Potplanten kunnen van die excentrieke types worden

home

Nicolien van Doorn

Planten die beperkt worden in hun bewegingsvrijheid, ontwikkelen een eigen persoonlijkheid. Ze moeten je of ze moeten je niet.

Van koeien weten we dat ze blij door de wei huppelen als ze na een hele winter op stal voor het eerst buiten komen. Maar naar mijn weten is er nooit onderzoek gedaan naar de mate van vrolijkheid die kuipplanten bevangt zodra ze half mei naar buiten mogen.

Zes lange maanden hebben ze binnen gestaan. De bladverliezende soorten in het donker, de groenblijvende in het licht. In winterrust, dus zonder voedsel en met slechts af en toe een drupje water. En dan wijst de kalender half mei aan en worden ze met pot en al opgepakt, op balkon of terras neergezet en voorzien van water en mest. Je kunt je voorstellen dat ze daar iets bij voelen, hoe weinig dat misschien ook is.

Nou is een kuipplant geen koe. Maar wie goed oplet, kan zien dat potplanten wel degelijk op hun omgeving reageren. Waarom zouden ze het anders bij de een geweldig goed doen, bij de ander matig en bij nummer drie helemaal niet? Volgens de experts wordt zulks bepaald door standplaats, zonlicht, vocht en voeding. Maar ik denk dat er wel wat meer bij komt kijken. Planten die zich hun hele leven moeten behelpen met een pot, ontwikkelen wat je noemt een persoonlijkheid. Het worden van die excentrieke types met een eigen mening. Kort gezegd: ze moeten je of ze moeten je niet.

Mij moeten ze niet. Omdat ik ze te veel achter hun vodden zit? ’s Zomers controleer ik ieder uur hun waterstand en laat voor alle zekerheid de zoveelste scheut vocht in hun pot vallen. En ’s winters wek ik ze uit hun wintersluimering door om de haverklap te vragen hoe het gaat. Misschien zijn kuipplanten wel net als katten: hoe meer hun baasje iets van ze wil, hoe harder ze tegenstribbelen. Omdat ze toch lekker doen waar ze zin in hebben.

Zo heb ik jarenlang van alles geprobeerd om mijn drie oleanders in bloei te krijgen. Iedere zomer weer legden ze tientallen veelbelovende knoppen aan zonder dat er ook maar één bloem uit kwam. Pas in oktober, vlak voordat ze naar binnen moesten, waren ze bereid iets met die knoppen te doen – ze lieten ze vallen.

Ook met de engelentrompet (Brugmansia) heb ik heel wat afgetobd. Alleen liet die niet zijn knoppen maar zijn bladeren vallen, nadat hij eerst had gezorgd dat die van groen naar geel waren verkleurd.

De bougainvillea gedraagt zich bij mij zo mogelijk nog onhebbelijker. Bij kwekers, op de markt, ja zelfs in tuincentra ziet hij er uit als een klimplant die niets liever doet dan uitbundig bloeien in onweerstaanbaar paars, lila, oranje, rood, roze, geel of wit. Voor ik het weet heb ik zo’n juweel gekocht en loop er mee naar huis. Maar zodra hij dan op mijn – lekker warm en beschut op het zuidwesten gelegen – terras staat, geeft hij de moed op. En niet veel later de geest.

De eerste keer dacht ik dat het toeval was. De tweede keer dat er schadelijke beestjes in gezeten moesten hebben. De derde keer begon het te knagen: wat heb ik fout gedaan? De vierde en vijfde keer wist ik: ik héb iets fout gedaan. Maar wat?

In zo’n geval is het handig om een gespecialiseerd tuinboek te raadplegen. Dat doe ik dus. Ik lees dat de bougainvillea uit Zuid-Amerika komt, maar dat hij het op een zonnig, redelijk beschut terras bij ons ook heel goed doet. Daar kan het in mijn geval dus niet aan gelegen hebben.

Het boek gaat verder: ’In de zomer wil de bougainvillea bijna dagelijks water hebben en eens in de veertien dagen wat mest. Ga daar mee door tot september. Stop dan met het geven van mest en verminder het water geven.’

Heb ik allemaal gedaan. En ja, het spreekt vanzelf dat ik de plant voor de eerste nachtvorst naar binnen haal en hem op een koele, lichte plaats zet. Dat hij daarbij zijn blad verliest, daar schrik ik niet van, ik weet dat dat er bij hoort. En nee, water krijgt hij ’s winters bijna niet. Behalve dan wanneer hij op uitdrogen staat.

Dan is het voorjaar en breekt er voor de bougainvillea, net als voor alle planten die binnenshuis hebben overwinterd, een nieuwe fase aan. Geen boek hoeft mij te vertellen dat de bougainvillea vanaf maart wat meer water wil hebben, zodat hij alvast kan wennen aan betere tijden. Net zo lang tot hij half mei naar buiten mag.

Maar wanneer ik er voor alle zekerheid het hoofdstuk ’Voorjaar’ op na sla, staat me een verrassing te wachten. ’Als u uw bougainvillea in het voorjaar aan de zeer droge kant houdt, zal de plant beter bloeien. De plant moet als het ware gepest worden om in bloei te raken.’

Het staat er echt: de bougainvillea wil gepest worden! Hij wil iemand die hem kwelt en tot op de wortels uitmergelt. Niet zo’n softie die dag en nacht met haar gietertje klaar staat.

Nu ik dat weet, ga ik het nog één keer proberen. En denk maar niet dat mijn nieuwe bougainvillea volgend voorjaar vertroeteld wordt. Wacht even, ik doe er meteen een engelentrompet en een oleander bij. Het zou me niet verbazen als die ook van pesten houden.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie