteit waar geen foto tegenop kan. Ja, hij gebruikte foto's bij het schilderen, maar alleen al vanwege het kleurgebruik en het drama van het ogenblik is dit een heel andere klasse.

Dit werk had grootvorst Sergej Aleksandrovitsj nog vóór de opening van de Salon van 1884 gekocht voor zijn vrouw. Het Musée d'Orsay in Parijs en het Getty Museum in Los Angeles organiseerden in 2010 een grote tentoonstelling over deze meesters van de 'art pompier'.

Het revolutieverhaal van het impressionisme trekt nog altijd volle musea. Het is prachtig dat de Hermitage nu een lans breekt voor die andere kant van de revolutie, en laat zien dat ook de Salonkunst zijn topkunstenaars had. Het is alleen wel jammer dat dat nog steeds gebeurt onder de paraplu van hun grootste tegenstanders. Brandweerkunst is hier nog niet salonfähig.

Impressionisme: sensatie & inspiratie. Favorieten uit de Hermitage, tot 13 januari 2013, Hermitage Amsterdam, dagelijks 10-17 uur. www.hermitage.nl

Deel dit artikel