Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Plots viel Ytsma’s geloof in duigen

Home

Leendert Roosenbrand

In 1988 was hij ineens zijn geloof kwijt. Pastor Boele Ytsma schreef er een boek over. „Theologie is een spel van woorden en beelden, maar als die een scheiding veroorzaken wordt theologie levensgevaarlijk.”

Vanuit zijn werkkamer in de pastorie is nog net de kerktoren van de orthodoxe Gereformeerde Bondsgemeente te zien. „Daar mag ik af en toe ook voorgaan”, zegt Boele Ytsma (40). „Al ben ik daar iets te licht voor.” Hoe zeer de pastor van de gereformeerde kerk (PKN) in Siddeburen het ook als zijn roeping ziet om de kloof tussen vrijzinnigheid en orthodoxie te overbruggen, toch wordt in het interview steeds weer duidelijk hoe moeilijk het is om hierover te spreken zonder ’etiketjes’ te plakken op verschillende vormen van geloven.

Op zijn visitekaartje staat: ’Boele P. Ytsma - Pastor/Verbinder’. ’Verbinder’ had ook ’bruggenbouwer’ kunnen zijn. Zelf heeft de geboren Fries op een pijnlijke manier kennis gemaakt met de kloof tussen evangelisch-orthodoxe en vrijzinnige gelovigen. Hij vat zijn eigen biografie kort samen: „Ik ben van radicaal-evangelisch, via mild-evangelisch, bijna-ongelovig en tegen-wil-en-dank-gelovig naar behoorlijk vrijzinnig gegaan.” Weer die ’etiketjes’ en misschien wel de onmogelijkheid om ze te ontwijken in het gesprek over de twee kampen waarin christenen volgens Ytsma bezig zijn om „met pionnetjes het eigen gelijk af te bakenen.” Daar moet een eind aan komen, vindt hij, want „er worden alleen mensen overtuigd die al overtuigd waren.” En: „Uiteindelijk is het evangelie het kind van de rekening.”

In 1998 – Ytsma leidde samen met zijn vrouw het bezinningscentrum Beth Tikwah, dat hij na zijn studie theologie aan de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en de VU in Amsterdam had opgericht – raakte hij van de een op de andere dag zijn geloof kwijt. Of zoals hij zelf zegt, stortte zijn ’kathedraal van zeker weten’ in. „Daarvoor was ik een rotsvaste gelovige waar veel mensen zich aan vast hielden.” Terugkijkend ziet hij dat zijn kathedraal al eerder barsten was gaan vertonen. Als gevolg van wat hij ’gevaarlijke ervaringen’ noemt. Bijvoorbeeld „ontmoetingen met prachtige mensen die niet in Jezus geloofden en dus naar de hel zouden gaan. Ik kon niet geloven dat God niet van die mensen houdt.”

Ytsma bleef nog even werken op het bezinningscentrum. Een moeilijke tijd waarin hij zich eenzaam voelde, omringd door mensen wier kathedraal nog overeind stond en die hem soms keihard buitensloten en veroordeelden. In het EO programma ’Herberg de Verandering’ van Andries Knevel vertelde eind vorig jaar Ytsma over die moeilijke periode. Kijkers konden zien hoe hij Knevel de hand schudde als ’broeder’ in het geloof. Voor de vrijzinnig geworden pastor een ’genezende handdruk’ omdat de man wiens hand hij schudde voor hem het symbool was van het orthodoxe christendom dat hem zo pijnlijk had laten vallen en verketterd.

Toen Ytsma werd uitgenodigd voor dat programma dacht hij dat het een grap was. Op zijn weblog had hij zich scherp uitgelaten over de EO-coryfee en andere voormannen van een evangelisch geloven waar hij, in zijn eigen woorden, ’bang van werd’. Ytsma: „Op de radio hoorde ik in een programma van Knevel een bespreking van het boek van Klaas Hendrikse ’Geloven in een God die niet bestaat’. Onder andere Van Kampen gaf daarin zijn mening, hoewel hij het boek niet had gelezen. Hij zegt over Hendrikse, en ik citeer: ’Je zou met hem naar het CWI moeten gaan en zeggen: dit is een arbeidsongeschikte predikant, want hij is geestelijk gehandicapt – hij kan niet geloven wat hij verkondigen moet. Dan moet hij misschien asbestplaten gaan verkopen of zo: gewoon een beroerd product met verve aan de man brengen.’ Toen ik dat hoorde zat ik huilend achter de computer. Ik krijg er nog steeds kippenvel van.”

De tijd na het ineenstorten van zijn ’kathedraal van zeker weten’ was voor Ytsma niet alleen maar een moeilijke tijd. Hij ontdekte ook dat een leven zonder God hem niet, zoals hij vreesde, ‘ongelukkig en liederlijk’ maakte: „Ik merkte dat, in de woorden van Maarten ’t Hart, wie God verlaat niets heeft te vrezen.” Drie jaar lang zag hij geen kerk van binnen, bad hij niet en las hij niet in de Bijbel. „Dat kan ik iedereen aanbevelen”, zegt hij. Het leverde hem een nieuwe kijk op God op. „Ik kwam erachter dat de Bijbel vertelt wat God doet, niet wie God is. Buiten ervaringen met God wordt er bar weinig over God gezegd.”

Ytsma pakt een bijbel van de tafel, slaat hem open en zegt: „De betekenis van wat er in de Bijbel staat komt tot stand in de ruimte tussen de Bijbel en mij”. Hij beweegt zijn hand heen en weer tussen het boek en zichzelf. Hij gaat verder: „Veel orthodoxen gooien de betekenis van de Bijbel over het boek heen.” Hij beeldt dat uit door met een hand iets onzichtbaars over het boek heen te gooien. „Alsof er eeuwige waarheden achter het boek liggen. Dat lijkt op een goochelaar die vergeet dat het konijn dat hij uit zijn hoed haalt er door hem zelf is ingestopt. Als ik dit zeg, lijkt het misschien alsof ik een overstap heb gemaakt van orthodox naar vrijzinnig, maar wat ik wil zeggen is: waar het om gaat is dat we als gemeenschap rond een open Bijbel samenkomen.”

Dat laatste is volgens Ytsma precies wat een kerk hoort te zijn. En daarbij mag de naam Jezus best genoemd worden. Sterker nog: die naam wil hij niet kwijt. „Kerk zijn staat of valt met het noemen van de naam Jezus. Dat is voor mij de minimale voorwaarde. Sommigen staan heel dichtbij, zoals de discipelen, anderen, de mensenmenigte, meer op een afstand. Maar iedereen luistert naar de woorden van Jezus.”

In deze visie op kerk zijn is volop ruimte voor mensen aan de rand van Jezus’ gehoor, twijfelaars. Ytsma ziet hen als profeten en pioniers: „Ik vind twijfelaars mooie mensen. Zonder uitzondering zijn ze gepassioneerd, ze laten hun geloof niet zomaar wegglijden, maar gaan op zoek. Het zijn mensen met de moed om de bekende wegen te verlaten en door onechtheid heen op zoek te gaan naar echtheid.” Die overtuiging is terug te vinden in de titel van het boek van zijn hand dat binnenkort verschijnt: ‘Van de kaart – Manifest van een gepassioneerde twijfelaar’. Hendrikse en Andries Knevel, vertegenwoordigers van de twee vormen van christendom die hij zo graag met elkaar wil verbinden, schrijven allebei een nawoord. „Het boek is een ode aan de twijfelaar.” Maar ook een boek, hoopt Ytsma, waarin twijfelaars, die volgens hem vaak ook boze mensen zijn geworden, genezing vinden.

Zoals hij zelf ook genezing heeft gevonden, want boos is hij niet meer. Wel blijft hij een twijfelaar. „Soms denk ik bij het maken van een preek nog steeds: ‘Waar gaat dit over? Wat een onzin.’ Lezend, worstelend, zoekend, soms ook scheldend op de tekst komt er toch iets, stuit ik steeds op God. Of God op mij.” Dit zoeken naar een ontmoeting met God mist Ytsma vaak in vrijzinnige kringen. „Geloven is voor veel vrijzinnigen een rationele exercitie. Daardoor gaat het heel weinig over godervaringen. Veel van hen ervaren bijvoorbeeld een huiver om nog te bidden, dat is zo rationeel ontleed.” De huiver om te zoeken naar een ontmoeting met God, onder meer in gebed, heeft volgens Ytsma ook te maken met het monopolie dat orthodoxe gelovigen hebben op het ervaren van het geloof.

Twijfelaars of mensen die zich buiten de gebaande kerkelijke paden begeven, zijn er ook in evangelische kerken – misschien wel bij uitstek ’bastions van zeker weten’ – weet Ytsma. Hij vertelt dat hij onlangs een e-mail kreeg van evangelische gelovige, zoon van een evangelische voorganger. „Hij schreef, als ik naar mijn geloof kijk, is het net of ik in de Efteling ben: leuk, maar niet echt.”

De ‘pastor/verbinder’ uit Siddeburen hoopt dat zijn boek helpt om het taboe op twijfel in evangelische kerken te doorbreken. Maar ook in vrijzinnige hoek heerst dat taboe, zij het op een andere manier. „De orthodoxe twijfelaar vindt vaak ruimte in vrijzinnige kring. Totdat hij of zij ook vragen gaat stellen. Vragen die op hartsniveau liggen bijvoorbeeld.”

Ytsma hoopt dat er een ’algemene christelijke kerk’ groeit die voorbij gaat aan de grenzen van orthodoxie en vrijzinnigheid. Hij ziet dit zelfs al gebeuren in de beweging die Emerging Church wordt genoemd. “Al draagt deze beweging een sterk orthodox stempel, toch denk ik dat ze een brug kan slaan tussen evangelisch-orthodoxen en vrijzinnigen. In deze beweging wordt veel gesproken over het koninkrijk van God en wordt gevraagd wat abstracte begrippen als bevrijding in het dagelijks leven in Siddeburen en Amsterdam te betekenen hebben. Aan het zoeken van Gods koninkrijk op aarde hebben we onze handen toch al vol. Theologie kan daarbij ballast zijn. Het is een leuk spel, net als Risk, dat moet je ook niet zien als echte oorlogsvoering, dan vernietig je elkaar echt. Theologie is een spel van woorden en beelden, maar als die een scheiding veroorzaken wordt theologie levensgevaarlijk.”

Lees verder na de advertentie
Boele Ytsma. (Trouw)
(\N)

Deel dit artikel