Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pleidooi voor proef met welwillende ondernemer

Home

Perry Feenstra

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. De gulden leefregel is een houvast in zo'n beetje alle levensbeschouwingen. Waarom zou die dan niet gelden voor werkgevers? Of, anders gesteld: Waarom zou een werkgever meer dan anderen geneigd zijn om de wereld kwaad te doen?

Die vraag hield Bernhard Wientjes deze week zijn gehoor voor in zijn eerste speech als nieuwe werkgeversvoorzitter (VNO-NCW). Wientjes antwoordde vervolgens zelf dat Nederland af moet van het idee dat de ondernemer eropuit is zich te misdragen.

De voorzitter doelde daarmee op de regelgeving waaraan ondernemers moeten voldoen. In een toelichting op zijn speech gaf de voorzitter het voorbeeld van een startende ondernemer. Hij moet zich nu door vaak maandenlange vergunningsprocedures en de bijbehorende stapels papieren heen worstelen, voordat hij kan beginnen. Het gevaar is dat zijn enthousiasme al is weggeëbd voordat de papierwinkel rond is.

Nu is de klaagzang van werkgevers over regels niet nieuw. Het kabinet heeft zich er zelfs gevoelig voor getoond: de 'tweede Zalm-norm' zegt dat alle ministeries moeten streven naar een kwart minder regeltjes. Wientjes stelde echter terecht dat dit vaak 'het wegsnoeien van dood hout' betekent: de ministers halen het kwart voor een substantieel deel door het schrappen van regels die in de praktijk toch al niets meer voorstellen. Nieuw in de 'klaagzang' is de richting voor de oplossing die Wientjes kiest. De wetgever zou meer van het goede in de ondernemer uit moeten gaan. Laat de ondernemer vooral ondernemen. Vooraf kan dan worden volstaan met het voldoen aan een klein pakket van de meest elementaire regels. Breed controleren kan altijd nog. En mocht blijken dat de ondernemer het in hem gestelde vertrouwen niet waard is, dan kan hij alsnog aangepakt worden.

Wie met de beste bedoelingen wel eens een dakkapel op zijn huis heeft willen zetten, kan zich wellicht inleven in het verhaal van Wientjes. Duidelijk is in ieder geval dat Nederland gebaat is bij meer enthousiaste ondernemers. Concurreren op loonkosten heeft zo zijn beperkingen, de fixatie op innovatie levert vooralsnog geen baanbrekende resultaten op, misschien ligt er een kans in de terugkeer naar het echt 'vrije' ondernemersschap.

De vraag is dan of de gemiddelde Nederlandse ondernemer inderdaad 'met de beste bedoelingen' onderneemt. Wie zijn oordeel daarover laat afhangen van de berichtgeving in kranten en op tv, zal daar wellicht aan twijfelen. Maar bedenk eens hoeveel duizenden bedrijven nooit de krant halen, gewoon omdat ze al vele jaren 'netjes genoeg' ondernemen. De goeden behoren niet te lijden onder de kwaden, is ook een mooie leefregel. Wellicht verdient Wientjes' denktrant een kans. Of, zoals dat in Nederland gaat: een proefperiode.

Deel dit artikel